Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200608117/1

Uitspraak 200608117/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA4706
Datum uitspraak
9 mei 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 september 2005 heeft de Raad voor Rechtsbijstand Leeuwarden (hierna: de Raad) een aanvraag voor een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200608117/1.
Datum uitspraak: 9 mei 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 06/240 van de rechtbank Leeuwarden van 1 november 2006 in het geding tussen:

appellante

en

de Raad voor Rechtsbijstand Leeuwarden.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2005 heeft de Raad voor Rechtsbijstand Leeuwarden (hierna: de Raad) een aanvraag voor een toevoeging voor rechtsbijstand afgewezen.

Bij besluit van 31 december 2005 heeft de Raad het door appellante daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 november 2006, verzonden op 2 november 2006, heeft de rechtbank Leeuwarden (hierna: de rechtbank) het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 8 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 6 december 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 2 februari 2007 heeft de Raad van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 4 april 2007. Appellante is met bericht niet verschenen. De Raad is, vertegenwoordigd door mr. J. Hamer, werkzaam bij de Raad, verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: Wrb) wordt rechtsbijstand niet verleend indien het een belang betreft waarvan de behartiging redelijkerwijze aan de aanvrager zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van deze wet.

2.2. Het geding betreft de afwijzing van een aanvraag voor rechtsbijstand bij het afleggen van een verklaring door appellante tegenover de sociale recherche over vermeende door haar gepleegde strafbare feiten.

2.3. Niet in geschil is dat alleen appellante zodanige verklaring inzake mogelijke strafbare feiten kan afleggen.

2.4. Appellante betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het bewaken van het verloop van een gehoor inzake vermeende bijstandsfraude als het verlenen van rechtsbijstand gekwalificeerd dient te worden.

2.5. Het betoog faalt. In tegenstelling tot hetgeen appellante betoogt, heeft de rechtbank het bewaken van een gehoor als een rechtsbelang gekwalificeerd waarvoor in beginsel rechtsbijstand zou kunnen worden verleend. De rechtbank heeft echter terecht overwogen dat het enkele bewaken van het gehoor een belang is waarvan de behartiging redelijkerwijs aan appellante zelf kan worden overgelaten, zo nodig met bijstand van een andere persoon of instelling van wie onderscheidenlijk waarvan de werkzaamheden niet vallen binnen de werkingssfeer van de Wrb. De rechtbank is terecht tot de slotconclusie gekomen dat de bestreden beslissing op bezwaar waarbij de weigering om een toevoeging te verlenen is gehandhaafd, in stand kan blijven.

2.6. In hetgeen overigens door appellante is aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor een ander oordeel.

2.7. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.

w.g. Van Altena w.g. Van Meurs-Heuvel
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2007

47-554.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon