Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200605567/1

Uitspraak 200605567/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA7077
Datum uitspraak
13 juni 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 19 mei 2006 heeft verweerder aan Noorderland Onroerend Goed B.V. een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleend voor het lozen van bedrijfsafvalwater via een persleiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Gaarkeuken en voor het lozen van depotwater, huishoudelijk afvalwater, hemelwater en drainwater op het oppervlaktewater vanuit haar inrichting op het perceel Hoendiep 7a te Oldekerk, gemeente Grootegast.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Oppervlaktewateren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200605567/1.
Datum uitspraak: 13 juni 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 19 mei 2006 heeft verweerder aan Noorderland Onroerend Goed B.V. een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste en tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleend voor het lozen van bedrijfsafvalwater via een persleiding naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie Gaarkeuken en voor het lozen van depotwater, huishoudelijk afvalwater, hemelwater en drainwater op het oppervlaktewater vanuit haar inrichting op het perceel Hoendiep 7a te Oldekerk, gemeente Grootegast.

Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 27 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.

Bij brief van 5 oktober 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft een deskundigenbericht uitgebracht, gedateerd 17 januari 2007. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld daarop te reageren.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 7 mei 2007, waar appellant, vertegenwoordigd door mr. W.G.C. Wijsman, en verweerder, vertegenwoordigd door mr. J.J. Feunekes en E. Huizinga, ambtenaren van het waterschap, zijn verschenen.
Voorts zijn als partij gehoord vergunninghoudster, vertegenwoordigd door mr. ing. M.A.W. Koning en drs. A.J. de Boer, en het college van gedeputeerde staten van Groningen, vertegenwoordigd door M.J. Hopma, M. van Kampen en H.L. van der Leij, ambtenaren van de provincie.

2. Overwegingen

2.1. Appellant vreest voor ontoelaatbare verontreiniging van het oppervlaktewater.

2.1.1. Verweerder heeft in het bestreden besluit en ter zitting uiteengezet welke lozingsvoorschriften en maatregelen in de vergunning zijn opgenomen om verontreiniging van het oppervlaktewater te voorkomen. Volgens verweerder zijn deze voorschriften en maatregelen toereikend. Hij stelt dat alle geldende wettelijke bepalingen en richtlijnen in acht zijn genomen en dat er een adequate belangenafweging heeft plaatsgevonden.

2.1.2. De Afdeling overweegt dat appellant noch in het beroepschrift, noch ter zitting nader heeft onderbouwd waarom de aan de vergunning verbonden voorschriften en maatregelen ontoereikend zouden zijn. Op grond van hetgeen appellant heeft aangevoerd, is niet aannemelijk geworden dat in het bestreden besluit onvoldoende maatregelen ter voorkoming van verontreiniging van het oppervlaktewater zijn opgenomen. De Afdeling ziet dan ook geen grond voor het oordeel dat voor een ontoelaatbare verontreiniging van het oppervlaktewater moet worden gevreesd.

2.2. Het beroep is ongegrond.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, Voorzitter, en mr. J.G.C. Wiebenga en drs. H. Borstlap, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Fransen, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Kreveld w.g. Fransen
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 juni 2007

407-483.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon