Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W09.03.0542/V

Ontwerpbesluit houdende regels over de verdeling van de capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur (Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur), met nota van toelichting.

Kenmerk
W09.03.0542/V
Datum advies
19 februari 2004
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit houdende regels over de verdeling van de capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur (Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 5 januari 2004, no.03.005384, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Verkeer en Waterstaat, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende regels over de verdeling van de capaciteit van de hoofdspoorweginfrastructuur (Besluit capaciteitsverdeling hoofdspoorweginfrastructuur), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit betreft de uitwerking van enkele artikelen uit de nog in werking te treden Spoorwegwet en de implementatie van een aantal artikelen uit richtlijn 2001/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2001 inzake de toewijzing van spoorweginfrastructuurcapaciteit en de heffing van rechten voor het gebruik van spoorweginfrastructuur alsmede inzake veiligheidscertificering (PbEG L 75) (hierna: richtlijn 2001/14/EG). In het bijzonder worden daarin nadere regels gegeven over de op te stellen netwerkverklaring van de beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur en de verdeling van de infrastructuurcapaciteit ten behoeve van de gebruikers van het spoor.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen met betrekking tot de opzet en de wijze van implementeren, enkele afwijkingen van de richtlijn en de te late implementatie. Hij is van oordeel dat in verband daarmee aanpassing van het ontwerpbesluit wenselijk is.

1. Versnippering bij implementatie.
Aan zowel de Spoorwegwet als het ontwerpbesluit ligt de harmonisatierichtlijn 2001/14/EG ten grondslag. Die richtlijn wordt niet alleen in die wet en dit ontwerpbesluit geïmplementeerd, doch ook in enkele andere op de Spoorwegwet gebaseerde besluiten met specifieke deelonderwerpen uit die wet en de richtlijn. Daardoor ontstaat een verbrokkeld en minder toegankelijk geheel. Om de procedure van de capaciteitsverdeling goed te kunnen doorgronden, kan niet worden volstaan met alleen kennisneming van het ontwerpbesluit. Tegelijkertijd moet kennis worden genomen van bepaalde artikelen uit de Spoorwegwet, het ontwerpbesluit en de richtlijn. Pas dan wordt duidelijk dat bijvoorbeeld voor capaciteitsverdelingen netwerkverklaringen moeten worden opgesteld, dat daarin met name benoemde uitgangspunten moeten worden opgenomen en dat er aanvragen moeten worden ingediend.
Ter bevordering van de toegankelijkheid en de leesbaarheid van het ontwerpbesluit adviseert het college aan de nota van toelichting een transponeringstabel toe te voegen waarin wordt aangegeven welke bepalingen van de richtlijn in dit ontwerpbesluit dan wel in andere algemene maatregelen van bestuur of de Spoorwegwet worden uitgewerkt.

2. De wijze van implementatie.
Voorts is het college van mening dat de gedeeltelijke implementatie van richtlijn 2001/14/EG en ook het werken met twee systemen van implementatie het ontwerpbesluit onoverzichtelijk maakt. Soms wordt geïmplementeerd door letterlijke uitwerking of overname van een richtlijnbepaling in de nationale wetgeving en soms gebeurt dit door simpele verwijzing. Zo vormt artikel 9, eerste lid, van het ontwerpbesluit de uitwerking van artikel 22, eerste lid, van de richtlijn, terwijl in dit lid tevens wordt verwezen naar andere artikelen van de richtlijn, namelijk 25 en 26. De betekenis van artikel 9, eerste lid, wordt dus pas duidelijk door lezing van de tekst van het besluit in combinatie met die van de richtlijn. Hierbij komt dat de richtlijn of bepalingen hieruit waarnaar wordt verwezen, soms niet gemakkelijk te beoordelen zijn op de vraag of de betreffende bepaling omzetting in het nationale recht van lidstaten behoeft of niet. Bovendien blijkt de implementatie, zoals in enkele van de volgende punten wordt aangegeven, niet altijd even nauwkeurig. Ten slotte ontstaat door de simpele verwijzing in bijvoorbeeld artikel 4 van het ontwerpbesluit naar een drietal volledige artikelen van de richtlijn een weinig nauwkeurige regelgeving, nu deze richtlijnartikelen ook elementen inhouden, die geen onderdeel uitmaken van de procedure waarover artikel 4 van het ontwerpbesluit spreekt en die voor een deel al zijn geïmplementeerd in de Spoorwegwet.
De gekozen vorm van implementatie komt de kenbaarheid van de inhoud van het betreffende besluit niet ten goede en kan misverstanden oproepen. Deze tekortkoming kan worden ondervangen door verwijzingen naar volledige bepalingen van de richtlijn achterwege te laten en in plaats daarvan de betreffende bepalingen voorzover ze in het besluit een plaats moeten vinden, uit te werken. De Raad beveelt aan het besluit op dit punt te herzien.

3. De gerechtigde.
Artikel 2 van het ontwerpbesluit betreft de implementatie van artikel 2, onderdeel b, van de richtlijn. Het gaat om de definitie van de aanvrager in de richtlijn, die gerechtigd is tot het sluiten van een toegangs- of een kaderovereenkomst met de beheerder. In de richtlijndefinitie betreft dat iedere natuurlijke of rechtspersoon die om redenen van openbare dienst of commerciële reden een aantoonbaar belang heeft. In de nationale bepaling is het onderdeel “om redenen van openbare dienst” niet overgenomen. In de toelichting wordt daarvoor geen verklaring gegeven.
De Raad adviseert de tekst van artikel 2 van het ontwerpbesluit in overeenstemming te brengen met die van artikel 2, onderdeel b, van de richtlijn.

4. Artikel 3, aanhef en onderdeel b, ontwerpbesluit.
Artikel 3, aanhef en onderdeel b, van het ontwerpbesluit biedt de beheerder de mogelijkheid de bij de toegangsovereenkomst verdeelde capaciteit te laten vervallen in geval van nood indien dit absoluut noodzakelijk is ten gevolge van een storing die de infrastructuur tijdelijk onbruikbaar maakt. In artikel 29, tweede lid, van de richtlijn, waarvan artikel 3, aanhef en onderdeel b, de implementatie betreft, staat tussen “in geval van nood” en “indien dit absoluut noodzakelijk is ten gevolge van een storing die de infrastructuur tijdelijk onbruikbaar maakt” het voegwoord “en”. Door dit niet over te nemen is de betekenis van de bepalingen niet meer met elkaar in overeenstemming. In de toelichting wordt voor het weglaten van het voegwoord geen verklaring gegeven.
Het college adviseert artikel 3, onderdeel b, van het ontwerpbesluit in overeenstemming te brengen met de richtlijnbepaling.

5. De capaciteitsbehoefte.
Het ontwerpbesluit bevat in de artikel 7 en volgende ter implementatie van de richtlijn een tamelijk gecompliceerde regeling voor het overbelast verklaren van infrastructuur en voor prioriteiten te hanteren voor het verdelen van capaciteit op infrastructuur die overbelast is verklaard.
Aan deze regeling en de regeling voor de toekenning van capaciteit in het algemeen ligt ten grondslag de gedachte dat er meerdere aanvragers om capaciteit zullen zijn, waarvan de aanvragen op elkaar zullen moeten worden afgestemd. Dit is in de onderlinge verhouding tussen reizigers- en goederenvervoer inderdaad het geval. Binnen het reizigersvervoer zijn er echter minder aanvragers van capaciteit dan waarmee vroeger wel rekening is gehouden. Dit roept de vraag op in welke mate de regeling voor het overbelast verklaren van infrastructuur daadwerkelijk toepassing zal moeten krijgen. De toelichting geeft daarover geen opheldering en biedt evenmin inzicht in de vraag in hoeverre de huidige infrastructuur nu al tekort schiet om aan de vraag naar capaciteit tegemoet te komen. Daarmee blijft onduidelijk of de betreffende regeling slechts wordt vastgesteld om aan een implementatieverplichting te voldoen of ook daadwerkelijk in een behoefte zal gaan voorzien. De Raad adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen.

6. Te late implementatie.
Artikel 38 van de richtlijn stelt 15 maart 2003 als uiterste implementatiedatum. Die datum is overschreden.
De Raad adviseert in de nota van toelichting in te gaan op de gevolgen van deze overschrijding.

7. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State van 19 februari 2004, no.W09.03.0542/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- In de nota van toelichting, algemeen deel, onderdeel “stap 4”, in de alinea beginnend met “De richtlijn geeft aan dat ”(kamerstukken II, 2003/04, 29273, nr 4)” wijzigen in: (Kamerstukken II, 2003/04, 29 273, nr 1).
- Voorts in de daarna volgende zin “ruimte” wijzigen in: ruime.



Nader rapport (reactie op het advies) van 29 november 2004

1. In overeenstemming met de aanbeveling van de Raad is aan de nota van toelichting een transponeringstabel toegevoegd, waarin wordt aangegeven welke bepalingen van richtlijn 2001/14/EG in dit besluit dan wel in andere algemene maatregelen van bestuur of de Spoorwegwet worden uitgewerkt.

2. In dit besluit wordt niet beoogd de capaciteitsverdeling in zijn geheel te reguleren. Capaciteitsverdeling wordt in eerste instantie gezien als een zaak tussen beheerder en gerechtigden. Vanuit die optiek is er voor gekozen om de procedure voor de capaciteitsverdeling niet volledig uit te schrijven, maar te volstaan met verwijzing naar concrete richtlijnbepalingen. Dit om partijen - binnen de kaders van de richtlijn - de mogelijkheid te bieden om de verdelingsprocedure zelf naar eigen goeddunken in te richten. Slechts daar waar verwijzingen naar de richtlijn zouden kunnen leiden tot misverstanden, zijn richtlijnbepalingen volledig uitgeschreven.

3. Het onderdeel “om redenen van openbare dienst” is niet in artikel 2 van dit besluit opgenomen, omdat het reeds in artikel 57, onderdeel b, van de Spoorwegwet is geïmplementeerd. In dit artikel staat namelijk dat concessieverleners als bedoeld in artikel 20 van de Wet personenvervoer 2000 gerechtigd zijn tot het sluiten van een toegangsovereenkomst en een kaderovereenkomst met de beheerder ten behoeve van het openbaar vervoer per trein. Artikel 2 van dit besluit is gebaseerd op artikel 57, onderdeel c, van de Spoorwegwet die de mogelijkheid biedt om zogenoemde “gemachtigde aanvragers” te introduceren.

4. Het advies van de Raad om artikel 3, onderdeel b, van het ontwerpbesluit in overeenstemming te brengen met de richtlijnbepaling is overgenomen.

5. Niet alleen tussen personen- en goederenvervoerders, maar ook binnen het personenvervoer is er behoefte aan prioriteitscriteria, aangezien er hier meerdere vervoerders capaciteit aanvragen op dezelfde lijnen als NS Reizigers. Te denken valt aan Synthus en Noordned. De regels hieromtrent voorzien dus wel in een noodzaak, temeer daar op sommige lijnen op dit moment reeds een capaciteitsgebrek dreigt te ontstaan. De nota van toelichting is op dit punt aangevuld.

6. De gevolgen van de te late implementatie zijn met name dat het nu geldende Interimbesluit capaciteitstoewijzing spoorwegen niet de mogelijkheid biedt om meerjarig rechten toe te kennen. Op grond van het nu voorliggende besluit kunnen, voortvloeiend uit de Richtlijn, via kaderovereenkomsten wel meerjarige rechten worden toegekend. Daarnaast bevat dit besluit in overeenstemming met de richtlijn de verplichting om een capaciteitsanalyse en een capaciteitsvergrotingsplan op te stellen indien de infrastructuur overbelast wordt verklaard. Dat is ook nieuw ten opzichte van de huidige situatie. Voor het overige heeft richtlijn 2001/14 grote overeenkomsten met het huidige systeem van capaciteitsverdeling in Nederland. De gevolgen van niet tijdige implementatie van richtlijn 2001/14 zijn als gevolg hiervan voor de capaciteitsverdeling beperkt. Daar komt bij dat Prorail in de netverklaring 2005 reeds uitvoering heeft gegeven aan die bepalingen die voor de beheerder relevant zijn, voorzover het uitvoeren van die bepalingen niet conflicteert met de vigerende wet- en regelgeving.

7. De door de raad gemaakte redactionele kanttekeningen zijn verwerkt.

8. Bij nadere overweging is het wenselijk gebleken nog enige aanpassingen in het ontwerpbesluit aan te brengen.
Aan artikel 3 is een nieuw onderdeel f toegevoegd, dat zegt dat als algemene voorwaarde bij de toegangsovereenkomst wordt gehanteerd dat gerechtigde aan de beheerder informatie moet aanleveren die nodig is voor het opstellen van de EU-statistieken van het spoorvervoer (Verordening 91/2003) en voor het opstellen van ontwerp geluidskaarten (Richtlijn 2002/49/EG). In de netverklaring zal specifiek worden aangegeven om welke informatie het gaat. Deze informatie is nodig om de voor Nederland geldende verplichtingen op grond van deze Europese wet- en regelgeving na te kunnen leven.

Het overgangsrecht in artikel 14 is geactualiseerd. Aanpassing was nodig omdat bij het opstellen van dit besluit nog werd uitgegaan van inwerkingtreding per 1 januari 2004. Tevens is artikel 14, tweede lid, een overgangsregeling getroffen voor de gebruiksvergoeding. Het huidige Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur is gebaseerd op de artikelen 31 en 32 van de huidige Spoorwegwet. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Spoorwegwet worden deze artikelen ingetrokken en zal het Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur - aangezien de wens bestaat dit besluit nog één jaar te laten gelden - van een nieuwe grondslag voorzien moeten worden. Artikel 62 van de Spoorwegwet biedt deze nieuwe grondslag. De wens bestaat om het Besluit gebruiksvergoeding nog één jaar te laten gelden, omdat dit besluit voorziet in een ingroeiregeling dat spoorvervoerders geleidelijk laat wennen aan het tarief dat Richtlijn 2001/14 voorschrijft. In het derde lid wordt geregeld, dat gedurende 2005 de nadere indicatoren en richtwaarden, opgenomen in het beheerplan van ProRail, gelden als aanvullende algemene voorwaarden met betrekking tot de kwaliteit van de hoofdspoorweginfrastructuur.

Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting wederom doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Minister van Verkeer en Waterstaat

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon