Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Hong Kong, 26 augustus 2002, met toelichtende nota.
- Kenmerk
- W03.02.0455/I/K
- Datum advies
- 13 januari 2003
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2002/03, 28 922, (R 1736), nr A
- Justitie en Veiligheid
- Verdrag
Toon inhoud
Volledige tekst
Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Hong Kong, 26 augustus 2002, met toelichtende nota.
Bij Kabinetsmissive van 10 oktober 2002, no.02.004631, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, mede namens de Minister van Justitie, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken; Hong Kong, 26 augustus 2002, met toelichtende nota.
1. Inleiding
Het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken (hierna: het verdrag) voorziet in wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Special Administrative Region (SAR) Hong Kong. Hong Kong is sinds 1997 een onderdeel van de Volksrepubliek China met een autonome status (“één land, twee systemen”). Goedkeuring is beoogd voor het gehele Koninkrijk. Het verdrag zal in elk geval voor Nederland en Aruba gelden; de regering van de Nederlandse Antillen beraadt zich nog over de wenselijkheid van medegelding.
De Raad van State van het Koninkrijk is van oordeel dat de toelichtende nota dient te worden verduidelijkt en aangevuld alvorens het verdrag ter stilzwijgende goedkeuring aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba wordt overgelegd.
2. De status van de Special Administrative Region Hong Kong
Bij de soevereiniteitsoverdracht in 1997 heeft de SAR Hong Kong een van het overige gebied van de Volksrepubliek China afwijkend rechtsstelsel kunnen behouden.
Het aangaan van deze verdragsrelatie berust op het vertrouwen dat in Hong Kong een rechtsstelsel functioneert en blijft functioneren met adequate waarborgen voor de rechten van de mens. De Raad adviseert in de toelichtende nota hierop nader in te gaan en daarbij ook aandacht te besteden aan de gevolgen van een eventuele (feitelijke of juridische) verandering in het rechtsstelsel en in zijn relatie met het rechtsstelsel van de Volksrepubliek China.
De Raad acht het voorts gewenst dat in de toelichtende nota dieper wordt ingegaan op de constitutionele relatie tussen de SAR Hong Kong en de staat waarvan deze deel uitmaakt. De toelichtende nota vermeldt dat Hong Kong de bevoegdheid heeft eigen verdragsrelaties te onderhouden en dat China “reeds op de dag van de overdracht van Hong Kong” de machtiging heeft verstrekt “om met andere landen, waaronder ons land, een rechtshulpverdrag te sluiten”. De Raad adviseert te preciseren of hiermee wordt gedoeld op artikel 13 van de Constitution of Hong Kong(zie noot 1) of op een specifieke regeling. Nu niet de Volksrepubliek China, maar de SAR Hong Kong de verdragspartner van het Koninkrijk is, verdient het ook aanbeveling te verduidelijken wat dit betekent voor de toepasselijkheid van het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht (Trb.1985, 79), gelet op artikel 3 van dat verdrag.
3. Toepassing van het verdrag in de landen van het Koninkrijk
In de toelichtende nota wordt nu eens alleen ingegaan op de gevolgen voor Nederland - bijvoorbeeld in de toelichting op de artikelen 11, 15 en 16 inzake confiscatie -, dan weer op die voor het Koninkrijk als geheel en de drie onderscheiden rechtsstelsels van de landen van het Koninkrijk. De Raad adviseert consequent rekening te houden met het feit dat het verdrag niet slechts voor Nederland zal gelden en ook toe te lichten op welke wijze het door de justitiële autoriteiten van Aruba en eventueel de Nederlandse Antillen zal moeten worden toegepast. Voorzover de strafvorderlijke bepalingen van die landen geen relevante verschillen met het Nederlandse recht vertonen, ware dat ook te vermelden.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk van 13 januari 2002, no.W03.02.0455/I/K, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Toelichtende nota:
In de eerste alinea de derde volzin in die zin herformuleren dat niet de Minister van Buitenlandse Zaken maar de regering het verdrag ter stilzwijgende goedkeuring overlegt.
In de tweede alinea, eerste volzin, “strafrechtelijke” wijzigen in “strafrechtelijk” en in de tweede volzin “Koningrijk” in “Koninkrijk”.
In de zevende alinea “toepassing van deze bepaling door het Koninkrijk” wijzigen in: toepassing van deze bepaling jegens het Koninkrijk.
In de achtste alinea ook aandacht schenken aan het feit dat in Engeland en Wales common law geldt.
In de tweede alinea van de toelichting op artikel 4, negende volzin, “en wordt van de zijde van Hong Kong ook wel gerealiseerd” wijzigen in: en realiseert men zich ook aan de zijde van Hong Kong.
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 april 2003
2. Naar aanleiding van het advies van de Raad is de Inleiding van de toelichtende nota aangevuld.
3. De artikelsgewijze toelichting is op advies van de Raad aangepast, waardoor inzicht wordt gegeven in het toepasselijke recht van de drie landen van het Koninkrijk. Het betreft een aanpassing van de toelichting op de artikelen 4, 11, 15 en 16.
4. Aan de redactionele kanttekeningen is aandacht geschonken, met uitzondering van de vermelding van het bestaan van een common law-rechtssysteem in Engeland en Wales. Die vermelding wordt in de context waarin deze zou moeten worden geplaatst minder passend geacht. Immers, het Verenigd Koninkrijk is partij bij het op 20 april 1959 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp bij strafzaken (Trb. 1965, 10) waarbij voornamelijk landen met een civil law-rechtssysteem partij zijn. Weliswaar heeft het daarbij verklaringen afgelegd en er voorbehouden bij gemaakt, maar desondanks kan gesteld worden dat het door die toetreding in de rechtshulpsfeer enige afstanden heeft genomen van specifieke wensen die het gevolg zouden kunnen zijn van zijn common law-rechtssysteem.
5. Naar aanleiding van het besluit van de Regering van de Nederlandse Antillen om medegelding van het verdrag, is de paragraaf inzake de Koninkrijkspositie aangepast.
Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Justitie, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste Kamer en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Dit luidt:
Article 13
(1) The Central People's Government shall be responsible for the foreign affairs relating to the Hong Kong Special Administrative Region.
(2) The Ministry of Foreign Affairs of the People's Republic of China shall establish an office in Hong Kong to deal with foreign affairs.
(3) The Central People's Government authorizes the Hong Kong Special Administrative Region to conduct relevant external affairs on its own in accordance with this Law.
1. Inleiding
Het Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Speciale Administratieve Regio Hong Kong van de Volksrepubliek China inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken (hierna: het verdrag) voorziet in wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Special Administrative Region (SAR) Hong Kong. Hong Kong is sinds 1997 een onderdeel van de Volksrepubliek China met een autonome status (“één land, twee systemen”). Goedkeuring is beoogd voor het gehele Koninkrijk. Het verdrag zal in elk geval voor Nederland en Aruba gelden; de regering van de Nederlandse Antillen beraadt zich nog over de wenselijkheid van medegelding.
De Raad van State van het Koninkrijk is van oordeel dat de toelichtende nota dient te worden verduidelijkt en aangevuld alvorens het verdrag ter stilzwijgende goedkeuring aan de Eerste en de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba wordt overgelegd.
2. De status van de Special Administrative Region Hong Kong
Bij de soevereiniteitsoverdracht in 1997 heeft de SAR Hong Kong een van het overige gebied van de Volksrepubliek China afwijkend rechtsstelsel kunnen behouden.
Het aangaan van deze verdragsrelatie berust op het vertrouwen dat in Hong Kong een rechtsstelsel functioneert en blijft functioneren met adequate waarborgen voor de rechten van de mens. De Raad adviseert in de toelichtende nota hierop nader in te gaan en daarbij ook aandacht te besteden aan de gevolgen van een eventuele (feitelijke of juridische) verandering in het rechtsstelsel en in zijn relatie met het rechtsstelsel van de Volksrepubliek China.
De Raad acht het voorts gewenst dat in de toelichtende nota dieper wordt ingegaan op de constitutionele relatie tussen de SAR Hong Kong en de staat waarvan deze deel uitmaakt. De toelichtende nota vermeldt dat Hong Kong de bevoegdheid heeft eigen verdragsrelaties te onderhouden en dat China “reeds op de dag van de overdracht van Hong Kong” de machtiging heeft verstrekt “om met andere landen, waaronder ons land, een rechtshulpverdrag te sluiten”. De Raad adviseert te preciseren of hiermee wordt gedoeld op artikel 13 van de Constitution of Hong Kong(zie noot 1) of op een specifieke regeling. Nu niet de Volksrepubliek China, maar de SAR Hong Kong de verdragspartner van het Koninkrijk is, verdient het ook aanbeveling te verduidelijken wat dit betekent voor de toepasselijkheid van het Verdrag van Wenen inzake het Verdragenrecht (Trb.1985, 79), gelet op artikel 3 van dat verdrag.
3. Toepassing van het verdrag in de landen van het Koninkrijk
In de toelichtende nota wordt nu eens alleen ingegaan op de gevolgen voor Nederland - bijvoorbeeld in de toelichting op de artikelen 11, 15 en 16 inzake confiscatie -, dan weer op die voor het Koninkrijk als geheel en de drie onderscheiden rechtsstelsels van de landen van het Koninkrijk. De Raad adviseert consequent rekening te houden met het feit dat het verdrag niet slechts voor Nederland zal gelden en ook toe te lichten op welke wijze het door de justitiële autoriteiten van Aruba en eventueel de Nederlandse Antillen zal moeten worden toegepast. Voorzover de strafvorderlijke bepalingen van die landen geen relevante verschillen met het Nederlandse recht vertonen, ware dat ook te vermelden.
4. Voor redactionele kanttekeningen verwijst het college naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Bijlage bij het advies van de Raad van State van het Koninkrijk van 13 januari 2002, no.W03.02.0455/I/K, met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
Toelichtende nota:
In de eerste alinea de derde volzin in die zin herformuleren dat niet de Minister van Buitenlandse Zaken maar de regering het verdrag ter stilzwijgende goedkeuring overlegt.
In de tweede alinea, eerste volzin, “strafrechtelijke” wijzigen in “strafrechtelijk” en in de tweede volzin “Koningrijk” in “Koninkrijk”.
In de zevende alinea “toepassing van deze bepaling door het Koninkrijk” wijzigen in: toepassing van deze bepaling jegens het Koninkrijk.
In de achtste alinea ook aandacht schenken aan het feit dat in Engeland en Wales common law geldt.
In de tweede alinea van de toelichting op artikel 4, negende volzin, “en wordt van de zijde van Hong Kong ook wel gerealiseerd” wijzigen in: en realiseert men zich ook aan de zijde van Hong Kong.
Nader rapport (reactie op het advies) van 28 april 2003
2. Naar aanleiding van het advies van de Raad is de Inleiding van de toelichtende nota aangevuld.
3. De artikelsgewijze toelichting is op advies van de Raad aangepast, waardoor inzicht wordt gegeven in het toepasselijke recht van de drie landen van het Koninkrijk. Het betreft een aanpassing van de toelichting op de artikelen 4, 11, 15 en 16.
4. Aan de redactionele kanttekeningen is aandacht geschonken, met uitzondering van de vermelding van het bestaan van een common law-rechtssysteem in Engeland en Wales. Die vermelding wordt in de context waarin deze zou moeten worden geplaatst minder passend geacht. Immers, het Verenigd Koninkrijk is partij bij het op 20 april 1959 te Straatsburg tot stand gekomen Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp bij strafzaken (Trb. 1965, 10) waarbij voornamelijk landen met een civil law-rechtssysteem partij zijn. Weliswaar heeft het daarbij verklaringen afgelegd en er voorbehouden bij gemaakt, maar desondanks kan gesteld worden dat het door die toetreding in de rechtshulpsfeer enige afstanden heeft genomen van specifieke wensen die het gevolg zouden kunnen zijn van zijn common law-rechtssysteem.
5. Naar aanleiding van het besluit van de Regering van de Nederlandse Antillen om medegelding van het verdrag, is de paragraaf inzake de Koninkrijkspositie aangepast.
Ik moge U, mede namens mijn ambtgenoot van Justitie, verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen aan de Eerste Kamer en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en tevens over te leggen aan Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba.
De Minister van Buitenlandse Zaken
(1) Dit luidt:
Article 13
(1) The Central People's Government shall be responsible for the foreign affairs relating to the Hong Kong Special Administrative Region.
(2) The Ministry of Foreign Affairs of the People's Republic of China shall establish an office in Hong Kong to deal with foreign affairs.
(3) The Central People's Government authorizes the Hong Kong Special Administrative Region to conduct relevant external affairs on its own in accordance with this Law.