Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200603933/2

Uitspraak 200603933/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2006:AY4223
Datum uitspraak
13 juli 2006
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 14 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer (hierna: het college) aan [vergunninghouder], onder vrijstelling van het bestemmingsplan, bouwvergunning verleend voor het bouwen van 6 huurwooneenheden met buitenbergingen op het perceel [locatie 1] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200603933/2.
Datum uitspraak: 13 juli 2006

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 06/1384 en 06/1064 van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 8 mei 2006 in het geding tussen:

verzoekster

en

het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer.

1. Procesverloop

Bij besluit van 14 juni 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer (hierna: het college) aan [vergunninghouder], onder vrijstelling van het bestemmingsplan, bouwvergunning verleend voor het bouwen van 6 huurwooneenheden met buitenbergingen op het perceel [locatie 1] te [plaats].

Bij besluit van 10 januari 2006 heeft het college het daartegen door verzoekster gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 8 mei 2006, verzonden op 10 mei 2006, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het daartegen door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoekster bij brief van 24 mei 2006, bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2006, hoger beroep ingesteld.
Bij brief van gelijke datum, eveneens bij de Raad van State ingekomen op 26 mei 2006, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 juni 2006, waar verzoekster, vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. D. Pool, en het college, vertegenwoordigd door P.G.C. Claassen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekster exploiteert een schildersbedrijf op het perceel [locatie 2] te [plaats] (hierna: het perceel). Het bouwplan is voorzien op een afstand van minder dan 50 meter van het bebouwingsvlak van dat perceel, hetgeen een toeneming van het aantal wooneenheden binnen die afstand zal meebrengen.

2.2.1. Onder die omstandigheid acht de Voorzitter het op voorhand niet uitgesloten dat het bouwplan, in verband met het woon- en leefklimaat ter plaatse van de daarin voorziene wooneenheden, zal leiden tot een (verdere) beperking van de exploitatiemogelijkheden van het schildersbedrijf. Daarbij wordt in aanmerking genomen dat de Afdeling bij uitspraak van 5 juli 2006, in zaak no. 200508688/1, het besluit van het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant van 23 augustus 2005 tot onthouding van goedkeuring aan het wijzigingsplan "Kom Vierlingsbeek", dat in woningen aan een andere zijde van het perceel voorziet, in stand heeft gelaten. Bij dat besluit heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant zich op het standpunt gesteld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom in dat geval mocht worden afgeweken van de uit de VNG-brochure "Bedrijven en milieuzonering" voortvloeiende voorkeursafstand van 50 meter, aan te houden tussen de grens van het bedrijfsperceel en de gevels van de in het wijzigingsplan voorziene woningen aan de Klaphekken.

Aldus kan worden betwijfeld of het besluit van het college van 10 januari 2006 op dit onderdeel genoegzaam is gemotiveerd en de uitspraak van de rechtbank van 8 mei 2006, waarbij het daartegen gerichte beroep ongegrond is verklaard, in stand kan blijven.
2.3. De Voorzitter ziet, na afweging van de betrokken belangen, aanleiding tot het treffen van de navolgende voorziening.

2.4. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer van 14 juni 2005 waarbij vrijstelling en bouwvergunning is verleend voor het bouwen van 6 huurwooneenheden met buitenbergingen en het besluit van 10 januari 2006, kenmerk RO/2005/1400, waarbij de daartegen gerichte bezwaren ongegrond zijn verklaard;

II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer tot vergoeding van bij verzoekster in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door de gemeente Boxmeer aan verzoekster onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;

III. gelast dat de gemeente Boxmeer aan verzoekster het door haar voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 422,00 (zegge: vierhonderdtweeëntwintig euro) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. T.M.A. Claessens, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S.H. van den Ende, ambtenaar van Staat.

w.g. Claessens w.g. Van den Ende
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2006

275.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon