Bilateraal verdrag inzake luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Islamitische Republiek Iran, met bijlage; Teheran, 3 september 2003 (Trb. 2003, 166), met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W09.03.0549/V
- Datum advies
- 27 januari 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
- Infrastructuur en Waterstaat
- Verdrag
Toon inhoud
Volledige tekst
Bilateraal verdrag inzake luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Islamitische Republiek Iran, met bijlage; Teheran, 3 september 2003 (Trb. 2003, 166), met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 22 december 2003, no.03.005301 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het bilateraal verdrag inzake luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Islamitische Republiek Iran, met bijlage; Teheran, 3 september 2003 (Trb. 2003, 166), met toelichtende nota.
Thans regelt de op 31 oktober 1949 te Teheran totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Keizerlijke regering van Iran betreffende commerciële luchtdiensten en via hun onderscheidenlijke grondgebieden (Trb. 1952, 108) (hierna: Verdrag 1949) het luchtverkeer tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Iran. Het Verdrag 1949 is verouderd.
Het bilateraal verdrag inzake luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Islamitische Republiek Iran (Trb. 2003, 166) (hierna: Verdrag 2003) is een modern luchtvaartverdrag en zal volgens de toelichtende nota het Verdrag 1949 vervangen.
De Raad van State maakt opmerkingen met betrekking tot de beëindiging van het Verdrag 1949, de voorlopige toepassing van het Verdrag 2003 en de aangewezen luchtvaartmaatschappij.
1. Volgens de toelichtende nota vervangt het Verdrag 2003 het Verdrag 1949 en heeft de goedkeuring die gevraagd wordt niet alleen betrekking op het Verdrag 2003, maar ook op het beëindigen van het Verdrag 1949.
Het college wijst erop dat de beëindiging van het Verdrag 1949 een aangelegenheid van het Koninkrijk is als gevolg van het feit dat het verdrag geldt voor het gehele Koninkrijk.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen en in de afzonderlijke goedkeuring van de beëindiging van het Verdrag 1949 op de daartoe geëigende wijze te voorzien.
2. Weliswaar vermeldt artikel 22 van het Verdrag 2003 dat dit verdrag voorlopig wordt toegepast vanaf de dertigste dag na de datum van ondertekening ervan, maar dat laat onverlet dat het Verdrag 1949 blijft gelden zolang het niet is beëindigd. In de toelichting dient te worden ingegaan op de verenigbaarheid van deze voorlopige toepassing met de rechten en verplichtingen die uit het Verdrag 1949 voortvloeien.
3. Elke partij kan op grond van artikel 3, eerste lid, van het Verdrag 2003 één luchtvaartmaatschappij aanwijzen voor het uitvoeren van de luchtdiensten tussen Nederland en Iran. De door de ene partij aangewezen luchtvaartmaatschappij krijgt van de andere partij een exploitatievergunning (tweede lid). Een exploitatievergunning kan aan een luchtvaartmaatschappij geweigerd worden of er kunnen nadere voorwaarden worden gesteld, indien niet naar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de partij, die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij haar onderdanen (vierde lid). De exploitatievergunning kan op grond van artikel 4, eerste lid, onder c, van het Verdrag 2003 ook om dezelfde redenen worden ingetrokken of opgeschort.
In het licht van de op handen zijnde vergaande samenwerking tussen KLM en Air France acht de Raad het van belang dat de toelichting daaraan aandacht besteedt, indien die samenwerking van belang kan zijn bij de toepassing van de artikelen 3, vierde lid, en 4, eerste lid, onder c, van het Verdrag 2003.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 10 december 2004
In zijn advies stelt de Raad dat de beëindiging van de op 31 oktober 1949 te Teheran totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Keizerlijke regering van Iran betreffende commerciële luchtdiensten en via hun onderscheidenlijke grondgebieden (Trb. 1952, 108) (hierna: Verdrag van 1949) een aangelegenheid is van het Koninkrijk. Voor de ondertekening en parlementaire goedkeuring van het onderhavige verdrag is op 19 maart 1999 instemming verkregen van de Ministerraad van het Koninkrijk. Abusievelijk heb ik U bij brief van 15 december 2003, nr. DJZ/VE-1012/03, verzocht het verdrag aan de Raad van State ter advisering voor te leggen, waar dit de Raad van State van het Koninkrijk had moeten zijn.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen en in de afzonderlijke goedkeuring van de beëindiging van het Verdrag van 1949 op de daartoe geëigende wijze te voorzien. Daar de beëindiging van het Verdrag van 1949 en de goedkeuring van het onderhavige verdrag nauw met elkaar verband houden, ben ik voornemens U te verzoeken het onderhavige verdrag, vergezeld van een nieuwe toelichtende nota, om advies te zenden aan de Raad van State van het Koninkrijk.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad van het Koninkrijk moge ik U, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verzoeken goed te vinden dat het advies van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Raad van State en de toelichtende nota bij het verdrag zoals deze aan de Raad van State is voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Thans regelt de op 31 oktober 1949 te Teheran totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Keizerlijke regering van Iran betreffende commerciële luchtdiensten en via hun onderscheidenlijke grondgebieden (Trb. 1952, 108) (hierna: Verdrag 1949) het luchtverkeer tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Iran. Het Verdrag 1949 is verouderd.
Het bilateraal verdrag inzake luchtdiensten tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Islamitische Republiek Iran (Trb. 2003, 166) (hierna: Verdrag 2003) is een modern luchtvaartverdrag en zal volgens de toelichtende nota het Verdrag 1949 vervangen.
De Raad van State maakt opmerkingen met betrekking tot de beëindiging van het Verdrag 1949, de voorlopige toepassing van het Verdrag 2003 en de aangewezen luchtvaartmaatschappij.
1. Volgens de toelichtende nota vervangt het Verdrag 2003 het Verdrag 1949 en heeft de goedkeuring die gevraagd wordt niet alleen betrekking op het Verdrag 2003, maar ook op het beëindigen van het Verdrag 1949.
Het college wijst erop dat de beëindiging van het Verdrag 1949 een aangelegenheid van het Koninkrijk is als gevolg van het feit dat het verdrag geldt voor het gehele Koninkrijk.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen en in de afzonderlijke goedkeuring van de beëindiging van het Verdrag 1949 op de daartoe geëigende wijze te voorzien.
2. Weliswaar vermeldt artikel 22 van het Verdrag 2003 dat dit verdrag voorlopig wordt toegepast vanaf de dertigste dag na de datum van ondertekening ervan, maar dat laat onverlet dat het Verdrag 1949 blijft gelden zolang het niet is beëindigd. In de toelichting dient te worden ingegaan op de verenigbaarheid van deze voorlopige toepassing met de rechten en verplichtingen die uit het Verdrag 1949 voortvloeien.
3. Elke partij kan op grond van artikel 3, eerste lid, van het Verdrag 2003 één luchtvaartmaatschappij aanwijzen voor het uitvoeren van de luchtdiensten tussen Nederland en Iran. De door de ene partij aangewezen luchtvaartmaatschappij krijgt van de andere partij een exploitatievergunning (tweede lid). Een exploitatievergunning kan aan een luchtvaartmaatschappij geweigerd worden of er kunnen nadere voorwaarden worden gesteld, indien niet naar genoegen is aangetoond dat een aanmerkelijk deel van de eigendom van, en het daadwerkelijke toezicht op die luchtvaartmaatschappij berusten bij de partij, die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen, of bij haar onderdanen (vierde lid). De exploitatievergunning kan op grond van artikel 4, eerste lid, onder c, van het Verdrag 2003 ook om dezelfde redenen worden ingetrokken of opgeschort.
In het licht van de op handen zijnde vergaande samenwerking tussen KLM en Air France acht de Raad het van belang dat de toelichting daaraan aandacht besteedt, indien die samenwerking van belang kan zijn bij de toepassing van de artikelen 3, vierde lid, en 4, eerste lid, onder c, van het Verdrag 2003.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Nader rapport (reactie op het advies) van 10 december 2004
In zijn advies stelt de Raad dat de beëindiging van de op 31 oktober 1949 te Teheran totstandgekomen Overeenkomst tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Keizerlijke regering van Iran betreffende commerciële luchtdiensten en via hun onderscheidenlijke grondgebieden (Trb. 1952, 108) (hierna: Verdrag van 1949) een aangelegenheid is van het Koninkrijk. Voor de ondertekening en parlementaire goedkeuring van het onderhavige verdrag is op 19 maart 1999 instemming verkregen van de Ministerraad van het Koninkrijk. Abusievelijk heb ik U bij brief van 15 december 2003, nr. DJZ/VE-1012/03, verzocht het verdrag aan de Raad van State ter advisering voor te leggen, waar dit de Raad van State van het Koninkrijk had moeten zijn.
De Raad adviseert de toelichting aan te passen en in de afzonderlijke goedkeuring van de beëindiging van het Verdrag van 1949 op de daartoe geëigende wijze te voorzien. Daar de beëindiging van het Verdrag van 1949 en de goedkeuring van het onderhavige verdrag nauw met elkaar verband houden, ben ik voornemens U te verzoeken het onderhavige verdrag, vergezeld van een nieuwe toelichtende nota, om advies te zenden aan de Raad van State van het Koninkrijk.
Daartoe gemachtigd door de ministerraad van het Koninkrijk moge ik U, mede namens de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, verzoeken goed te vinden dat het advies van de Raad van State buiten verdere behandeling wordt gelaten en dat het onderhavige nader rapport tezamen met het advies van de Raad van State en de toelichtende nota bij het verdrag zoals deze aan de Raad van State is voorgelegd, openbaar wordt gemaakt.
De Minister van Buitenlandse Zaken