Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200701186/2

Uitspraak 200701186/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:BA1121
Datum uitspraak
13 maart 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 28 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het bouwen van twee woningen op het perceel [locatie], kadastraal bekend gemeente Wageningen, sectie […], nr. […] (ged.).
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200701186/2.
Datum uitspraak: 13 maart 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoekers], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak in zaak nos. AWB 06/5859 en 06/5860 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem van 20 december 2006 in het geding tussen:

verzoekers

en

het college van burgemeester en wethouders van Wageningen.

1. Procesverloop

Bij besluit van 28 april 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wageningen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] bouwvergunning verleend voor het bouwen van twee woningen op het perceel [locatie], kadastraal bekend gemeente Wageningen, sectie […], nr. […] (ged.).

Bij besluit van 26 oktober 2006 heeft het college het door verzoekers daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 december 2006, verzonden op 5 januari 2007, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem (hierna: de voorzieningenrechter), voor zover hier van belang, het door verzoekers daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben verzoekers bij brief van 13 februari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 14 februari 2007, hoger beroep ingesteld. De gronden zijn aangevuld bij brief van 4 maart 2007.
Bij brief van 13 februari 2007, bij de Raad van State ingekomen op 14 februari 2007, hebben verzoekers de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 7 maart 2007, waar verzoekers en het college, vertegenwoordigd door C.A. Murray, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [vergunninghouder], als belanghebbende, vertegenwoordigd door mr. J.W. van der Linde, advocaat te Ede, daar gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Het oordeel van de Voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

2.2. Verzoekers betogen dat de voorzieningenrechter heeft miskend dat de bouwvergunning is verleend in strijd met artikel 19 van de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Stadscentrum 2003". Voorts betogen zij dat de voorzieningenrechter ten onrechte niet heeft onderkend dat het verrichte archeologisch onderzoek in omvang te beperkt was om de vraag, of door de voorziene bouwactiviteiten archeologische waarden kunnen worden geschaad, definitief te kunnen beantwoorden. Met hun verzoek om schorsing van de verleende bouwvergunning beogen verzoekers te voorkomen dat door voortzetting van de bouwactiviteiten een onomkeerbare situatie ontstaat.

2.3. Ter zitting is gebleken dat de grondwerkzaamheden ten behoeve van het bouwplan inmiddels zijn voltooid en dat momenteel werkzaamheden plaatsvinden ten behoeve van het aanbrengen van de tweede bouwlaag van de voorziene woningen. In dit stadium van de bouw bestaat geen grond voor het oordeel dat archeologische waarden, voor zover aanwezig, bij voortzetting van die bouwactiviteiten aangetast zullen worden. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

2.4. Het verzoek om voorlopige voorziening dient te worden afgewezen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Hanrath
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 13 maart 2007

392


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon