Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200604558/1

Uitspraak 200604558/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AZ3247
Datum uitspraak
29 november 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 maart 2005 heeft het college van burgermeester en wethouders van Woerden (hierna: het college) geweigerd aan appellant ontheffing te verlenen van het verbod om een recreatievoertuig langer dan drie dagen te laten staan op de openbare weg.
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200604558/1.
Datum uitspraak: 29 november 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. SBR 05/3201 van de rechtbank Utrecht van 2 mei 2006 in het geding tussen:

appellant

en

het college van burgermeester en wethouders van Woerden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 18 maart 2005 heeft het college van burgermeester en wethouders van Woerden (hierna: het college) geweigerd aan appellant ontheffing te verlenen van het verbod om een recreatievoertuig langer dan drie dagen te laten staan op de openbare weg.

Bij besluit van 20 september 2005 heeft het college het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 2 mei 2006, verzonden op 12 mei 2006, heeft de rechtbank Utrecht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 20 juni 2006, bij de Raad van State ingekomen op 21 juni 2006, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 5 juli 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 1 augustus 2006 heeft het college van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 26 oktober 2006, waar appellant in persoon, en het college, vertegenwoordigd door F.Th.C.H. Visser en S. Miserus, beiden werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 5.1.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening Woerden 2003 (hierna: de APV) is het verboden om een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer dan op drie achtereenvolgende dagen te doen of laten staan op een door burgemeester en wethouder[s] aangewezen weg, waar dit parkeren naar hun oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Ingevolge het tweede lid, van de APV kan het college ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod.

Bij besluit van 3 juni 1997 (hierna: het aanwijzingsbesluit) heeft het college alle openbare wegen in de gemeente Woerden aangewezen als wegen waar het verboden is een kampeerwagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd langer dan op drie achtereenvolgende dagen te doen of laten staan.

2.2. De ontheffing is gevraagd ten behoeve van een aan appellant toebehorende trailer met boot. Niet in geschil is dat deze trailer met boot moet worden aangemerkt als een voertuig dat voor recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebezigd als bedoeld in artikel 5.1.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de APV.

2.3. Appellant voert in hoger beroep andermaal aan dat het ontstaan van een erfdienstbaarheid op het gedeelte van de openbare weg waar hij sinds 1990 zijn trailer met boot stalt, dient te leiden tot verstrekking van een ontheffing. Voorts betoogt hij dat de rechtbank heeft miskend dat het college bij hem het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat stalling van zijn trailer met boot toelaatbaar was door hem niet te wijzen op het feit dat een en ander zich op de openbare weg bevond.

2.3.1. Vooropgesteld dient te worden dat, zoals de rechtbank reeds terecht heeft overwogen, het al dan niet ontstaan van een erfdienstbaarheid een privaatrechtelijke kwestie is, welke in deze procedure niet ter beoordeling voorligt. Enkel tijdsverloop tussen het tijdstip waarop appellant zijn trailer met boot op de parkeerplaats is gaan stallen (1990) en het tijdstip waarop hem te kennen is gegeven dat deze tot de openbare weg behoort (2004) rechtvaardigt niet het vertrouwen dat het verbod van artikel 5.1.5, eerste lid, aanhef en onder a, van de APV niet op hem van toepassing zou zijn, noch dat hij in aanmerking kwam voor een ontheffing daarvan.

2.3.2. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat zich in dit geval niet zodanig bijzondere, nijpende omstandigheden voordoen dat tot ontheffingverlening moest worden besloten.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskosten veroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Haverkamp, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Haverkamp
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 november 2006

306-538.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon