Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Adviezen ›
  3. W13.04.0251/III

Voorstel van wet houdende aanpassing van de Tabakswet, alsmede artikel V, tweede lid, van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Tabakswet (Stb.201) aan richtlijn nr. 2003/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de reclame en sponsoring voor tabaksproducten (PbEU L 152), met memorie van toelichting.

Kenmerk
W13.04.0251/III
Datum advies
2 juli 2004
Vindplaats
Kamerstukken II 2003/04, 29 721, nr 4
  • Volksgezondheid, Welzijn en Sport
  • Wet

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

Voorstel van wet houdende aanpassing van de Tabakswet, alsmede artikel V, tweede lid, van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Tabakswet (Stb.201) aan richtlijn nr. 2003/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de reclame en sponsoring voor tabaksproducten (PbEU L 152), met memorie van toelichting.

Bij Kabinetsmissive van 21 juni 2004, no.04.002419, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van wet houdende aanpassing van de Tabakswet, alsmede artikel V, tweede lid, van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Tabakswet (Stb.201) aan richtlijn nr. 2003/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de reclame en sponsoring voor tabaksproducten (PbEU L 152), met memorie van toelichting.

Dit wetsvoorstel strekt tot implementatie van richtlijn nr.2003/33/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 26 mei 2003 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de reclame en sponsoring voor tabaksproducten (PbEU L 152) (hierna: de richtlijn).
De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een aantal opmerkingen. Hij is van oordeel dat in verband daarmee enige aanpassing van het voorstel wenselijk is.

1. De Raad merkt op dat ten aanzien van de implementatie van artikel 2, onder c, van de richtlijn niet kan worden volstaan met verwijzing naar de definitiebepaling in artikel 1, onder g, van de Tabakswet. Ten eerste ontbreekt in deze definitie het element van sponsoring aan personen, hetgeen betekent dat de implementatie onvolledig is. Ten tweede kan verwarring ontstaan over de vraag of in de huidige definitiebepaling met “gevolg” zowel het rechtstreeks als het onrechtstreekse gevolg bedoeld is. Dit temeer aangezien elders in de Tabakswet wel van rechtstreeks of onrechtstreeks gevolg gesproken wordt (bijvoorbeeld in artikel 1, onder f, van de Tabakswet).
De Raad adviseert daarom ter implementatie van artikel 2, onder c, van de richtlijn in artikel 1, onder g, van de Tabakswet de zinsnede “een activiteit of evenement, die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct tot doel dan wel tot gevolg heeft” te vervangen door: een activiteit, evenement of persoon, die het bekendheid geven aan of het aanprijzen van een tabaksproduct tot doel dan wel rechtstreeks of onrechtstreeks tot gevolg heeft.

2. De Raad adviseert in te gaan op de gevolgen, die voor betrokkenen optreden nu de termijn van de ontheffingsmogelijkheid met één jaar wordt bekort (artikel II).

3. Artikel 10, eerste lid, van de richtlijn bepaalt dat de lidstaten uiterlijk op 31 juli 2005 aan de richtlijn moeten voldoen. Met de voorgestelde wijziging in artikel II is aan dit vereiste niet voldaan, aangezien de termijn van de ontheffing, bedoeld in artikel V, tweede lid, van de Wet van 18 april 2002 tot wijziging van de Tabakswet (Stb.4201), zodanig wordt gewijzigd dat deze tot en met 31 juli 2005 geldt.
De Raad adviseert deze termijn aan te passen door “31 juli” te vervangen door: 30 juli.

4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.

De Raad van State geeft U in overweging het voorstel van wet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.

De waarnemend Vice-President van de Raad van State



Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no.W13.04.0251/III met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.

- In de aanhef “alsmede artikel V” vervangen door: alsmede van artikel V.



Nader rapport (reactie op het advies) van 16 augustus 2004

De Raad van State onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar maakt een aantal opmerkingen.

De eerste opmerking betreft het aanpassen van de definitie van sponsoring in de Tabakswet aan de definitie van sponsoring in richtlijn 2003/33/EG. De Raad stelt dat het element van sponsoring van personen dient te worden toegevoegd en dat duidelijk tot uitdrukking dient te komen dat het ‘gevolg hebben’, zoals bedoeld in de definitie, op rechtstreekse of onrechtstreekse wijze kan worden bereikt. De tekst van het voorstel en de memorie van toelichting zijn conform het advies van de Raad aangepast.
Ten tweede adviseert de Raad om in te gaan op de gevolgen die voor betrokkenen optreden als de termijn van de ontheffingsmogelijkheid met één jaar wordt bekort (artikel II). De memorie van toelichting is overeenkomstig aangepast.
Ten derde wijst de Raad er op dat de datum zoals gewijzigd in artikel II van het wetsvoorstel niet 31 juli 2005, maar 30 juli 2005 dient te zijn. De reden daarvoor is artikel 10, eerste lid, van richtlijn 2003/33/EG. De tekst van het wetsvoorstel is overeenkomstig aangepast.

De redactionele kanttekening is overgenomen.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon