Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200700955/1

Uitspraak 200700955/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA9825
Datum uitspraak
18 juli 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 20 oktober 2005 heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de Minister) de bij besluit van 2 april 2001 aan appellant verleende subsidie herzien en van appellant een bedrag van € 589,74 teruggevorderd.
  • Hoger beroep
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200700955/1.
Datum uitspraak: 18 juli 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/794 van de rechtbank Leeuwarden van 27 december 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

1. Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2005 heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: de Minister) de bij besluit van 2 april 2001 aan appellant verleende subsidie herzien en van appellant een bedrag van € 589,74 teruggevorderd.

Bij besluit van 10 februari 2006 heeft de Minister het door appellant daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 27 december 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 5 februari 2007, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 15 maart 2007 is van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 15 juni 2007, waar appellant, in persoon, zijn [gemachtigde] en mr. R.A.M. Verheyden, als gemachtigde van de Minister, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 4:21, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) wordt onder subsidie verstaan: de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.

2.2. Niet in geschil is dat appellant een aanspraak op financiële middelen heeft, die door de Minister worden verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van appellant.

2.3. Appellant heeft in hoger beroep uitsluitend betoogd dat de rechtbank heeft miskend dat de financiële vergoeding die hij verkrijgt van de Minister, geen subsidie is maar een tegenprestatie van de Minister op basis van een tussen hem en de Staat gesloten overeenkomst. In het verlengde daarvan is de rechtbank volgens appellant ten onrechte tot de conclusie gekomen dat de verlaging van de vergoeding niet kan worden aangemerkt als een eenzijdige wijziging van een privaatrechtelijke overeenkomst.

2.4. Het betoog van appellant faalt. Terecht heeft de rechtbank geoordeeld dat de door appellant ontvangen bijdragen voor het in stand houden van beheerspakketten gericht op agrarisch natuurbeheer niet kunnen worden gekwalificeerd als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. De aanvraag van appellant en het besluit van de Minister waren gebaseerd op de Subsidieregeling agrarisch natuurbeheer en ook de financiële middelen die appellant vervolgens van de Minister heeft ontvangen, vonden hun grondslag in die regeling. Daarmee is die verstrekking van deze financiële middelen een subsidie in de zin van de Awb. Voor appellants standpunt dat de financiële bijdragen op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst tot dienstverlening werden verstrekt, bestaat geen enkel aanknopingspunt.

2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Voorzitter, en mr. J.H.B. van der Meer en mr. P.A. Offers, Leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Van Meurs-Heuvel
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 18 juli 2007

47-554.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon