Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200703056/2

Uitspraak 200703056/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA7584
Datum uitspraak
14 juni 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 december 2006 heeft verweerder het verzoek van verzoekster tot verlaging van de te stellen financiële zekerheid op grond van artikel 3, derde lid, van de Regeling EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen ingewilligd en de te stellen financiële zekerheid vastgesteld op € 45,00 per ton over te brengen afvalstoffen.
  • Voorlopige voorziening
  • Afval

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200703056/2.
Datum uitspraak: 14 juni 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster], gevestigd te [plaats],

en

de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 15 december 2006 heeft verweerder het verzoek van verzoekster tot verlaging van de te stellen financiële zekerheid op grond van artikel 3, derde lid, van de Regeling EEG-verordening overbrenging van afvalstoffen ingewilligd en de te stellen financiële zekerheid vastgesteld op € 45,00 per ton over te brengen afvalstoffen.

Bij besluit van 29 maart 2007, verzonden op dezelfde dag, heeft verweerder het door verzoekster hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft verzoekster bij brief van 27 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 1 mei 2007, beroep ingesteld.
Bij brief van 27 april 2007, bij de Raad van State ingekomen op 1 mei 2007, heeft verzoekster de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 juni 2007, waar verzoekster, vertegenwoordigd door mr. ing. J.J. Patelski, advocaat te Maastricht, en ing. J.T.M. van de Kerkhoff, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. R. Ahraoui, ambtenaar van het ministerie, en mr. K. Ulmer, werkzaam bij SenterNovem, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekster voert aan dat de door haar te stellen financiële zekerheid per ton over te brengen afvalstoffen en de daaruit voortvloeiende rentelasten dusdanig hoog zijn dat de overbrengingen van afvalstoffen van Nederland naar België voor haar verliesgevend worden.

2.3. Ter zitting is gebleken dat verzoekster als gevolg van de bij het bestreden besluit vastgestelde hoogte van de te stellen financiële zekerheid, permanent voor een extra financiële zekerheid van ongeveer € 6.000,00 zal moeten zorgen om de door haar voorgenomen overbrengingen uit te voeren. Uitgaande van de in de berekening bij het verzoekschrift genoemde rentevoet van 5,5 % zijn de rentelasten hiervan € 330,00 per jaar. Gelet hierop is geen sprake is van een niet te herstellen of aanvaarden financieel nadeel voor verzoekster indien zij de geëiste financiële zekerheid stelt. Derhalve is er naar het oordeel van de Voorzitter geen spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

2.4. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.

w.g. Hammerstein-Schoonderwoerd w.g. Van der Zijpp
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 14 juni 2007

262-492.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon