Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W09.04.0007/V

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met een aantal technische wijzigingen, met nota van toelichting.

Kenmerk
W09.04.0007/V
Datum advies
14 april 2004
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 13 juli 2004, nr 131
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met een aantal technische wijzigingen, met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 13 januari 2004, no.04.000074, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met een aantal technische wijzigingen, met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit strekt tot wijziging van een aantal bepalingen van het Voertuigreglement waarmee verbeteringen en herstel van omissies worden doorgevoerd. Een groot aantal van die wijzigingen strekt tot implementatie van verschillende Europese richtlijnen.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een opmerking van algemene aard en een opmerking betreffende onjuiste implementatie. Hij is van oordeel dat in verband met de laatstbedoelde opmerking enige aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Transponeringstabel.
Het ontwerpbesluit bevat een groot aantal voorstellen voor wijzigingen van het Voertuigreglement (hierna: Vr). Veel van die voorstellen strekken tot implementatie van verschillende Europese richtlijnen. In de toelichting is, anders dan bij eerdere wijzigingsvoorstellen van het Vr en anders dan bij dat Vr zelf, verzuimd een transponeringstabel aan de nota van toelichting toe te voegen terwijl bij de meeste wijzigingsbepalingen ook niet is vermeld welke te implementeren of geïmplementeerde richtlijnbepalingen daaraan ten grondslag liggen. Dit heeft het beoordelen van de voorgestelde wijzigingsbepalingen vertraagd.
Met het oog op de duidelijkheid en toegankelijkheid van het besluit adviseert de Raad aan de nota van toelichting alsnog een transponeringstabel toe te voegen waarin nauwkeurig wordt aangegeven welke richtlijnbepalingen aan de voorgestelde wijzigingsbepalingen ten grondslag liggen.(zie noot 1)

2. Onjuiste implementatie.
In artikel I, onderdelen J en K, wordt voorgesteld de artikelen 3.3.40 en 3.3.41 Vr zodanig te wijzigen dat gelede bussen die tot 1 oktober 2004 in gebruik worden genomen, moeten zijn voorzien van niet-driehoekige dan wel driehoekige reflectoren. De voorgestelde overgangsbepaling is nodig omdat artikel 3.3.41, aanhef en onderdeel h, Vr, zoals dat nu luidt, in strijd met artikel 4.14.1, van bijlage 1 van de harmonisatierichtlijn 76/756/EEG, driehoekige reflectoren voorschrijft.(zie noot 2) Artikel 3.3.41, aanhef en onderdeel h, luidt zo omdat de achterzijde van de gelede bus in het verleden werd beschouwd als een aanhanger die op grond van richtlijn 84/8/EEG met beide typen reflectoren uitgerust mag zijn.(zie noot 3)
Het college wijst er op dat de richtlijnen 70/156/EEG en 96/53/EG ertoe nopen de achterzijde van een gelede bus niet als een aanhanger aan te merken(zie noot 4). In de tweede genoemde richtlijn wordt een gelede bus gedefinieerd als een bus die is samengesteld uit twee vaste delen welke met elkaar zijn verbonden door een geleed gedeelte. In de eerstgenoemde richtlijn worden aanhangers en bussen in verschillende groepsaanduidingen ingedeeld. Mitsdien is de mogelijkheid die de Europese regels bieden om op aanhangers driehoekige reflectoren aan te brengen niet van toepassing op gelede bussen. De voorgestelde overgangsbepalingen zijn, hoe wenselijk die wellicht voor de branche ook kunnen zijn, strijdig met richtlijn 76/756/EEG.
Gezien het vorenstaande adviseert de Raad artikel I, onder J en onder K, onderdelen 1 en 3, van het ontwerpbesluit achterwege te laten.

3. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 14 april 2004, no.W09.04.0007/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

Ontwerpbesluit
- Aan artikel I, onderdeel BA, na “geprojecteerde” toevoegen: oppervlak wordt begrensd door rechte lijnen die raken aan de uiterste voorhoeken van de oplegger dat op maximaal 2.50 m voor het hart van de koppelingspen ligt.

Nota van toelichting
- De richtlijnen volledig aanhalen; bijvoorbeeld in de toelichting op artikel I, de onderdelen F en G invoegen “van de het Europese Parlement en de Raad van 22 juni 1997”.
- In het algemeen deel van de toelichting, laatste alinea, “20 november 2004” wijzigen in: 20 november 2003.
- In de toelichting op artikel I, onderdeel L, de vermelding “PbEG L262” wijzigen in: PbEG L171.
- In de toelichting op artikel I, onderdeel T, in de laatste zin “paragraaf 3 Motor” wijzigen in: de paragrafen 3 Motor, van de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk 3 van het Voertuigreglement.
- In de toelichting op artikel I, onderdeel T, in de laatste zin na het slot toevoegen: van afdeling 7 van hoofdstuk 3.
- In de toelichting op artikel I, onderdeel BA, eerste zin, “In onderdeel P” wijzigen in: In onderdeel Q.
- In de toelichting op artikel I, onderdeel BN, “artikel 3.3.10, vijfde lid” vervangen door; artikel 3.3.10, vierde lid.



Nader rapport (reactie op het advies) van 27 mei 2004

1. Het advies van de Raad aan de nota van toelichting alsnog een transponeringstabel toe te voegen is niet opgevolgd. Veel van de in het onderhavige ontwerpbesluit opgenomen voorstellen betreffen niet de implementatie van Europese richtlijnen maar het herstellen van onjuistheden in het Voertuigreglement die onder andere zijn ontstaan doordat in het verleden Europese richtlijnen niet geheel correct zijn geïmplementeerd. Anders dan de Raad meent, is bij een eerdere wijziging van het Voertuigreglement die een groot aantal voorstellen van gelijke strekking bevatte (besluit van 20 april 2001, Stb. 219) evenmin een transponeringstabel aan de nota van toelichting toegevoegd. Uit de artikelsgewijze toe-lichting blijkt bij welke richtlijn en bij welk besluit de onjuiste implementatie is geschied. Bij de nota’s van toelichting bij deze besluiten is steeds een transponeringstabel opgenomen.

2. De Raad adviseert artikel I, onder J en onder K, onderdelen 1 en 3, achterwege te laten, omdat de Raad van mening is dat deze bepalingen strijdig zijn met richtlijn 76/756/EEG. Zoals reeds in de nota van toelichting is verwoord, bestaat strijdigheid met deze richtlijn reeds sinds de inwerkingtreding van het Voertuigreglement op 1 januari 1995. De bij het onderhavige ontwerpbesluit voorgestelde wijziging van artikel 3.3.41 is dan ook bedoeld om deze strijdigheid op te heffen. De in artikel I, onder J en onder K, onderdelen 1 en 3, opgenomen overgangsbepalingen laten deze situatie van strijdigheid nog toe voor een periode van zes maanden. Het aan het betrokken bedrijfsleven gunnen van een periode van zes maanden waarbinnen aan hen de gelegenheid wordt gegeven het productieproces aan de nieuwe regelgeving aan te passen, is bestendig beleid. Ook in het onderhavige geval is toepassing van de gebruikelijke overgangstermijn aan het betrokken bedrijfsleven toegezegd. Het advies van de Raad wordt om deze reden en omdat het slechts een korte termijn betreft, niet opgevolgd.

3. De door de Raad gemaakte redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het ontwerpbesluit te actualiseren naar aanleiding van de laatst doorgevoerde wijziging door middel van het besluit van
3 februari 2004, houdende wijziging van het Voertuigreglement in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2001/56/EG met betrekking tot de verwarming van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (Stb. 60).

In verband met de in de procedure verstreken tijd is het ontwerpbesluit ten slotte geactualiseerd ten aanzien van de overgangtermijnen.

Ik moge u hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Verkeer en Waterstaat



(1) Zie hiervoor ook aanwijzing 344 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.
(2) Richtlijn 76/756/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 27 juli 1976 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 262).
(3) Richtlijn 84/8/EEG van de Europese Commissie van 14 december 1983 (PbEG L9) tot aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 76/756/EEG inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende de installatie van verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan.
(4) Richtlijn 96/53/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen, en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten (PbEG L235) en richtlijn 70/156/EEG van de Raad de Raad van de Europese Gemeenschappen van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L24), waarin aan voertuigen bestemd voor het vervoer van personen en aan aanhangers de onderscheiden categorieën M, respectievelijk O zijn toegekend.

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon