Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (verlaging subsidieplafonds voor 2003 en 2004 en verlaging maximale bijdrage per groot project).
- Kenmerk
- W08.02.0519/V
- Datum advies
- 24 januari 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 8 april 2004, nr 69
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (verlaging subsidieplafonds voor 2003 en 2004 en verlaging maximale bijdrage per groot project).
Bij Kabinetsmissive van 21 november 2002, no.02.005299, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit met nota van toelichting tot wijziging van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (verlaging subsidieplafonds voor 2003 en 2004 en verlaging maximale bijdrage per groot project).
Artikel 2 van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (Bbio) geeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de mogelijkheid om subsidies te verstrekken voor innovatieve projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing. Het kan hierbij, kort gezegd, gaan om:
a) een bijdrage in de kosten van idee- en planvorming voor een project;
b) een bijdrage in de kosten van uitvoering, waarbij die kosten worden begroot op niet meer dan 7 miljoen euro;
c) een bijdrage in de kosten van uitvoering, waarbij die kosten worden begroot op 7 miljoen euro of meer.
Deze subsidies worden genoemd in artikel 3, aanhef en respectievelijk onderdelen a, b en c, Bbio. Het ontwerpbesluit heeft alleen betrekking op subsidies als bedoeld in artikel 3, onderdeel c. Voor deze "grote projecten" bepaalt artikel 4, derde lid, Bbio dat de subsidie 20% bedraagt van de totale uitvoeringskosten, tot een maximum van (tot op heden) 12 miljoen euro. Het ontwerpbesluit verlaagt dit bedrag tot 5 miljoen euro.
Daarnaast is per 1 januari 2003 een wijziging van het Bbio in werking getreden, die voor 2003 een subsidieplafond vaststelt van 27 miljoen euro, en voor 2004 van 25 miljoen euro. Het onderhavige besluit verlaagt ook deze plafonds, en wel tot respectievelijk 25.104.000 euro en 21.209.000 euro.
Het ontwerpbesluit geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen.
1. Artikel II van het ontwerpbesluit brengt wijzigingen aan in het Besluit van 5 juni 2002 tot wijziging van het Bbio.(zie noot 1) Dit besluit is op 1 januari 2003 in werking getreden, en de desbetreffende wijzigingsbepalingen zijn derhalve inmiddels in het Bbio opgenomen. De beoogde wijzigingen dienen dan ook rechtstreeks in het Bbio (zoals gewijzigd door het besluit van 5 juni 2002) te worden aangebracht.
De Raad adviseert artikel II in deze zin aan te passen.
2. Op het moment van verlaging van een subsidieplafond kan sprake zijn van aanvragen die door of namens gemeenten zijn ingediend vóór de bekendmaking van de verlaging. De vraag doet zich voor of dat aantal aanvragen aanzienlijk is. Vooral in dat geval is het van belang dat de bekendmaking van een subsidieplafond of de verlaging hiervan geen gevolgen heeft, ook niet met terugwerkende kracht, voor reeds ingediende aanvragen.
De Raad beveelt aan in de nota van toelichting een indicatie te geven van het bedoelde aantal aanvragen. Hij adviseert, indien het een aanzienlijk aantal gevallen betreft, met het oog op de rechtszekerheid in het ontwerpbesluit een overgangsregeling op te nemen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 februari 2003
De Raad van State geeft U in overweging een besluit te nemen, nadat met zijn advies rekening zal zijn gehouden.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het volgende op.
1. Naar aanleiding van het advies van de Raad is artikel II van het ontwerpbesluit als aan de Raad voorgelegd vervallen en naar de strekking opgenomen in artikel I, onderdeel B.
2. Het aantal ingediende aanvragen in de categorie waarop de verlaging van het subsidieplafond na bekendmaking daarvan van toepassing zal zijn, is bij het uitbrengen van dit nader rapport nihil. Naar verwachting zal dat aantal bij die bekendmaking nog altijd zeer gering zijn.
Gelet hierop heb ik de nota van toelichting dienovereenkomstig aangepast en heb ik geen overgangsregeling in het ontwerpbesluit opgenomen.
3. Ik heb voorts de inwerkingtredingsbepaling aangepast met het oog op een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van het ontwerpbesluit.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Stb.2002, 305.
Artikel 2 van het Besluit bevordering innovatieve ontwikkelingen stedelijke vernieuwing (Bbio) geeft de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer de mogelijkheid om subsidies te verstrekken voor innovatieve projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing. Het kan hierbij, kort gezegd, gaan om:
a) een bijdrage in de kosten van idee- en planvorming voor een project;
b) een bijdrage in de kosten van uitvoering, waarbij die kosten worden begroot op niet meer dan 7 miljoen euro;
c) een bijdrage in de kosten van uitvoering, waarbij die kosten worden begroot op 7 miljoen euro of meer.
Deze subsidies worden genoemd in artikel 3, aanhef en respectievelijk onderdelen a, b en c, Bbio. Het ontwerpbesluit heeft alleen betrekking op subsidies als bedoeld in artikel 3, onderdeel c. Voor deze "grote projecten" bepaalt artikel 4, derde lid, Bbio dat de subsidie 20% bedraagt van de totale uitvoeringskosten, tot een maximum van (tot op heden) 12 miljoen euro. Het ontwerpbesluit verlaagt dit bedrag tot 5 miljoen euro.
Daarnaast is per 1 januari 2003 een wijziging van het Bbio in werking getreden, die voor 2003 een subsidieplafond vaststelt van 27 miljoen euro, en voor 2004 van 25 miljoen euro. Het onderhavige besluit verlaagt ook deze plafonds, en wel tot respectievelijk 25.104.000 euro en 21.209.000 euro.
Het ontwerpbesluit geeft aanleiding tot de volgende opmerkingen.
1. Artikel II van het ontwerpbesluit brengt wijzigingen aan in het Besluit van 5 juni 2002 tot wijziging van het Bbio.(zie noot 1) Dit besluit is op 1 januari 2003 in werking getreden, en de desbetreffende wijzigingsbepalingen zijn derhalve inmiddels in het Bbio opgenomen. De beoogde wijzigingen dienen dan ook rechtstreeks in het Bbio (zoals gewijzigd door het besluit van 5 juni 2002) te worden aangebracht.
De Raad adviseert artikel II in deze zin aan te passen.
2. Op het moment van verlaging van een subsidieplafond kan sprake zijn van aanvragen die door of namens gemeenten zijn ingediend vóór de bekendmaking van de verlaging. De vraag doet zich voor of dat aantal aanvragen aanzienlijk is. Vooral in dat geval is het van belang dat de bekendmaking van een subsidieplafond of de verlaging hiervan geen gevolgen heeft, ook niet met terugwerkende kracht, voor reeds ingediende aanvragen.
De Raad beveelt aan in de nota van toelichting een indicatie te geven van het bedoelde aantal aanvragen. Hij adviseert, indien het een aanzienlijk aantal gevallen betreft, met het oog op de rechtszekerheid in het ontwerpbesluit een overgangsregeling op te nemen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 6 februari 2003
De Raad van State geeft U in overweging een besluit te nemen, nadat met zijn advies rekening zal zijn gehouden.
Naar aanleiding van het advies van de Raad van State merk ik het volgende op.
1. Naar aanleiding van het advies van de Raad is artikel II van het ontwerpbesluit als aan de Raad voorgelegd vervallen en naar de strekking opgenomen in artikel I, onderdeel B.
2. Het aantal ingediende aanvragen in de categorie waarop de verlaging van het subsidieplafond na bekendmaking daarvan van toepassing zal zijn, is bij het uitbrengen van dit nader rapport nihil. Naar verwachting zal dat aantal bij die bekendmaking nog altijd zeer gering zijn.
Gelet hierop heb ik de nota van toelichting dienovereenkomstig aangepast en heb ik geen overgangsregeling in het ontwerpbesluit opgenomen.
3. Ik heb voorts de inwerkingtredingsbepaling aangepast met het oog op een zo spoedig mogelijke inwerkingtreding van het ontwerpbesluit.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
(1) Stb.2002, 305.