Uitspraak 200703277/2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2007:2126
- Datum uitspraak
- 15 mei 2007
- Inhoudsindicatie
- Verzoeker heeft verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam getroffen voorlopige voorziening, waarbij het besluit van verzoeker van 18 januari 2007 tot het verlenen van vrijstelling en bouwvergunning voor het tijdelijk plaatsen van een dagopvang voor verslaafde dak- en thuislozen in de nabijheid van de [locatie] te [plaats] is geschorst, wordt opgeheven.
- Voorlopige voorziening
- Bouwen
Toon inhoud
200703277/2.
Datum uitspraak: 15 mei 2007
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van onder meer:
het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam,
verzoeker,
tegen de uitspraak in zaak nos. VWRO 07/1333, 07/1439, 07/1269, 07/1440, en 07/1335 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam van 4 mei 2007 in het geding tussen:
[wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2], beiden wonend te [woonplaats],
en
verzoeker.
Openbare zitting gehouden op 15 mei 2007 om 14.15 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. R.W.L. Loeb, Voorzitter
Ambtenaar van Staat: mr. M.M. van Driel
Verschenen:
Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. H.J.M. Besselink, advocaat te Den Haag, en mr. E.M. Scholten, drs. M.W. Groen, M. du Pree, E.M. de Rooy en T. Nederveen, allen ambtenaar in dienst van de gemeente, [wederpartij sub 1] in persoon, bijgestaan door [gemachtigde], [wederpartij sub 2] in persoon en de Nico Adriaans Stichting, vertegenwoordigd door [gemachtigde].
======================================
De Voorzitter
I. heft de door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam getroffen voorlopige voorziening, waarbij het besluit van verzoeker van 18 januari 2007 is geschorst, op;
II. bepaalt dat verzoeker geen nieuwe beslissing op de tegen het besluit van 18 januari 2007 gemaakte bezwaren hoeft te nemen, voordat de Afdeling op de hoger beroepen heeft beslist.
Daartoe overweegt hij het volgende.
1. Procesverloop
Verzoeker heeft verzocht bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat de door de voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam getroffen voorlopige voorziening, waarbij het besluit van verzoeker van 18 januari 2007 tot het verlenen van vrijstelling en bouwvergunning voor het tijdelijk plaatsen van een dagopvang voor verslaafde dak- en thuislozen in de nabijheid van de [locatie] te [plaats] is geschorst, wordt opgeheven.
De Voorzitter ziet in hetgeen is aangevoerd aanleiding om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure niet in stand zal blijven, althans geconcludeerd zal worden dat wel vrijstelling krachtens artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend kon worden en dat zodanige vrijstelling ook verleend mocht worden. Gelet hierop en nu verzoeker groot belang heeft bij tijdige realisering van het bouwplan en geen grond bestaat om aan te nemen dat daardoor gevolgen in het leven worden geroepen die niet ongedaan kunnen worden gemaakt, in geval in het bodemgeschil anders zou worden geoordeeld, komt het verzoek op voormelde wijze voor toewijzing in aanmerking.
w.g. Loeb w.g. Van Driel
Voorzitter ambtenaar van Staat
414.