Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van rijksweg 35 Zwolle-Almelo, wegvak Wierden-Almelo, gedeelte vanaf de aansluiting op de bestaande N835 tot aan het Twentekanaal, alsmede de aanleg van rijksweg 36 tot aan de aansluiting op de nieuw aan te leggen rijksweg 35, met bijkomende werken, in de gemeenten Wierden en Almelo.
- Kenmerk
- W09.04.0026/V
- Datum advies
- 16 februari 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 13 april 2004, nr 70
- Infrastructuur en Waterstaat
- Onteigening
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van rijksweg 35 Zwolle-Almelo, wegvak Wierden-Almelo, gedeelte vanaf de aansluiting op de bestaande N835 tot aan het Twentekanaal, alsmede de aanleg van rijksweg 36 tot aan de aansluiting op de nieuw aan te leggen rijksweg 35, met bijkomende werken, in de gemeenten Wierden en Almelo.
Krachtens machtiging van Uwe Majesteit heeft de Minister van Verkeer en Waterstaat, met een schrijven van 13 januari 2004, no. HKW/R 2003/12030, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt een voordracht met ontwerpbesluit, houdende de aanwijzing van onroerende zaken ter onteigening ten algemenen nutte ten behoeve van de aanleg van rijksweg 35 Zwolle-Almelo, wegvak Wierden-Almelo, gedeelte vanaf de aansluiting op de bestaande N835 tot aan het Twentekanaal, alsmede de aanleg van rijksweg 36 tot aan de aansluiting op de nieuw aan te leggen rijksweg 35, met bijkomende werken, in de gemeenten Wierden en Almelo.
In de overwegingen naar aanleiding van zienswijzen van reclamanten sub 1, 7, 8 en 9 wordt erop gewezen dat met deze reclamanten inmiddels minnelijke overeenstemming is bereikt over de ververwerving van de van deze eigenaren benodigde gronden. De Raad van State adviseert in het ontwerpbesluit de redenen te vermelden waarom desondanks de betrokken gronden op de lijst van de te onteigenen percelen staan vermeld of zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 maart 2004
De Raad van State maakt in genoemd advies de volgende opmerking. In de overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen van reclamanten sub 1, 7, 8 en 9 wordt erop gewezen dat met deze reclamanten inmiddels overeenstemming is bereikt over de verwerving van de van deze eigenaren benodigde gronden. De Raad adviseert in het ontwerpbesluit de redenen te vermelden waarom desondanks de betrokken gronden op de lijst van de te onteigenen percelen staan vermeld of zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
Naar aanleiding van deze opmerking van de Raad merk ik het volgende op. Ten aanzien van de stand van zaken in het minnelijk overleg waarbij tussen partijen (in beginsel) overeenstemming over de verwerving van de betrokken gronden is bereikt, maar het minnelijk overleg nog niet heeft geleid tot ondertekening van een koopovereenkomst en/of het verlijden daarvan voor de notaris, moet onderkend worden dat van verkrijging van de benodigde eigendom nog geen sprake is. De hiertoe door de verzoeker om onteigening ondernomen pogingen, die voldoen aan de daaraan gestelde vereisten, hebben kennelijk niet tijdig tot dit resultaat geleid.
Ik merk op deze plaats nog op, dat blijkens de onteigeningspraktijk het verkrijgen van overeenstemming niet in alle gevallen automatisch leidt tot spoedige ondertekening van een koopovereenkomst en probleemloze eigendomsoverdracht. De urgentie van onteigening laat evenwel geen vertraging toe in de aanwijzing ter onteigening van de betreffende gronden.
Het ontwerpbesluit is overeenkomstig de opmerking van de Raad aangevuld met bovenstaande overwegingen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat
In de overwegingen naar aanleiding van zienswijzen van reclamanten sub 1, 7, 8 en 9 wordt erop gewezen dat met deze reclamanten inmiddels minnelijke overeenstemming is bereikt over de ververwerving van de van deze eigenaren benodigde gronden. De Raad van State adviseert in het ontwerpbesluit de redenen te vermelden waarom desondanks de betrokken gronden op de lijst van de te onteigenen percelen staan vermeld of zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 3 maart 2004
De Raad van State maakt in genoemd advies de volgende opmerking. In de overwegingen naar aanleiding van de zienswijzen van reclamanten sub 1, 7, 8 en 9 wordt erop gewezen dat met deze reclamanten inmiddels overeenstemming is bereikt over de verwerving van de van deze eigenaren benodigde gronden. De Raad adviseert in het ontwerpbesluit de redenen te vermelden waarom desondanks de betrokken gronden op de lijst van de te onteigenen percelen staan vermeld of zo nodig het ontwerpbesluit aan te passen.
Naar aanleiding van deze opmerking van de Raad merk ik het volgende op. Ten aanzien van de stand van zaken in het minnelijk overleg waarbij tussen partijen (in beginsel) overeenstemming over de verwerving van de betrokken gronden is bereikt, maar het minnelijk overleg nog niet heeft geleid tot ondertekening van een koopovereenkomst en/of het verlijden daarvan voor de notaris, moet onderkend worden dat van verkrijging van de benodigde eigendom nog geen sprake is. De hiertoe door de verzoeker om onteigening ondernomen pogingen, die voldoen aan de daaraan gestelde vereisten, hebben kennelijk niet tijdig tot dit resultaat geleid.
Ik merk op deze plaats nog op, dat blijkens de onteigeningspraktijk het verkrijgen van overeenstemming niet in alle gevallen automatisch leidt tot spoedige ondertekening van een koopovereenkomst en probleemloze eigendomsoverdracht. De urgentie van onteigening laat evenwel geen vertraging toe in de aanwijzing ter onteigening van de betreffende gronden.
Het ontwerpbesluit is overeenkomstig de opmerking van de Raad aangevuld met bovenstaande overwegingen.
Ik moge U hierbij het ontwerpbesluit doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Verkeer en Waterstaat