Zesde Aanvullend Protocol bij de Constitutie van de Wereldpostunie, met bijbehorende verdragen; Beijing, 15 september 1999 (Trb.2002, 205 en 221), met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W10.03.0496/II/K
- Datum advies
- 19 januari 2004
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2003/04, 29 638 (R 1762), B/2
- Economische Zaken en Klimaat
- Verdrag
Toon inhoud
Volledige tekst
Zesde Aanvullend Protocol bij de Constitutie van de Wereldpostunie, met bijbehorende verdragen; Beijing, 15 september 1999 (Trb.2002, 205 en 221), met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 29 november 2003, no.03.004936 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Economisch Zaken, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Zesde Aanvullend Protocol bij de Constitutie van de Wereldpostunie, met bijbehorende verdragen; Beijing, 15 september 1999 (Trb.2002, 205 en 221), met toelichtende nota.
Dit Protocol geeft de Raad van State van het Koninkrijk aanleiding tot het maken van een opmerking over de verschillende aanduidingen voor delen van het Koninkrijk. In de artikelen XXIII, vierde lid, en XXIV, zesde, achtste en elfde lid, worden voor die delen namelijk uiteenlopende aanduidingen gebruikt. In artikel XXIII, vierde lid, staat “de volgende landen … Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba”, in artikel XXIV, zesde en elfde lid, wordt “Nederland” gecombineerd met “lidstaat” en in artikel XXIV, achtste lid, staat alleen “Nederland”.
De Raad adviseert in de toelichtende nota de reikwijdte van deze verschillende aanduidingen te verduidelijken.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Protocol worden overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 22 maart 2004
De Raad van State van het Koninkrijk adviseert in de toelichtende nota de reikwijdte van de aanduidingen in het Protocol en de bijbehorende verdragen van Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba en de lidstaat Nederland te verduidelijken. Voor het overige kan de Raad zich met het Protocol, de bijbehorende verdragen en de toelichtende nota verenigen. Naar aanleiding van de door de Raad gemaakte opmerking is paragraaf 2 van de toelichtende nota aangevuld met een toelichting van de bedoelde aanduidingen.
Ik moge U, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, verzoeken de Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen het Protocol en de bijbehorende verdragen vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste Kamer en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan de Staten van Aruba.
De Minister van Economische Zaken
Dit Protocol geeft de Raad van State van het Koninkrijk aanleiding tot het maken van een opmerking over de verschillende aanduidingen voor delen van het Koninkrijk. In de artikelen XXIII, vierde lid, en XXIV, zesde, achtste en elfde lid, worden voor die delen namelijk uiteenlopende aanduidingen gebruikt. In artikel XXIII, vierde lid, staat “de volgende landen … Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba”, in artikel XXIV, zesde en elfde lid, wordt “Nederland” gecombineerd met “lidstaat” en in artikel XXIV, achtste lid, staat alleen “Nederland”.
De Raad adviseert in de toelichtende nota de reikwijdte van deze verschillende aanduidingen te verduidelijken.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Protocol worden overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat aan het vorenstaande aandacht zal zijn geschonken.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 22 maart 2004
De Raad van State van het Koninkrijk adviseert in de toelichtende nota de reikwijdte van de aanduidingen in het Protocol en de bijbehorende verdragen van Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba en de lidstaat Nederland te verduidelijken. Voor het overige kan de Raad zich met het Protocol, de bijbehorende verdragen en de toelichtende nota verenigen. Naar aanleiding van de door de Raad gemaakte opmerking is paragraaf 2 van de toelichtende nota aangevuld met een toelichting van de bedoelde aanduidingen.
Ik moge U, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, verzoeken de Minister van Buitenlandse Zaken te machtigen gevolg te geven aan zijn voornemen het Protocol en de bijbehorende verdragen vergezeld van de toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste Kamer en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan de Staten van Aruba.
De Minister van Economische Zaken