Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200700249/1

Uitspraak 200700249/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA4165
Datum uitspraak
2 mei 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 juli 2006 heeft de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: de IBG) appellant medegedeeld dat zijn aanmelding voor de B opleiding Bewegingsagogie/Psychomotorische Therapie aan de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle (hierna: de opleiding) niet kan worden verwerkt, omdat deze te laat is ingediend.
  • Hoger beroep
  • Onderwijs

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200700249/1.
Datum uitspraak: 2 mei 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in de zaak nos. AWB 06/1245 en AWB 06/1279 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen van 24 oktober 2006 in het geding tussen:

appellant

en

de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep.

1. Procesverloop

Bij besluit van 6 juli 2006 heeft de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: de IBG) appellant medegedeeld dat zijn aanmelding voor de B opleiding Bewegingsagogie/Psychomotorische Therapie aan de Christelijke Hogeschool Windesheim te Zwolle (hierna: de opleiding) niet kan worden verwerkt, omdat deze te laat is ingediend.

Bij besluit van 15 augustus 2006 heeft de IBG het door appellant daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Bij uitspraak van 24 oktober 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Groningen (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover thans van belang, het door appellant daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellant bij brief van 27 november 2006, ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft het beroepschrift op grond van artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), doorgezonden naar de Afdeling, alwaar het beroepschrift is ingekomen op 10 januari 2007. De gronden zijn aangevuld bij brief van 21 december 2006. Deze brieven zijn aangehecht.

Bij brief van 16 januari 2007 heeft de IBG van antwoord gediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 30 maart 2007, waar de IBG, vertegenwoordigd door mr. K.F. Hofstee, is verschenen. Appellant is, met bericht, niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Ingevolge artikel 7.57g van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, voor zover thans van belang, bedraagt, in afwijking van de artikelen 6:7 en 7:10 van de Awb, de termijn twee weken voor het indienen van een bezwaarschrift tegen een besluit van de Informatie Beheer Groep inzake afgifte van een bewijs van toelating.

Ingevolge artikel 6:4, eerste lid, van de Awb geschiedt het maken van bezwaar door het indienen van een bezwaarschrift bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen.

2.2. Appellant betoogt tevergeefs dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat hij tijdig op 19 juli 2006 zijn bezwaren mondeling aan de balie van het servicekantoor Groningen van de IBG kenbaar heeft gemaakt. Wat daar ook van zij, dit doet er niet aan af dat een bezwaar schriftelijk moet worden ingediend. Appellant heeft eerst bij brief van 27 juli 2006, derhalve buiten de daarvoor geldende termijn van twee weken, bezwaar gemaakt. De voorzieningenrechter heeft in hetgeen appellant heeft aangevoerd dan ook terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de IBG het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.3. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, ambtenaar van Staat.

w.g. Ligtelijn-van Bilderbeek w.g. Wilbers-Taselaar
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 2 mei 2007

71-479.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon