Ontwerpbesluit houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W10.04.0015/III
- Datum advies
- 27 februari 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 14 mei 2004, nr 89
- Economische Zaken en Klimaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 13 januari 2004, no.04.000070, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels inzake voorzieningen in verband met de leveringszekerheid (Besluit leveringszekerheid Gaswet), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt er onder meer toe, te verzekeren dat er ook bij extreem lage temperaturen voldoende druk op het gasnet is, zodat de kleinverbruiker verzekerd is van constante levering van gas. Om dit resultaat te bereiken wordt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verplicht, voorzieningen te treffen zodat de vergunninghouders de pieklevering voor alle kleinverbruikers kunnen verzorgen.(zie noot 1)
Het begrip pieklevering wordt technisch gedefinieerd als de extra gaslevering die nodig is als de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur in De Bilt onder -9° Celsius ligt. De gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur is de gemiddelde luchttemperatuur in De Bilt in een etmaal, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid. De gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur is bij windstilte gelijk aan de werkelijk gemeten temperatuur; elke stijging van de windsnelheid met 1,5 meter per seconde (m/s) – 5,4 kilometer per uur – komt overeen met een stijging van de gemeten temperatuur met 1 graad Celsius.(zie noot 2) Volgens de toelichting komt het eens in de twee winters voor dat de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur lager is dan –9o Celsius.(zie noot 3)
De Raad van State is niet aanstonds overtuigd van de juistheid van deze formule.
— Een eerste punt van twijfel is dat een stijging van de windsnelheid met 1,5 m/s overeenkomt met een stijging van de gemeten temperatuur met 1 graad Celsius. Dat de afkoeling van huizen in de winter sneller gaat bij harde wind, lijkt juist. De wind voert immers de warmte af. De getalsverhouding heeft echter tot gevolg dat, bijvoorbeeld, bij windkracht 8 (windsnelheid tussen 17 en 20 m/s) de grens voor pieklevering wordt bereikt als de werkelijke temperatuur +3° Celsius is. Of huizen onder die weersomstandigheden even snel afkoelen als bij windstilte en een temperatuur van -9° Celsius, is een vraag waarop in de toelichting zou moeten worden ingegaan.
— De Raad heeft voorts twijfels of het verband tussen temperatuur en windsnelheid lineair is. Dat zou immers betekenen dat de grens voor pieklevering ook kan worden bereikt bij een werkelijke temperatuur van 20° Celsius. De wind moet dan weliswaar een zeer hoge snelheid hebben, maar een wind die eveneens 20° Celsius is zal niet leiden tot afkoeling van woningen. Dit voorbeeld doet vermoeden dat het nu gehanteerde lineaire verband tussen temperatuur en windsnelheid bij hogere snelheden niet goed werkt.
De Raad adviseert de formule nader te bezien.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 april 2004
De Raad van State maakte een tweetal opmerkingen over de in het ontwerpbesluit opgenomen formule van de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur.
De vraag van de Raad of huizen onder de door hem genoemde weersomstandigheden even snel afkoelen als bij windstilte en een temperatuur van -9° Celsius moet bevestigend worden beantwoord.
De Raad spreekt het vermoeden uit, dat de formule bij hoge temperaturen en windsnelheden niet goed werkt. Voor de toepassing van de zogenoemde "pieklevering" van gas is de formule echter bruikbaar, omdat de werking van de formule wordt beperkt door de natuurlijke begrenzing van de hier te lande voorkomende maximale windsnelheid.
De toelichting bij artikel 1 is naar aanleiding van het bovenstaande aangevuld.
De Minister van Economische Zaken
(1) Artikel 2 van het ontwerpbesluit.
(2) Artikel 1, onderdelen e en f van het ontwerpbesluit.
(3) Paragraaf 3.1 (Pieklevering), vijfde tekstblok, van de toelichting, bladzijde 8.
Het ontwerpbesluit strekt er onder meer toe, te verzekeren dat er ook bij extreem lage temperaturen voldoende druk op het gasnet is, zodat de kleinverbruiker verzekerd is van constante levering van gas. Om dit resultaat te bereiken wordt de netbeheerder van het landelijk gastransportnet verplicht, voorzieningen te treffen zodat de vergunninghouders de pieklevering voor alle kleinverbruikers kunnen verzorgen.(zie noot 1)
Het begrip pieklevering wordt technisch gedefinieerd als de extra gaslevering die nodig is als de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur in De Bilt onder -9° Celsius ligt. De gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur is de gemiddelde luchttemperatuur in De Bilt in een etmaal, gecorrigeerd voor de gemiddelde windsnelheid. De gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur is bij windstilte gelijk aan de werkelijk gemeten temperatuur; elke stijging van de windsnelheid met 1,5 meter per seconde (m/s) – 5,4 kilometer per uur – komt overeen met een stijging van de gemeten temperatuur met 1 graad Celsius.(zie noot 2) Volgens de toelichting komt het eens in de twee winters voor dat de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur lager is dan –9o Celsius.(zie noot 3)
De Raad van State is niet aanstonds overtuigd van de juistheid van deze formule.
— Een eerste punt van twijfel is dat een stijging van de windsnelheid met 1,5 m/s overeenkomt met een stijging van de gemeten temperatuur met 1 graad Celsius. Dat de afkoeling van huizen in de winter sneller gaat bij harde wind, lijkt juist. De wind voert immers de warmte af. De getalsverhouding heeft echter tot gevolg dat, bijvoorbeeld, bij windkracht 8 (windsnelheid tussen 17 en 20 m/s) de grens voor pieklevering wordt bereikt als de werkelijke temperatuur +3° Celsius is. Of huizen onder die weersomstandigheden even snel afkoelen als bij windstilte en een temperatuur van -9° Celsius, is een vraag waarop in de toelichting zou moeten worden ingegaan.
— De Raad heeft voorts twijfels of het verband tussen temperatuur en windsnelheid lineair is. Dat zou immers betekenen dat de grens voor pieklevering ook kan worden bereikt bij een werkelijke temperatuur van 20° Celsius. De wind moet dan weliswaar een zeer hoge snelheid hebben, maar een wind die eveneens 20° Celsius is zal niet leiden tot afkoeling van woningen. Dit voorbeeld doet vermoeden dat het nu gehanteerde lineaire verband tussen temperatuur en windsnelheid bij hogere snelheden niet goed werkt.
De Raad adviseert de formule nader te bezien.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 5 april 2004
De Raad van State maakte een tweetal opmerkingen over de in het ontwerpbesluit opgenomen formule van de gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur.
De vraag van de Raad of huizen onder de door hem genoemde weersomstandigheden even snel afkoelen als bij windstilte en een temperatuur van -9° Celsius moet bevestigend worden beantwoord.
De Raad spreekt het vermoeden uit, dat de formule bij hoge temperaturen en windsnelheden niet goed werkt. Voor de toepassing van de zogenoemde "pieklevering" van gas is de formule echter bruikbaar, omdat de werking van de formule wordt beperkt door de natuurlijke begrenzing van de hier te lande voorkomende maximale windsnelheid.
De toelichting bij artikel 1 is naar aanleiding van het bovenstaande aangevuld.
De Minister van Economische Zaken
(1) Artikel 2 van het ontwerpbesluit.
(2) Artikel 1, onderdelen e en f van het ontwerpbesluit.
(3) Paragraaf 3.1 (Pieklevering), vijfde tekstblok, van de toelichting, bladzijde 8.