Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200704832/1 en 200704832/2

Uitspraak 200704832/1 en 200704832/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BB2484
Datum uitspraak
23 augustus 2007
Inhoudsindicatie
Bij onderscheiden besluiten van 17 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] bouwvergunning verleend voor het oprichten van appartementengebouwen op de percelen [locaties] te [plaats].
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200704832/1 en 200704832/2.
Datum uitspraak: 23 augustus 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

[appellanten], wonend te [woonplaats], gemeente Veere,

tegen de uitspraak in de zaken nos. AWB 07/385, 07/387, 07/384 en 07/386 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg van 18 juni 2007 in het geding tussen:

appellanten

en

het college van burgemeester en wethouders van Veere.

1. Procesverloop

Bij onderscheiden besluiten van 17 oktober 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere (hierna: het college) aan [vergunninghoudster] bouwvergunning verleend voor het oprichten van appartementengebouwen op de percelen [locaties] te [plaats].

Bij besluit van 6 maart 2007 heeft het college, voor zover thans van belang, de door appellanten daartegen gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard, alsnog vrijstelling verleend ten behoeve van de bouwplannen en de besluiten van 17 oktober 2006 in stand gelaten.

Bij uitspraak van 18 juni 2007, verzonden op 21 juni 2007, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Middelburg (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, de door appellanten daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak hebben appellanten bij brief van 11 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.
Bij brief van 11 juli 2007, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hebben appellanten de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij brief van 9 augustus 2007 hebben appellanten nadere stukken ingediend. Bij brief van 13 augustus 2007 heeft vergunninghoudster een nader stuk ingediend. Deze zijn aan de andere partijen toegezonden.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 augustus 2007, waar appellanten, in de personen van [appellanten] en bijgestaan door mr. A.C. van Langen, advocaat te Breda, en het college, vertegenwoordigd door mr. M.J. Spierdijk, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
Voorts is daar vergunninghoudster, vertegenwoordigd door mr. K.M. Moeliker, advocaat te Middelburg, en [gemachtigde], gehoord.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Ingevolge het bestemmingsplan "Dishoek, 3e herziening" rust op de betrokken percelen de bestemming "Eengezinshuizen in open bebouwing en/of meergezinshuizen in twee lagen, met of zonder bijbehorende erven" (EO+M2). De bouwplannen voorzien in de bouw van appartementengebouwen in twee lagen.

2.3. Appellanten betogen dat de voorzieningenrechter, door te overwegen dat niet kan worden gezegd dat redelijke twijfel bestaat dat het door vergunninghoudster met de bouwplannen beoogde gebruik in strijd met de ter plaatse geldende bestemming zal zijn, heeft miskend dat vrijwel zeker is dat in strijd met die bestemming een derde bouwlaag zal worden gerealiseerd.

2.3.1. De verwachting van appellanten dat vergunninghoudster een derde bouwlaag zal realiseren, heeft betrekking op bouwen en niet op gebruik. De appartementengebouwen met twee bouwlagen waarin de bouwplannen voorzien, kunnen, zonder dat een derde verdiepingsvloer wordt aangebracht, niet als een drielaags gebouw worden gebruikt. Reeds daarom heeft de voorzieningenrechter het betoog van appellanten dat het met de bouwplannen beoogde gebruik in strijd is met de ter plaatse geldende bestemming terecht verworpen. Indien vergunninghoudster zonder bouwvergunning een derde bouwlaag realiseert, kunnen appellanten het college verzoeken daartegen handhavend op te treden.

2.4. Appellanten betogen voorts tevergeefs dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat de bouwvergunningen op basis van onvolledige gegevens en incomplete tekeningen zijn verleend. Het is in hoge mate aan het college om te beoordelen of voldoende gegevens en bescheiden zijn ingediend om een besluit over de aanvraag te kunnen nemen. Niet is gebleken dat het college in dit geval niet op basis van de hem ter beschikking staande gegevens en bescheiden een besluit kon nemen.

2.5. Appellanten betogen ten slotte dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat sprake is van een ontoelaatbare splitsing van de bouwplannen.

2.5.1. Vergunninghoudster heeft bouwaanvragen ingediend voor het oprichten van appartementengebouwen in twee lagen en daar had het college op te beslissen. De enkele omstandigheid dat vergunninghoudster in de toekomst mogelijk, naar appellanten stellen, een bouwaanvraag zal indienen voor het realiseren van een derde bouwlaag, maakt niet dat sprake is van een ontoelaatbare splitsing als door appellanten bedoeld. Het betoog faalt dan ook.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.7. Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. H. Troostwijk, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J.A.A. van Roessel, ambtenaar van Staat.

w.g. Troostwijk w.g. Van Roessel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 23 augustus 2007

457.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon