Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200703362/2

Uitspraak 200703362/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA8124
Datum uitspraak
22 juni 2007
Inhoudsindicatie
Verzoekster heeft op 16 augustus 2005 bij verweerder een aanvraag om een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer ingediend voor een inrichting op het adres Petroleumhavenweg 48 te Amsterdam.
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200703362/2.
Datum uitspraak: 22 juni 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "Amsterdam Port Services B.V.", gevestigd te Amsterdam,
verzoekster,

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
verweerder.

1. Procesverloop

Verzoekster heeft op 16 augustus 2005 bij verweerder een aanvraag om een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer ingediend voor een inrichting op het adres Petroleumhavenweg 48 te Amsterdam.

Tegen het uitblijven van een beslissing op bovengenoemde aanvraag heeft verzoekster bij brief van 11 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 14 mei 2007, beroep ingesteld.
Bij brief van 11 mei 2007, bij de Raad van State ingekomen op 14 mei 2007, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2007, waar verweerder, vertegenwoordigd door mr. H. Drupsteen en J.G.F. van Kempen, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Ter zitting heeft verweerder erop gewezen dat de aanvraag van 16 augustus 2005 niet volledig was en aanvulling behoefde. Pas toen de aanvraag, nadat deze al met verschillende andere stukken was aangevuld, op 21 december 2006 was aangevuld met een kwalitatieve risicoanalyse, was deze ontvankelijk, zo heeft verweerder ter zitting gesteld. Voorts heeft verweerder te kennen gegeven dat, voor zover de aanvraag ziet op activiteiten waarvan de uitoefening niet op grond van het onderliggende vergunningenbestand is toegestaan, hij heeft voorgesteld hiervoor een veranderingsvergunning aan te vragen, dit omdat een beslissing op een dergelijke aanvraag minder tijd in beslag zou nemen en verzoekster dan, vooruitlopend op de beslissing op de aanvraag om een revisievergunning, deze activiteiten reeds zou kunnen uitoefenen. Van deze mogelijkheid heeft verzoekster geen gebruik gemaakt.

Verweerder heeft ter zitting verder te kennen gegeven dat inmiddels een ontwerp van de te nemen beslissing op de aanvraag ter inzage is gelegd, en wel op 24 mei 2007. Verweerder verwacht een beslissing op de aanvraag te kunnen nemen ongeveer drie tot zes weken na de termijn van zes weken, voor het naar voren brengen van zienswijzen over het ontwerp.

2.3. Gesteld noch gebleken is dat het in rechtsoverweging 2.2 gestelde niet juist is.

2.4. Gezien het vorenstaande bestaat er naar het oordeel van de Voorzitter geen spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening en bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W. Konijnenbelt, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. L.A.M. van Hamond, ambtenaar van Staat.

w.g. Konijnenbelt w.g. Van Hamond
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2007

446


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon