Ontwerpbesluit tot intrekking van het Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging koolstofmonoxide en de daarmee verband houdende regeling, met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W08.04.0532/V
- Datum advies
- 26 november 2004
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 11 januari 2005, nr 7
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot intrekking van het Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging koolstofmonoxide en de daarmee verband houdende regeling, met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 8 november 2004, no.04.004231, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot intrekking van het Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging koolstofmonoxide en de daarmee verband houdende regeling, met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit strekt tot intrekking van het Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging koolmonoxide en de Typekeuringsregeling houtkachels luchtverontreiniging koolmonoxide. De intrekking houdt verband met een ingebrekestelling van Nederland door de Europese Commissie (hierna: Commissie). De Commissie heeft de ingebrekestelling opgesteld naar aanleiding van een klacht van een marktdeelnemer ten aanzien van de genoemde regelgeving.
De Raad van State onderschrijft het ontwerpbesluit, maar plaatst een opmerking bij hetgeen in de nota van toelichting gesteld wordt met betrekking tot notificatie.
1. In paragraaf 3 van de nota van toelichting wordt medegedeeld dat het ontwerpbesluit niet aan de Commissie is genotificeerd op grond van de notificatierichtlijn (richtlijn nr. 98/34/EG). Als reden voor het niet notificeren wordt gesteld dat uit het zogeheten Margarine-arrest (C-273/94) is af te leiden, dat wanneer er geen strengere of soepelere technische voorschriften worden gesteld, geen notificatie nodig is. In het geval van het ontwerpbesluit, waarin sprake is van intrekking van technische voorschriften, is, zo stelt de toelichting, er evenmin sprake van strengere of soepelere technische voorschriften en behoeft het ontwerpbesluit dus niet te worden genotificeerd.
De Raad onderschrijft de conclusie dat notificatie van het ontwerpbesluit niet nodig is. Het college is evenwel van oordeel dat dit uit de tekst van de richtlijn zelf volgt. In artikel 8, eerste lid, eerste alinea, van de richtlijn, dat de notificatieplicht met betrekking tot technische voorschriften behelst, is immers sprake van een "ontwerp voor een technisch voorschrift" en de "redenen waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is". Het artikel ziet derhalve niet op de intrekking van technische voorschriften. Bovendien is de Commissie in verband met de ingebrekestelling toch al bij de onderhavige materie betrokken.
De Raad wijst er in dit verband echter op dat in de toelichting ten onrechte wordt gerefereerd aan het Margarine-arrest en dat aan dit arrest bovendien een onjuiste betekenis wordt toegekend. Genoemd arrest betrof de Vrijstellingsregeling Margarinebesluit, waarin vrijstelling wordt verleend van bepaalde technische voorschriften in het Margarinebesluit, mits de margarine wordt bereid met behulp van door de Vrijstellingsregeling toegestane vervangende stoffen. Het betoog van de Nederlandse regering dat de Vrijstellingsregeling niet behoefde te worden genotificeerd, omdat de regeling ruimere mogelijkheden voor het verhandelen van margarine biedt wordt in het arrest verworpen. Blijkens het arrest zijn de Lid-Staten ingevolge artikel 8 van de notificatierichtlijn gehouden ieder ontwerp voor een technisch voorschrift aan de Commissie mede te delen.
Aangezien het ontwerpbesluit, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, niet ziet op vaststelling van een technisch voorschrift, kan ook uit het Margarine-arrest ten aanzien van het ontwerpbesluit geen notificatieplicht worden afgeleid.
De Raad adviseert paragraaf 3 van de nota van toelichting in bovengenoemde zin aan te passen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W08.04.0532/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In paragraaf 1, onder "Herijking regelgeving", voorlaatste alinea, van de nota van toelichting "RIVM" voluit schrijven.
- In paragraaf 1, onder "Herijking regelgeving", laatste volzin, van de nota van toelichting "gebeurd" vervangen door: gebeurt.
Nader rapport (op het advies) van 13 december 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan de opmerkingen van de Raad aandacht zal zijn geschonken.
1. De Raad van State is van oordeel dat de in paragraaf 3 van de nota van toelichting gegeven motivering om het ontwerpbesluit niet overeenkomstig richtlijn nr. 98/34/EG te notificeren bij de Europese Commissie, niet juist is. De Raad is terecht van oordeel dat die richtlijn zelf voldoende grond biedt om niet tot notificatie over te gaan. Het advies van de Raad om de betreffende passage in vorenbedoelde zin aan te passen, heb ik opgevolgd.
2. De redactionele kanttekeningen heb ik in de nota van toelichting verwerkt.
3. Verder heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om het opschrift aan te vullen om daarmee zichtbaar te maken dat dit besluit tevens strekt tot aanpassing van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Het ontwerpbesluit strekt tot intrekking van het Besluit typekeuring houtkachels luchtverontreiniging koolmonoxide en de Typekeuringsregeling houtkachels luchtverontreiniging koolmonoxide. De intrekking houdt verband met een ingebrekestelling van Nederland door de Europese Commissie (hierna: Commissie). De Commissie heeft de ingebrekestelling opgesteld naar aanleiding van een klacht van een marktdeelnemer ten aanzien van de genoemde regelgeving.
De Raad van State onderschrijft het ontwerpbesluit, maar plaatst een opmerking bij hetgeen in de nota van toelichting gesteld wordt met betrekking tot notificatie.
1. In paragraaf 3 van de nota van toelichting wordt medegedeeld dat het ontwerpbesluit niet aan de Commissie is genotificeerd op grond van de notificatierichtlijn (richtlijn nr. 98/34/EG). Als reden voor het niet notificeren wordt gesteld dat uit het zogeheten Margarine-arrest (C-273/94) is af te leiden, dat wanneer er geen strengere of soepelere technische voorschriften worden gesteld, geen notificatie nodig is. In het geval van het ontwerpbesluit, waarin sprake is van intrekking van technische voorschriften, is, zo stelt de toelichting, er evenmin sprake van strengere of soepelere technische voorschriften en behoeft het ontwerpbesluit dus niet te worden genotificeerd.
De Raad onderschrijft de conclusie dat notificatie van het ontwerpbesluit niet nodig is. Het college is evenwel van oordeel dat dit uit de tekst van de richtlijn zelf volgt. In artikel 8, eerste lid, eerste alinea, van de richtlijn, dat de notificatieplicht met betrekking tot technische voorschriften behelst, is immers sprake van een "ontwerp voor een technisch voorschrift" en de "redenen waarom de vaststelling van dit technisch voorschrift nodig is". Het artikel ziet derhalve niet op de intrekking van technische voorschriften. Bovendien is de Commissie in verband met de ingebrekestelling toch al bij de onderhavige materie betrokken.
De Raad wijst er in dit verband echter op dat in de toelichting ten onrechte wordt gerefereerd aan het Margarine-arrest en dat aan dit arrest bovendien een onjuiste betekenis wordt toegekend. Genoemd arrest betrof de Vrijstellingsregeling Margarinebesluit, waarin vrijstelling wordt verleend van bepaalde technische voorschriften in het Margarinebesluit, mits de margarine wordt bereid met behulp van door de Vrijstellingsregeling toegestane vervangende stoffen. Het betoog van de Nederlandse regering dat de Vrijstellingsregeling niet behoefde te worden genotificeerd, omdat de regeling ruimere mogelijkheden voor het verhandelen van margarine biedt wordt in het arrest verworpen. Blijkens het arrest zijn de Lid-Staten ingevolge artikel 8 van de notificatierichtlijn gehouden ieder ontwerp voor een technisch voorschrift aan de Commissie mede te delen.
Aangezien het ontwerpbesluit, zoals hiervoor reeds is opgemerkt, niet ziet op vaststelling van een technisch voorschrift, kan ook uit het Margarine-arrest ten aanzien van het ontwerpbesluit geen notificatieplicht worden afgeleid.
De Raad adviseert paragraaf 3 van de nota van toelichting in bovengenoemde zin aan te passen.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W08.04.0532/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
- In paragraaf 1, onder "Herijking regelgeving", voorlaatste alinea, van de nota van toelichting "RIVM" voluit schrijven.
- In paragraaf 1, onder "Herijking regelgeving", laatste volzin, van de nota van toelichting "gebeurd" vervangen door: gebeurt.
Nader rapport (op het advies) van 13 december 2004
De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat aan de opmerkingen van de Raad aandacht zal zijn geschonken.
1. De Raad van State is van oordeel dat de in paragraaf 3 van de nota van toelichting gegeven motivering om het ontwerpbesluit niet overeenkomstig richtlijn nr. 98/34/EG te notificeren bij de Europese Commissie, niet juist is. De Raad is terecht van oordeel dat die richtlijn zelf voldoende grond biedt om niet tot notificatie over te gaan. Het advies van de Raad om de betreffende passage in vorenbedoelde zin aan te passen, heb ik opgevolgd.
2. De redactionele kanttekeningen heb ik in de nota van toelichting verwerkt.
3. Verder heb ik van de gelegenheid gebruik gemaakt om het opschrift aan te vullen om daarmee zichtbaar te maken dat dit besluit tevens strekt tot aanpassing van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen Wet milieugevaarlijke stoffen.
Ik moge U hierbij, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer