Voorstel van rijkswet inzake de instelling van een aansluitende zone voor het Koninkrijk, met memorie van toelichting.
- Kenmerk
- W02.03.0554/II/K
- Datum advies
- 6 februari 2004
- Vindplaats
- Kamerstukken II 2003/04, 29 533 (R 1758), nr 5
- Buitenlandse zaken
- Wet
Toon inhoud
Volledige tekst
Voorstel van rijkswet inzake de instelling van een aansluitende zone voor het Koninkrijk, met memorie van toelichting.
Bij Kabinetsmissive van 24 december 2003, no. 03.005356, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad van State van het Koninkrijk ter overweging aanhangig gemaakt het voorstel van rijkswet inzake de instelling van een aansluitende zone voor het Koninkrijk, met memorie van toelichting.
Het wetvoorstel strekt tot de instelling van een aansluitende zone van het Koninkrijk. Hiermee wordt gebruikgemaakt van de bevoegdheden die aan kuststaten worden toegekend door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, met bijlagen (Tbr.1983, 83). Alle landen van het Koninkrijk hebben hun wens uitgesproken om een aansluitende zone in te stellen. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar plaatst daarbij de volgende kanttekening.
Het wetsvoorstel bepaalt dat de buitengrens van de aansluitende zone voor Nederland wordt vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, en voor de Nederlandse Antillen en Aruba bij algemene maatregel van rijksbestuur. Deze delegatiemethodiek is al eerder toegepast in de Rijkswet instelling exclusieve zone. De Raad acht het echter uit een oogpunt van eenvoud van regelgeving wenselijk dat de bepaling van de buitengrens van de aansluitende zone in één regeling geschiedt. Nu de instelling van een aansluitende zone bij rijkswet geschiedt, adviseert de Raad de vaststelling van de buitengrens van de aansluitende zone bij algemene maatregel van rijksbestuur te regelen.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 april 2004
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba, nadat met zijn advies rekening is gehouden.
Aan het advies van de raad om de buitengrens van de aansluitende zone voor de drie landen in één regeling op te nemen is gevolg gegeven uit een oogpunt van eenvoud van regelgeving. In de memorie van toelichting is evenwel benadrukt dat dit niet noodzakelijkerwijs betekent dat de vaststelling van de buitengrens voor de drie landen op één tijdstip zal geschieden. Indien specifieke omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan besloten worden om de buitengrens voor de drie landen op verschillende tijdstippen vast te stellen.
De Minister van Buitenlandse Zaken
Het wetvoorstel strekt tot de instelling van een aansluitende zone van het Koninkrijk. Hiermee wordt gebruikgemaakt van de bevoegdheden die aan kuststaten worden toegekend door het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, met bijlagen (Tbr.1983, 83). Alle landen van het Koninkrijk hebben hun wens uitgesproken om een aansluitende zone in te stellen. De Raad van State van het Koninkrijk onderschrijft de strekking van het wetsvoorstel, maar plaatst daarbij de volgende kanttekening.
Het wetsvoorstel bepaalt dat de buitengrens van de aansluitende zone voor Nederland wordt vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, en voor de Nederlandse Antillen en Aruba bij algemene maatregel van rijksbestuur. Deze delegatiemethodiek is al eerder toegepast in de Rijkswet instelling exclusieve zone. De Raad acht het echter uit een oogpunt van eenvoud van regelgeving wenselijk dat de bepaling van de buitengrens van de aansluitende zone in één regeling geschiedt. Nu de instelling van een aansluitende zone bij rijkswet geschiedt, adviseert de Raad de vaststelling van de buitengrens van de aansluitende zone bij algemene maatregel van rijksbestuur te regelen.
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, aan de Staten van de Nederlandse Antillen en aan die van Aruba, nadat met het vorenstaande rekening zal zijn gehouden.
De Vice-President van de Raad van State van het Koninkrijk
Nader rapport (reactie op het advies) van 15 april 2004
De Raad van State van het Koninkrijk geeft U in overweging het voorstel van rijkswet te zenden aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Staten van Aruba, nadat met zijn advies rekening is gehouden.
Aan het advies van de raad om de buitengrens van de aansluitende zone voor de drie landen in één regeling op te nemen is gevolg gegeven uit een oogpunt van eenvoud van regelgeving. In de memorie van toelichting is evenwel benadrukt dat dit niet noodzakelijkerwijs betekent dat de vaststelling van de buitengrens voor de drie landen op één tijdstip zal geschieden. Indien specifieke omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan besloten worden om de buitengrens voor de drie landen op verschillende tijdstippen vast te stellen.
De Minister van Buitenlandse Zaken