Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 200501621/2

Uitspraak 200501621/2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2005:AT3734
Datum uitspraak
8 april 2005
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 25 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college) verzoeker gesommeerd de bouwwerkzaamheden ten behoeve van een stal/garage op het perceel kadastraal bekend gemeente Boxtel, sectie […], nummer […] met onmiddellijke ingang te staken. Voorts is daarbij een preventieve last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat verzoeker een dwangsom verbeurt van €10.000,00, zodra door het college wordt vastgesteld dat de bouw is voortgezet.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

200501621/2.
Datum uitspraak: 8 april 2005

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend te [woonplaats],

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank
's-Hertogenbosch van 20 januari 2005 in het geding tussen:

verzoeker

en

het college van burgemeester en wethouders van Boxtel.

1. Procesverloop

Bij besluit van 25 augustus 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxtel (hierna: het college) verzoeker gesommeerd de bouwwerkzaamheden ten behoeve van een stal/garage op het perceel kadastraal bekend gemeente Boxtel, sectie […], nummer […] met onmiddellijke ingang te staken. Voorts is daarbij een preventieve last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat verzoeker een dwangsom verbeurt van €10.000,00, zodra door het college wordt vastgesteld dat de bouw is voortgezet.

Bij besluit van 17 december 2004 heeft het college het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij mondelinge uitspraak van 20 januari 2005, waarvan het proces-verbaal is verzonden op 25 januari 2005, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft verzoeker bij ongedateerde brief, bij de Raad van State ingekomen op 22 februari 2005, hoger beroep ingesteld.
Bij deze brief heeft verzoeker de Voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De Voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 18 maart 2005, waar verzoeker in persoon, bijgestaan door A.H.W.M. Schreuder, gemachtigde, en het college, vertegenwoordigd door M.W.C. Heesbeen, ambtenaar van de gemeente, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. De vraag of het college mocht aannemen dat verzoeker kennis heeft kunnen nemen van het per aangetekende brief verzonden besluit van 25 augustus 2004, nu, naar zeggen van verzoeker, zijn echtgenote vanwege haar niet aan te rekenen omstandigheden heeft geweigerd deze brief in ontvangst te nemen en het besluit niet alsnog per post is nagezonden, dient in de bodemprocedure te worden beantwoord.

2.2. Aangezien de dwangsom op het moment van het indienen van het verzoek om voorlopige voorziening reeds was verbeurd en slechts de burgerlijke rechter bevoegd is te oordelen over de invordering daarvan, ontbreekt naar het oordeel van de Voorzitter het voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening vereiste spoedeisend belang. Gelet hierop, wordt het verzoek om het treffen van een zodanige voorziening afgewezen.

2.3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, als Voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, ambtenaar van Staat.

w.g. Slump w.g. Boermans
Voorzitter ambtenaar van Staat

Uitgesproken in het openbaar op 8 april 2005

429.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon