Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200708279/2

Uitspraak 200708279/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2008:BC3596
Datum uitspraak
31 januari 2008
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Venray (hierna: de raad) bij besluit van 27 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Centrum Venray".
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200708279/2.
Datum uitspraak: 31 januari 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekers],

en

het college van gedeputeerde staten van Limburg,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 2 oktober 2007 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg (hierna: het college) besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Venray (hierna: de raad) bij besluit van 27 maart 2007 vastgestelde bestemmingsplan "Centrum Venray".

Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 november 2007, beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 november 2007, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 januari 2008, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door [gemachtigde], zijn verschenen. Voorts is de raad, vertegenwoordigd door C. Celissen, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Het verzoek heeft betrekking op de percelen [locatie 1], ten aanzien waarvan [1 verzoeker] belanghebbende is, en [locatie 2], ten aanzien waarvan de overige verzoekers belanghebbend zijn.

2.2.1. Verzoekers stellen, kort gezegd, dat het plan ten onrechte een inperking van de bouwmogelijkheden van beide percelen ten opzichte van het voorafgaande bestemmingsplan met zich brengt. Verzoekers hebben ter zitting toegelicht dat het belang bij het treffen van een voorlopige voorziening er uit bestaat dat ten aanzien van het perceel [locatie 1] het voornemen bestaat tot verbouw, uitbreiding, of nieuwbouw, hetgeen afhankelijk is van de mogelijkheden van het bestemmingsplan. Ten aanzien van het perceel [locatie 2] zijn al geruime tijd onderhandelingen gaande over verkoop van dit perceel, waarop het bestemmingsplan vanwege de inperking van mogelijkheden een negatieve invloed heeft. In verband hiermee wensen zij schorsing van het bestreden besluit zodat voor de percelen het voorafgaande bestemmingsplan geldt.

2.2.2. Verzoekers zijn niet gebaat bij schorsing van het bestreden besluit aangezien daarmee niet het door hen gewenste resultaat kan worden bereikt. Gelet op de in artikel 50, eerste en tweede lid, van de Woningwet opgenomen aanhoudingsplicht brengt, anders dan verzoekers veronderstellen, het in werking zijn van het aan dit plan voorafgaande plan niet met zich dat de bouwmogelijkheden van dat plan, in afwachting van de behandeling van de bodemzaak door de Afdeling, alsnog kunnen worden benut.

2.3. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, ambtenaar van Staat.

w.g. Hoekstra w.g. Langeveld
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 januari 2008

317.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon