Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200608147/1

Uitspraak 200608147/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA3739
Datum uitspraak
25 april 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 7 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (hierna: het college) het verzoek van appellante om het op 12 augustus 2004 in Marokko gesloten huwelijk tussen appellante en [partner] in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens te registreren, afgewezen.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200608147/1.
Datum uitspraak: 25 april 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak no. AWB 05/2619 van de rechtbank Maastricht van 9 oktober 2006 in het geding tussen:

appellante

en

het college van burgemeester en wethouders van Heerlen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 7 juli 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen (hierna: het college) het verzoek van appellante om het op 12 augustus 2004 in Marokko gesloten huwelijk tussen appellante en [partner] in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens te registreren, afgewezen.

Bij besluit van 10 november 2005 heeft het college het daartegen door appellante gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 oktober 2006, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank Maastricht (hierna: de rechtbank) het daartegen door appellante ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft appellante bij brief van 8 november 2006, bij de Raad van State ingekomen op dezelfde dag, hoger beroep ingesteld. Deze brief is aangehecht.

Bij brief van 11 januari 2007 heeft het college van antwoord gediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 maart 2007, waar appellante in persoon en bijgestaan door mr. P. Ograjensek, advocaat te Roermond, alsmede [tolk], en het college vertegenwoordigd door mr. J.P.H.M. Quaedvlieg en P.L.M. Goor, beiden werkzaam bij de gemeente Heerlen, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Voor de van toepassing zijnde bepalingen van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (hierna: de Wet GBA) verwijst de Afdeling naar de aangevallen uitspraak.

2.2. Ingevolge artikel 6 van de Wet conflictenrecht huwelijk wordt aan een buiten Nederland gesloten huwelijk erkenning onthouden, indien deze erkenning onverenigbaar zou zijn met de openbare orde. Op grond van deze bepaling in samenhang met de Wet GBA, zal de ambtenaar van de gemeentelijke basisadministratie kunnen weigeren betrokkenen als gehuwd te registreren wanneer hij de overtuiging heeft dat het in het buitenland gesloten huwelijk een schijnhuwelijk is (Kamerstukken II 1991-1992, 22 488, nr. 3, p. 5).

Gelet op het bepaalde in de artikelen 1:50, 1:53 en 1:71a van het Burgerlijk Wetboek is het sluiten van een schijnhuwelijk in strijd met de openbare orde. Van een schijnhuwelijk is sprake indien het oogmerk van de (aanstaande) echtgenoten, of één hunner, niet is gericht op de vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten, doch op het verkrijgen van toelating tot Nederland.

2.3. Met de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat in dit geval sprake is van een schijnhuwelijk omdat het oogmerk van de echtgenoten niet is gericht op vervulling van de door de wet aan de huwelijkse staat verbonden plichten maar op het verkrijgen van toelating tot Nederland van de echtgenoot van appellante en dat het college het verzoek van appellante het huwelijk in de gemeentelijke basisadministratie te registreren, terecht heeft geweigerd. De rechtbank heeft terecht gewezen op de omstandigheid dat appellante en haar echtgenoot weinig van elkaar blijken te weten, dat de echtgenoot ook weinig weet van de kinderen van appellante en voorts dat tegenstrijdigheden voorkomen in de onafhankelijk van elkaar afgelegde verklaringen over de totstandkoming van het huwelijk en over de motieven van de echtgenoot om naar Nederland te komen. Deze tegenstrijdigheden hebben appellante en [partner] niet afdoende kunnen verklaren. Terecht heeft de rechtbank het standpunt van het college onderschreven dat aan de eerste door [partner] afgelegde verklaring ten overstaan van een medewerker van de Nederlandse ambassade in Rabat vastgehouden dient te worden en niet aan de tweede verklaring die is afgelegd in de vorm van antwoorden op vragen die de gemachtigde van appellante na het afkomen van het bestreden besluit op 12 december 2005 aan hem heeft voorgelegd. Dat [partner] in Rabat niet vrijuit heeft kunnen spreken omdat, naar appellante stelt, het gesprek onder een zekere druk is tot stand gekomen, is niet aannemelijk gemaakt.

Anders dan appellante betoogt, is de Afdeling gelet op de door de rechtbank in de uitspraak aangehaalde feiten en omstandigheden in onderlinge samenhang bezien, niet gebleken dat de rechtbank voor de beoordeling van het beroep van belang zijnde feiten en omstandigheden naast zich heeft gelegd.

2.4. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. M. Vlasblom, Voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. G.J. van Muijen, Leden, in tegenwoordigheid van mr. J. de Koning, ambtenaar van Staat.

w.g. Vlasblom w.g. De Koning
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 25 april 2007

221.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon