Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200702949/1

Uitspraak 200702949/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BB6796
Datum uitspraak
31 oktober 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 februari 2007, heeft het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven het uitwerkingsplan "2e uitwerking van het bestemmingsplan Oost II" vastgesteld.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200702949/1.
Datum uitspraak: 31 oktober 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellanten sub 1], allen wonend te [woonplaats],
2. [appellanten sub 2], allen wonend te [woonplaats],

en

het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 februari 2007, heeft het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven het uitwerkingsplan "2e uitwerking van het bestemmingsplan Oost II" vastgesteld.

Verweerder heeft bij zijn besluit van 20 maart 2007, kenmerk DRM/ARW/07/1982A, beslist over de goedkeuring van het uitwerkingsplan.

Tegen dit besluit hebben [appellanten sub 1] bij brief van 16 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 26 april 2007, en [appellanten sub 2] bij brief van 20 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 24 mei 2007, beroep ingesteld.

Voor afloop van het vooronderzoek is een nader stuk ontvangen van het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven. Dit is aan de andere partijen toegezonden.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 oktober 2007, waar [gemachtigde], in persoon, [appellanten sub 1], vertegenwoordigd door drs. M.J. van Mastrigt, en verweerder, vertegenwoordigd door ing. J.A. Looij, ambtenaar van de provincie, zijn verschenen. Voorts is als partij gehoord het college van burgemeester en wethouders van Schoonhoven, vertegenwoordigd door J. Kok, ambtenaar van de gemeente.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (hierna: WRO) kan bij een bestemmingsplan worden bepaald dat het plan moet worden uitgewerkt volgens bij het plan te geven regelen. Bij de beslissing over de goedkeuring van een uitwerkingsplan dient verweerder te toetsen of aan de bij het bestemmingsplan gegeven uitwerkingsregelen is voldaan. Ingevolge artikel 11, vierde lid, van de WRO in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) rust daarnaast op verweerder de taak te onderzoeken of het plan binnen de bij het bestemmingsplan gegeven regelen niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Tevens heeft verweerder er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht.

2.2. Ingevolge artikel 11, zesde lid, van de WRO worden uitwerkingen en wijzigingen als in dit artikel bedoeld, geacht van het bestemmingsplan deel uit te maken, met dien verstande, dat zij, zolang en voor zover de bestemming nog niet is verwerkelijkt, kunnen worden herzien op dezelfde wijze, als waarop zij tot stand zijn gebracht. Hieruit volgt dat herziening met toepassing van artikel 11, zesde lid, van de WRO niet mogelijk is indien de in een uitwerkingsplan neergelegde bestemming is verwerkelijkt.

2.3. Uit de stukken is gebleken dat de bestemming "Uit te werken woondoeleinden (UW)" van het bestemmingsplan "Oost II" in 1998 is uitgewerkt in het uitwerkingsplan "Woongebied Thiendenland".

Met het aan de orde zijnde uitwerkingsplan "2e uitwerking van het bestemmingsplan Oost II" heeft het college van burgemeester en wethouders beoogd het uitwerkingsplan "Woongebied Thiendenland" gedeeltelijk te herzien.

2.4. De plandelen waarop het uitwerkingsplan "2e uitwerking van het bestemmingsplan Oost II" ziet, zijn in het uitwerkingsplan "Woongebied Thiendenland" bestemd als "Water en groen".

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat ter plaatse van de desbetreffende plandelen grasvelden zijn aangelegd, met daarop bomenrijen en struiken. Derhalve is de in het uitwerkingsplan "Woongebied Thiendenland" neergelegde bestemming verwerkelijkt. Het college was derhalve niet langer bevoegd het uitwerkingsplan vast te stellen.

2.5. Gelet op het vorenstaande is het plan vastgesteld in strijd met artikel 11, zesde lid, van de WRO. Door het plan niettemin goed te keuren, heeft verweerder gehandeld in strijd met dit artikel in samenhang met artikel 10:27 van de Awb.

De beroepen zijn gegrond, zodat het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.6. Uit het vorenstaande volgt dat er rechtens maar één te nemen besluit mogelijk is, zodat de Afdeling aanleiding ziet om goedkeuring te onthouden aan het plan. Gelet hierop behoeven de beroepen van appellanten inhoudelijk geen bespreking.

2.7. Van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. verklaart de beroepen gegrond;

II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland van 20 maart 2007, kenmerk DRM/ARW/07/1982A;

III. onthoudt goedkeuring aan het uitwerkingsplan "2e uitwerking van het bestemmingsplan Oost II";

IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

V. gelast dat de provincie Zuid-Holland aan appellanten het door hen voor de behandeling van de beroepen betaalde griffierecht ten bedrage van € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) voor [appellanten sub 1] en € 143,00 (zegge: honderddrieënveertig euro) voor [appellanten sub 2] vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. A. Kosto, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C. Taal, ambtenaar van Staat.

w.g. Kosto w.g. Taal
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 31 oktober 2007

325-559.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon