Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200708008/2

Uitspraak 200708008/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2008:BC3019
Datum uitspraak
22 januari 2008
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juli 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [verzoekster] een boete van € 256.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.
  • Voorlopige voorziening
  • Wet arbeid vreemdelingen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200708008/2.
Datum uitspraak: 22 januari 2008

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

tegen de uitspraak in zaak nrs. 07/2253 en 07/2255 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar van 11 oktober 2007 in het geding tussen:

verzoekster,

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

1. Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2006 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [verzoekster] een boete van € 256.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen.

Bij besluit van 24 juli 2007 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de minister) het daartegen door [verzoekster] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 oktober 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Alkmaar, voor zover thans van belang, het daartegen door [verzoekster] ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoekster] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 16 november 2007, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 november 2007, heeft [verzoekster] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 9 januari 2008, waar [verzoekster], vertegenwoordigd door mr. R.G.J. Laan, advocaat te Hoorn, en vergezeld door [belanghebbende], en de minister, vertegenwoordigd door mr. J.J.A. Huisman, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit van de minister van 24 juli 2007 worden opgeschort totdat op het hoger beroep is beslist.

2.2. Aan haar verzoek heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat, indien de haar opgelegde boete hangende hoger beroep wordt geïnd, dit bij haar tot grote financiële problemen zal leiden.

[verzoekster] heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij door de opgelegde boete in een financiële noodsituatie zal komen te verkeren. De door haar overgelegde verklaring van 14 september 2007 van haar accountant biedt voor die conclusie onvoldoende grond, omdat die verklaring is toegespitst op de verstrekte seizoenskredieten en geen inzicht geeft in de omzet- en winstcijfers van het bedrijf. Voorts heeft de minister uiteengezet dat voor [verzoekster] de mogelijkheid blijft openstaan een betalingsregeling te treffen, waarbij de betaling van de boete over een periode van maximaal twaalf maanden kan worden gespreid. Tot slot zal naar verwachting de hoofdzaak binnen niet al te lange termijn ter zitting worden behandeld.

Onder deze omstandigheden ontbeert het verzoek het voor het inwilligen daarvan noodzakelijke spoedeisende belang en bestaat voor het treffen van de gevraagde voorziening geen aanleiding. Het verzoek dient derhalve te worden afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als voorzitter, in tegenwoordigheid van J.W. Prins, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Prins
voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 januari 2008

363.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon