Ontwerpbesluit tot wijziging van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer in verband met geluidhinderbestrijding industrielawaai (verlenging subsidietermijn), met nota van toelichting.
- Kenmerk
- W08.03.0343/V
- Datum advies
- 1 december 2003
- Vindplaats
- Bijvoegsel Staatscourant 10 augustus 2004, nr 151
- Infrastructuur en Waterstaat
- Algemene maatregel van bestuur
Toon inhoud
Volledige tekst
Ontwerpbesluit tot wijziging van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer in verband met geluidhinderbestrijding industrielawaai (verlenging subsidietermijn), met nota van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 16 augustus 2003, no.03.003269 heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer in verband met geluidhinderbestrijding industrielawaai (verlenging subsidietermijn), met nota van toelichting.
Op basis van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer (Solm) zijn in de jaren 1995 tot en met 2002 aan de provincies subsidies verstrekt ter bestrijding van geluidhinder door industrieterreinen. Niet alle saneringsmaatregelen zijn afgerond voor 1 januari 2003, zoals de bedoeling was
Het voorgelegde wijzigingsbesluit is in hoofdzaak gericht op een zekere herverdeling van de reeds ingevolge artikel 6b achteraf toegekende subsidies. Daarnaast wordt het doel van de subsidiëring enigszins gewijzigd (artikel 6a, eerste lid) en wordt de termijn gedurende welke sommige te subsidiëren activiteiten kunnen worden verricht, verlengd tot eind 2004.
De Raad kan met de strekking van het ontwerpbesluit instemmen, maar heeft bezwaren tegen de wijze waarop de voorgenomen herverdeling van subsidiegelden haar beslag moet krijgen. In verband daarmee kan hij over het ontwerp in deze vorm niet positief adviseren.
1. Nu over de beoogde herverdeling van de reeds krachtens het Solm verstrekte subsidies overeenstemming bestaat met de betrokken provinciebesturen, bestaat tegen die herverdeling uit een oogpunt van rechtszekerheid geen bezwaar.
Het ontwerpbesluit wil de herverdeling tot stand brengen door de verdeelsleutel van artikel 6b, eerste lid, achteraf te wijzigen; alleen voor 2003 is het in zoverre niet achteraf, dat het wijzigingsbesluit moet terugwerken tot 1 januari 2003.
Daarmee kan het beoogde doel echter niet worden bereikt. Daarvoor zou - in de beoogde systematiek - nodig zijn terugwerkende kracht tot en met 1995 (waarbij bovendien rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat in 1995 tweemaal een uitkering heeft plaatsgehad), met bepaling dat de minister de reeds genomen beschikkingen hetzij intrekt en vervangt door nieuwe, overeenkomstig de nieuwe tekst van artikel 6b, eerste lid, hetzij achteraf wijzigt. Een dergelijke intrekking of wijziging moet echter voor onmogelijk worden gehouden, nu de betrokken toekenningsbeschikkingen - afgezien wellicht van de in 2003 genomen beschikkingen - reeds zijn uitgewerkt doordat de daaruit voortvloeiende betalingen zijn verricht.
Daarom geeft de Raad in overweging te kiezen voor een ander stelsel. Aan het bestaande artikel 6b zou kunnen worden toegevoegd dat het eerste lid niet meer geldt na 2003. Vervolgens zou in een nieuw artikel kunnen worden bepaald dat de provincies die “te veel” hebben ontvangen, gemeten naar de nieuwe verdeelsleutel, dat teveel dienen terug te storten, en dat de tekortprovincies hun tekort krijgen aangevuld.
Daarmee zou een eenvoudige rechtsgrondslag worden geschapen voor de voorgenomen operatie, die precies zegt wat de bedoeling is.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State heeft mitsdien bezwaar tegen het ontwerpbesluit en geeft U in overweging niet aldus te besluiten.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 1 december 2003, no.W08.03.0343/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
– In artikel I, onderdeel D, tevens bepalen dat in artikel 6d, eerste lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer de datum “1 januari 2003” wordt vervangen door “1 januari 2005”, nu sommige maatregelen ook in 2003 en 2004 zullen kunnen worden genomen.
– In het voorgestelde artikel 6b, eerste lid, in overeenstemming met de officiële naam van de desbetreffende provincie, “Friesland” vervangen door: Fryslân.
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 juni 2004
1. Naar aanleiding van het advies van Raad is gekozen voor een ander stelsel. Aan het bestaande artikel 6b is toegevoegd dat het eerste lid niet geldt na 2003. Vervolgens is in een nieuw artikel 6c bepaald dat provincies die "te veel" hebben ontvangen, gemeten naar de nieuwe verdeelsleutel, eveneens opgenomen in artikel 6c, dat teveel dienen terug te storten, en dat de tekortprovincies hun tekort krijgen aangevuld. De nota van toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling in het ontwerpbesluit meer in lijn te doen zijn met artikel 21.6, vijfde lid van de Wet milieubeheer dat bepaalt dat een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer niet eerder in werking treedt dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Voor een aantal bepalingen wordt voorzien in terugwerkende kracht om geen lacunes in de subsidieprocedure te laten ontstaan. Indien bijvoorbeeld het nieuwe artikel 6b, vijfde lid, van het Subsidiebesluit geen terugwerkende kracht zou hebben, zou de minister nog eenmaal het subsidiebedrag op eennegende van het voor een provincie beschikbare bedrag moeten vaststellen, terwijl dat inmiddels al negenmaal is gebeurd. De terugwerkende kracht heeft geen materiële consequenties.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Op basis van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer (Solm) zijn in de jaren 1995 tot en met 2002 aan de provincies subsidies verstrekt ter bestrijding van geluidhinder door industrieterreinen. Niet alle saneringsmaatregelen zijn afgerond voor 1 januari 2003, zoals de bedoeling was
Het voorgelegde wijzigingsbesluit is in hoofdzaak gericht op een zekere herverdeling van de reeds ingevolge artikel 6b achteraf toegekende subsidies. Daarnaast wordt het doel van de subsidiëring enigszins gewijzigd (artikel 6a, eerste lid) en wordt de termijn gedurende welke sommige te subsidiëren activiteiten kunnen worden verricht, verlengd tot eind 2004.
De Raad kan met de strekking van het ontwerpbesluit instemmen, maar heeft bezwaren tegen de wijze waarop de voorgenomen herverdeling van subsidiegelden haar beslag moet krijgen. In verband daarmee kan hij over het ontwerp in deze vorm niet positief adviseren.
1. Nu over de beoogde herverdeling van de reeds krachtens het Solm verstrekte subsidies overeenstemming bestaat met de betrokken provinciebesturen, bestaat tegen die herverdeling uit een oogpunt van rechtszekerheid geen bezwaar.
Het ontwerpbesluit wil de herverdeling tot stand brengen door de verdeelsleutel van artikel 6b, eerste lid, achteraf te wijzigen; alleen voor 2003 is het in zoverre niet achteraf, dat het wijzigingsbesluit moet terugwerken tot 1 januari 2003.
Daarmee kan het beoogde doel echter niet worden bereikt. Daarvoor zou - in de beoogde systematiek - nodig zijn terugwerkende kracht tot en met 1995 (waarbij bovendien rekening wordt gehouden met de omstandigheid dat in 1995 tweemaal een uitkering heeft plaatsgehad), met bepaling dat de minister de reeds genomen beschikkingen hetzij intrekt en vervangt door nieuwe, overeenkomstig de nieuwe tekst van artikel 6b, eerste lid, hetzij achteraf wijzigt. Een dergelijke intrekking of wijziging moet echter voor onmogelijk worden gehouden, nu de betrokken toekenningsbeschikkingen - afgezien wellicht van de in 2003 genomen beschikkingen - reeds zijn uitgewerkt doordat de daaruit voortvloeiende betalingen zijn verricht.
Daarom geeft de Raad in overweging te kiezen voor een ander stelsel. Aan het bestaande artikel 6b zou kunnen worden toegevoegd dat het eerste lid niet meer geldt na 2003. Vervolgens zou in een nieuw artikel kunnen worden bepaald dat de provincies die “te veel” hebben ontvangen, gemeten naar de nieuwe verdeelsleutel, dat teveel dienen terug te storten, en dat de tekortprovincies hun tekort krijgen aangevuld.
Daarmee zou een eenvoudige rechtsgrondslag worden geschapen voor de voorgenomen operatie, die precies zegt wat de bedoeling is.
2. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State heeft mitsdien bezwaar tegen het ontwerpbesluit en geeft U in overweging niet aldus te besluiten.
De Vice-President van de Raad van State
Bijlage bij het advies van de Raad van State van 1 december 2003, no.W08.03.0343/V, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
– In artikel I, onderdeel D, tevens bepalen dat in artikel 6d, eerste lid, van het Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer de datum “1 januari 2003” wordt vervangen door “1 januari 2005”, nu sommige maatregelen ook in 2003 en 2004 zullen kunnen worden genomen.
– In het voorgestelde artikel 6b, eerste lid, in overeenstemming met de officiële naam van de desbetreffende provincie, “Friesland” vervangen door: Fryslân.
Nader rapport (reactie op het advies) van 16 juni 2004
1. Naar aanleiding van het advies van Raad is gekozen voor een ander stelsel. Aan het bestaande artikel 6b is toegevoegd dat het eerste lid niet geldt na 2003. Vervolgens is in een nieuw artikel 6c bepaald dat provincies die "te veel" hebben ontvangen, gemeten naar de nieuwe verdeelsleutel, eveneens opgenomen in artikel 6c, dat teveel dienen terug te storten, en dat de tekortprovincies hun tekort krijgen aangevuld. De nota van toelichting is dienovereenkomstig aangepast.
2. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.
Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om de inwerkingtredingsbepaling in het ontwerpbesluit meer in lijn te doen zijn met artikel 21.6, vijfde lid van de Wet milieubeheer dat bepaalt dat een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 15.13, eerste lid, van de Wet milieubeheer niet eerder in werking treedt dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Voor een aantal bepalingen wordt voorzien in terugwerkende kracht om geen lacunes in de subsidieprocedure te laten ontstaan. Indien bijvoorbeeld het nieuwe artikel 6b, vijfde lid, van het Subsidiebesluit geen terugwerkende kracht zou hebben, zou de minister nog eenmaal het subsidiebedrag op eennegende van het voor een provincie beschikbare bedrag moeten vaststellen, terwijl dat inmiddels al negenmaal is gebeurd. De terugwerkende kracht heeft geen materiële consequenties.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer