Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200603244/1

Uitspraak 200603244/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AZ3255
Datum uitspraak
29 november 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 5 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) aan appellant ten behoeve van sanerings- en bouwwerkzaamheden een vergunning verleend voor het kappen van 27 bomen en 2 kastanjes (opschot) op de locatie Maredijk 175, 177, 179, 173, 171 en 161 te Leiden.
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200603244/1.
Datum uitspraak: 29 november 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te Leiden,

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/992 van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 maart 2006 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 maart 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden (hierna: het college) aan appellant ten behoeve van sanerings- en bouwwerkzaamheden een vergunning verleend voor het kappen van 27 bomen en 2 kastanjes (opschot) op de locatie Maredijk 175, 177, 179, 173, 171 en 161 te Leiden.

Bij besluit van 28 september 2004 heeft het college de daartegen door [wederpartij] en de vereniging "de Bomenbond Rijnland" (hierna: de Bomenbond Rijnland) gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de bestreden beslissing herroepen en de kapvergunning alsnog geweigerd.

Bij uitspraak van 30 maart 2006, verzonden op 3 april 2006, heeft de rechtbank 's-Gravenhage (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 mei 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 23 mei 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 26 mei 2006 hebben [wederpartij] en de Bomenbond Rijnland die in de gelegenheid zijn gesteld als partij aan het geding deel te nemen een reactie ingediend.

Bij brief van 21 juli 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 oktober 2006, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. H.J. Hulsbergen, advocaat te Leiden, en het college, vertegenwoordigd door mr. K. van Driel en M.A. van der Ven, ambtenaren van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord [wederpartij] en de Bomenbond Rijnland, vertegenwoordigd door mr. J. Hemelaar, advocaat te Zoetermeer.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Bomenverordening 1996 van de gemeente Leiden, voor zover hier van belang, moet de vergunning worden aangevraagd door of namens dan wel met toestemming van degenen, die krachtens zakelijk recht gerechtigd is over de boom of de houtopstand te beschikken.

2.2. Bij besluit van 28 september 2004 heeft het college de door [wederpartij] en de Bomenbond Rijnland gemaakte bezwaren gegrond verklaard, het besluit van 5 maart 2004 waarbij aan appellant een kapvergunning is verleend herroepen en de door appellant gevraagde kapvergunning alsnog geweigerd.

2.3. Bij uitspraak van 30 maart 2006 heeft de rechtbank het door appellant tegen de beslissing op bezwaar ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat, kort gezegd, appellant, die ten tijde van de beslissing op bezwaar geen eigenaar van de bomen was, niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb kan worden aangemerkt.

2.4. Appellant betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij wel degelijk belanghebbende is bij de alsnog geweigerde kapvergunning.

2.5. Dit betoog treft doel. Naar het oordeel van de Afdeling is bij een besluit om een kapvergunning alsnog te weigeren het belang van de aanvrager rechtstreeks betrokken. Vaststaat dat appellant de kapvergunning op eigen naam heeft aangevraagd. Het college heeft bij zijn beslissing op die aanvraag aan appellant vergunning verleend voor het kappen van de in geding zijnde bomen, zodat appellant als geadresseerde van het besluit van 5 maart 2004 moet worden beschouwd. Vervolgens heeft het college bij de beslissing op bezwaar alsnog geweigerd de kapvergunning aan appellant te verlenen. Gelet hierop heeft appellant een rechtstreeks betrokken belang bij de beslissing op bezwaar. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, dient appellant dan ook te worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen de beslissing op bezwaar derhalve ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

2.6. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd. De Afdeling zal de zaak met toepassing van artikel 44, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de Raad van State naar de rechtbank terugwijzen.

2.7. De Afdeling zal de proceskosten in hoger beroep vaststellen. De rechtbank dient omtrent de vergoeding van die kosten te beslissen. Dit laat overigens onverlet dat de rechtbank ook omtrent de vergoeding van de proceskosten in beroep dient te beslissen.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage van 30 maart 2006 in zaak no. AWB 05/992;

III. wijst de zaak naar de rechtbank terug;

IV. stelt de door appellant in verband met de behandeling van het hoger beroep gemaakte proceskosten vast op een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en bepaalt dat de rechtbank beslist omtrent de vergoeding van deze kosten;

V. gelast dat de gemeente Leiden aan appellant het door hem voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 211,00 (zegge: tweehonderdenelf euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Voorzitter, en mr. J.G. Treffers en mr. D. Roemers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Bindels
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2006

85-505.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon