Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200605228/1

Uitspraak 200605228/1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2007:AZ6838
Datum uitspraak
24 januari 2007
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 30 mei 2006 heeft verweerder aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 13 juni 2006 ter inzage gelegd.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vee e.a. dieren

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200605228/1.
Datum uitspraak: 24 januari 2007

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellanten], wonend te [woonplaats],

en

het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas,
verweerder.

1. Procesverloop

Bij besluit van 30 mei 2006 heeft verweerder aan [vergunninghoudster] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor een varkenshouderij, gelegen op het perceel [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 13 juni 2006 ter inzage gelegd.

Tegen dit besluit hebben appellanten bij brief van 14 juli 2006, bij de Raad van State ingekomen op 17 juli 2006, beroep ingesteld.

Bij brief van 11 augustus 2006 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.

De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 2 januari 2007, waar appellanten, van wie [gemachtigde] in persoon en bijgestaan door mr. R.A.M. Verkoijen, en verweerder, vertegenwoordigd door G.F.M. Brugmans, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen. Voorts is [vergunninghoudster] als partij gehoord.

2. Overwegingen

2.1. Appellanten voeren aan dat verweerder de beslissing op de aanvraag om vergunning had moeten aanhouden totdat door het college van gedeputeerde staten van Limburg onherroepelijk is beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan "Landgoed De Roode Vennen". Dit bestemmingsplan moet het voor appellanten mogelijk maken om een accommodatie voor recreatief verblijf op te richten. Volgens appellanten had verweerder niet op de onderhavige aanvraag mogen beslissen voordat in de bestemmingsplanprocedure zekerheid is verkregen over de juistheid van de door hem bij de toepassing van de Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden ten aanzien van deze verblijfsaccommodatie gehanteerde categorie-indeling. Appellanten verzoeken verder om een toets van die categorie-indeling.

2.2. De Afdeling overweegt dat geen wettelijke bepaling verweerder ertoe verplichtte de beslissing op de onderhavige aanvraag in afwachting van de uitkomst van de bestemmingsplanprocedure aan te houden. In hetgeen appellanten hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat verweerder de beslissing desondanks had moeten uitstellen. Daarbij betrekt de Afdeling dat op verweerder de plicht rust om binnen de in artikel 3:18, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht genoemde termijn te beslissen en dat deze termijn ten tijde van het bestreden besluit reeds was verstreken.

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat appellanten zich kunnen vinden in de door verweerder ten aanzien van de eerder genoemde verblijfsaccommodatie gehanteerde categorie-indeling. Appellanten hebben in zoverre ook niet verzocht om vernietiging van het bestreden besluit. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding om in het kader van de onderhavige procedure te toetsen of die categorie-indeling juist is.

2.3. Het beroep is ongegrond.

2.4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. Th.G. Drupsteen, Lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P. Plambeck, ambtenaar van Staat.

w.g. Drupsteen w.g. Plambeck
Lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2007

159-462.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon