Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W08.04.0032/V

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (uitvoering Euratom-richtlijn basisnormen), met nota van toelichting.

Kenmerk
W08.04.0032/V
Datum advies
2 april 2004
Vindplaats
Bijvoegsel Staatscourant 13 juli 2004, nr 131
  • Infrastructuur en Waterstaat
  • Algemene maatregel van bestuur

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (uitvoering Euratom-richtlijn basisnormen), met nota van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 14 januari 2004, no. 04.000080, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, mede namens de Minister van Economische Zaken, de Minister van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (uitvoering Euratom-richtlijn basisnormen), met nota van toelichting.

Het ontwerpbesluit strekt tot verdere implementatie van richtlijn 96/29/EURATOM (hierna: de richtlijn) in het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen (hierna: het Vervoersbesluit). Implementatie hiervan heeft reeds gedeeltelijk plaatsgevonden in de Kernenergiewet, een drietal eerdere besluiten, en in een ministeriële regeling.(zie noot 1)
De wijzigingen in het Vervoersbesluit hebben betrekking op het vervoer van radioactieve stoffen en materialen en bevatten onder andere wijzigingen in de terminologie en in de gegevens die nodig zijn bij de aanvraag van een vergunning.
De Raad van State kan zich vinden in het ontwerpbesluit, maar maakt een aantal opmerkingen over de wijze van implementatie. In verband daarmee is enige aanpassing van het voorstel wenselijk.

1. De Raad maakt over de wijze van implementatie de volgende opmerkingen.

a. De Raad merkt op dat implementatie heeft plaatsgevonden in meerdere besluiten. Uit de toelichting wordt niet duidelijk of met het thans aanhangige ontwerpbesluit de implementatie voltooid is, of dat nog verdere implementatie zal plaatsvinden.
De Raad adviseert in de toelichting hierop in te gaan.

b. Volgens de toelichting wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om tevens een wijziging in het Vervoersbesluit aan te brengen teneinde volledige uitvoering te geven aan het Reglement betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen per spoor. Het betreft hier een nieuwe meldingsplicht voor het vanaf Nederlands grondgebied naar het grondgebied van een andere lidstaat van de Europese Unie brengen of doen brengen van open bronnen, waaronder radioactief besmet schroot.
De Raad wijst op het uitgangspunt dat bij implementatie geen andere regels worden opgenomen dat voor de implementatie noodzakelijk zijn(zie noot 2), teneinde geen onnodige vertraging op te lopen. Nu volgens de toelichting bij de onderdelen H en X deze wijziging bovendien leidt tot administratieve lasten voor het bedrijfsleven acht de Raad opname hiervan in dit besluit niet wenselijk.
Hij adviseert deze wijziging in een afzonderlijk besluit onder te brengen.

c. De paragraaf over notificatie in het algemeen deel van de toelichting bevat uitsluitend een pro memorie toegevoegde standaardtekst. In plaats daarvan dient te worden vermeld wanneer notificatie heeft plaatsgevonden alsmede de eventuele reacties daarop.
De Raad adviseert deze paragraaf in bovengenoemde zin te wijzigen.

d. De Raad constateert dat volgens artikel 55, eerste lid, van de richtlijn de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen om vóór 13 mei 2000 aan deze richtlijn te voldoen. Deze termijn is thans ruimschoots overschreden.
Hij adviseert in de toelichting in te gaan op de gevolgen van deze overschrijding.

2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De Vice-President van de Raad van State


Bijlage bij het advies van de Raad van State van 2 april 2004, no.W08.04.0032/V met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- De correcte citeertitel van "ministeriële regeling rechtvaardiging handelingen en werkzaamheden" gebruiken.
- In de toelichting bij artikel I, onderdeel C, de inhoud van artikel 39 van het Besluit stralingsbescherming weergeven, teneinde de zelfstandige leesbaarheid van de toelichting te bevorderen.
- In de toelichting bij artikel I, onderdelen H en X, artikel 4d nader motiveren, en in het bijzonder de gegevens die nodig zijn voor een rechtvaardiging als bedoeld in deze bepaling.
- In de implementatietabel bij artikel 3, eerste lid, van de richtlijn, in het bijbehorende vak van het Bvser de woorden "onder a" laten vervallen.
- In de implementatietabel, bij artikel 4, eerste lid, van de richtlijn in het bijbehorende vak van het Bvser de verwijzing naar 27, derde lid Bvser vervangen door 27, eerste lid, Bvser.
- In de implementatietabel bij artikel 4, tweede, lid, van de richtlijn in het bijbehorende vak van het Bvser de verwijzing naar artikel 27, eerste lid, Bvser laten vervallen.
- In de implementatietabel bij artikel 4, derde lid, van de richtlijn in het bijbehorende vak van de Bvser de verwijzing naar het vierde en zevende lid van artikel 27, zevende lid, Bvser laten vervallen.


Nader rapport (reactie op het advies) van 4 juni 2004

De Raad van State geeft U in overweging in dezen een besluit te nemen, nadat met zijn opmerkingen rekening zal zijn gehouden.

1. De opmerkingen van de Raad over de wijze van implementatie geven mij aanleiding tot het volgende.

a. Naar aanleiding van het advies van de Raad is in de nota van toelichting nader ingegaan op de stand van de implementatie van richtlijn 96/29/Euratom.

b. De aanpassing van het Vervoersbesluit aan het Reglement betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen per spoor dient ook tot uitvoering van een verplichting van internationaal recht, zij het niet van een Europees rechtelijke verplichting. Mede daarom is de vrijheid genomen om die aanpassing in het onderhavige ontwerpbesluit op te nemen. De door de Raad aangehaalde aanwijzing voor de regelgeving is bedoeld om vertraging van de

implementatie van Europees rechtelijke verplichtingen niet te vertragen. Het splitsen van het ontwerpbesluit op dit moment kan echter door toepassing van artikel 7a van de Bekendmakingswet - waardoor de "nahang" van het besluit achterwege kan worden gelaten - niet meer dan een marginale versnelling van de inwerkingtreding van het besluit bewerkstelligen. Daarom is het advies van de Raad niet gevolgd.
Overigens wijs ik erop dat de administratieve lasten die het besluit meebrengt, een gevolg zijn van de implementatie, niet van de aanpassing aan het reglement. Ook daarin kan dus geen grond zijn gelegen om deze beide elementen van het besluit uiteen te halen.

c. De standaardtekst over notificatie is inderdaad ten onrechte noch in-, noch aangevuld. Dat is nu wel gebeurd. De datum van notificatie is aangegeven en medegedeeld wordt dat de notificatie niet tot opmerkingen van de Commissie heeft geleid.

d. Op ’s Raads advies is in de nota van toelichting vermeld dat de te late implementatie van de richtlijn voor het onderwerp van het Vervoersbesluit geen gevolgen heeft.

2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om in artikel I, in de onderdelen E (artikel 3, eerste lid), H (artikel 4c, eerste lid), K (artikel 6, eerste lid), Q (artikel 24, eerste lid), U (artikel 28, eerste lid) en X (artikel 32, eerste lid), de verplichting tot toezending van meldingen en vergunningaanvragen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid te vervangen door een verplichting tot toezending aan de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijk Ordening en Milieubeheer. Dit in verband met de voor begin 2005 voorziene overgang van de eerste verantwoordelijkheid voor de vergunningverlening van de eerstgenoemde minister naar de laatstgenoemde. De nota van toelichting is daaraan voor zover nodig eveneens aangepast.
Tevens is in de artikelen 4c, eerste lid, en 32, eerste lid, de verplichting geschrapt om de daar bedoelde meldingen schriftelijk te doen. Dit maakt de weg vrij voor elektronische melding.
Voorts is in artikel 32a, eerste lid, onder f, "vergunning wordt aangevraagd" vervangen door: melding wordt gedaan. Het artikel heeft immers slechts betrekking op de gegevens die een melding moet bevatten.
Tenslotte zijn in de nota van toelichting enkele redactionele wijzigingen van onder-geschikte aard aangebracht.

Ik moge U hierbij, mede namens de Ministers van Economische Zaken en van Verkeer en Waterstaat en de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer


(1) Wet van 5 juli 2000 tot wijziging van de Kernenergiewet (Stbl. 2000, 313), Besluit Stralingsbescherming (Stbl. 2001, 397), Wijziging van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (Stbl. 2002, nr. 407), Wijziging van diverse besluiten op grond van de Kernenergiewet, (Stbl. 2002, nr. 566), en Regeling bekendmaking rechtvaardiging gebruik van ioniserende straling, Stcrt 24-12-2002, nr 248.
(2) Ar 337.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon