Uitspraak 202505482/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6495
- Datum uitspraak
- 4 november 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluiten van 30 mei 2023 heeft de burgemeester van Haarlem één aan The Lightning en twee aan CHMP verleende Alcoholwetvergunningen ingetrokken. Op 6 oktober 2009 heeft de burgemeester aan The Lightning een Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd Club June gevestigd aan de Smedestraat 31 in Haarlem. Op 5 juli 2021 heeft de burgemeester aan CHMP twee Alcoholwetvergunningen verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd CHMP, gevestigd aan de Smedestraat 29 in Haarlem, en voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd Shibuya, gevestigd aan de Smedestraat 27 in Haarlem. In het vervolg duidt de Afdeling deze drie vergunningen aan als ‘de vergunningen’. Ten tijde van de intrekking van de vergunningen was [persoon] eigenaar, exploitant en leidinggevende van de horecabedrijven Club June, CHMP, en Shibuya (de horecabedrijven).
- Hoger beroep
- Drank en horeca
Toon inhoud
202505482/1/A2.
Datum uitspraak: 4 november 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
The Lightning B.V. en CHMP B.V., gevestigd in Haarlem,
appellanten,
tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 12 september 2025 in zaken nrs. 24/181 en 24/182 in het geding tussen:
The Lightning en CHMP
en
de burgemeester van Haarlem.
Procesverloop
Bij besluiten van 30 mei 2023 heeft de burgemeester één aan The Lightning en twee aan CHMP verleende Alcoholwetvergunningen ingetrokken.
Bij besluiten van 8 december 2023 heeft de burgemeester de door The Lightning en CHMP daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 12 september 2025 heeft de rechtbank het door The Lightning en CHMP daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben The Lightning en CHMP hoger beroep ingesteld.
De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
The Lightning en CHMP hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 20 augustus 2026, waar The Lightning B.V. en CHMP B.V., vertegenwoordigd door mr. G.J.S. Pannekoek en mr. S.T. Blom, advocaten in Amsterdam, vergezeld door [persoon], en de burgemeester van Haarlem, vertegenwoordigd door mr. B.S. Jaasma en mr. M.H.A. Bakkum, advocaten in Den Haag, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. Op 6 oktober 2009 heeft de burgemeester aan The Lightning een Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd Club June gevestigd aan de Smedestraat 31 in Haarlem. Op 5 juli 2021 heeft de burgemeester aan CHMP twee Alcoholwetvergunningen verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd CHMP, gevestigd aan de Smedestraat 29 in Haarlem, en voor het uitoefenen van het horecabedrijf in de inrichting genaamd Shibuya, gevestigd aan de Smedestraat 27 in Haarlem. In het vervolg duidt de Afdeling deze drie vergunningen aan als ‘de vergunningen’. Ten tijde van de intrekking van de vergunningen was [persoon] eigenaar, exploitant en leidinggevende van de horecabedrijven Club June, CHMP, en Shibuya (de horecabedrijven).
2. Bij besluiten van 30 mei 2023 heeft de burgemeester de vergunningen ingetrokken op grond van artikel 31, eerste lid, aanhef en onder b en c van de Alcoholwet, omdat [persoon] volgens de burgemeester van slecht levensgedrag is (artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b, van de Alcoholwet) en het van kracht blijven van de vergunningen gevaar oplevert voor de openbare orde, veiligheid en zedelijkheid. De burgemeester heeft daaraan verschillende incidenten ten grondslag gelegd die zijn opgenomen in bestuurlijke rapportages. Volgens de burgemeester volgt uit de bestuurlijke rapportages dat [persoon] onzedelijk gedrag vertoont, alcohol verstrekt aan minderjarigen en aan minderjarigen toegang verleent tot de horecabedrijven. Verder volgt volgens de burgemeester uit de bestuurlijke rapportages dat veel geweldsincidenten plaatsvinden tussen bewakers en bezoekers van de horecabedrijven. [persoon] heeft hiervoor in 2016 al een waarschuwing van de burgemeester gekregen. Verder zijn de destijds geldende coronaregels meermaals overtreden, aldus de burgemeester.
3. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester mocht concluderen dat [persoon] van slecht levensgedrag is omdat de gedragingen en incidenten die de burgemeester aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd een patroon laten zien dat iets zegt over de betrouwbaarheid van de leidinggevende om zijn horecabedrijven op verantwoorde wijze uit te oefenen. De incidenten zijn, in samenhang bezien, niet gering, voortdurend en gaan ook over de veiligheid van minderjarigen. Het onderzoek is zorgvuldig geweest en de bestreden besluiten zijn volgens de rechtbank deugdelijk gemotiveerd. De burgemeester mocht de vergunningen naar het oordeel van de rechtbank daarom intrekken.
4. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Hoger beroep en beoordeling
5. The Lightning en CHMP betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de burgemeester de gestelde feiten en omstandigheden uit de strafrechtelijke procedure in strijd met de onschuldpresumptie als vaststaand heeft beschouwd. [persoon] en The Lightning en CHMP zijn niet strafrechtelijk veroordeeld. Het Openbaar Ministerie heeft de zaken die verband houden met de in de bestuurlijke rapportages overgenomen verklaringen geseponeerd.
The Lightning en CHMP betogen verder dat de burgemeester het besluit van 8 december 2023 onzorgvuldig heeft voorbereid omdat niet kan worden uitgegaan van de juistheid van de bestuurlijke rapportages en de daarin opgenomen verklaringen. De bestuurlijke rapportages bevatten niet de waarnemingen en ondervindingen van de opstellers van de rapportage. Zo is nooit door een toezichthouder of politieagent geconstateerd dat aan minderjarigen in een van de horecabedrijven alcohol is verschaft. De burgemeester heeft volgens The Lightning en CHMP nagelaten zich te vergewissen van de juistheid van de verklaringen.
Tot slot betogen The Lightning en CHMP dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de burgemeester ten onrechte heeft geconcludeerd dat [persoon] van slecht levensgedrag is.
Onschuldpresumptie
5.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1315, onder 5.2), is van schending van de onschuldpresumptie sprake als een uiting een oordeel weergeeft over de schuld van iemand die is aangeklaagd ter zake van het plegen van een strafbaar feit voordat de schuld van die persoon in de strafrechtelijke procedure is komen vast te staan.
5.2. De rechtbank heeft terecht overwogen dat er geen schending van de onschuldpresumptie is omdat de burgemeester zich baseert op een zelfstandige afweging van de feiten en omstandigheden zoals die blijken uit de bestuurlijke rapportages. Twee minderjarige meisjes hebben tegen [persoon] aangifte gedaan van verkrachting. Het Openbaar Ministerie heeft beide zaken geseponeerd. Ook zijn tegen beveiligers van Club June twee aangiften van mishandeling gedaan door bezoekers van die club. In het besluit van 8 december 2023 heeft de burgemeester deze aangiften benoemd en weergegeven wat de aangevers hebben verklaard bij de politie. De burgemeester heeft daarbij geen oordeel gegeven over de schuld van [persoon] dan wel de beveiligers, maar heeft de verklaringen van de aangevers betrokken als nadere onderbouwing van de veel meer omvattende bevindingen in de bestuurlijke rapportages die hij ten grondslag heeft gelegd aan zijn standpunt dat [persoon] van slecht levensgedrag is.
Het betoog slaagt niet.
Juistheid bestuurlijke rapportages
5.3. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag een bestuursorgaan, onverminderd zijn eigen verantwoordelijkheid om een besluit zorgvuldig voor te bereiden, in beginsel afgaan op de juistheid van de bevindingen in een op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakt en ondertekende bestuurlijke rapportage, voor zover deze bevindingen eigen waarnemingen van de opsteller van de rapportage weergeven (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1235, r.o. 9).
5.4. De burgemeester heeft aan het besluit van 8 december 2023 bestuurlijke rapportages van de politie van 17 oktober 2016, 6 februari 2017, 30 april 2021, 4 april 2023, 19 april 2023, 25 april 2023, en 10 mei 2023 ten grondslag gelegd. Bij deze laatste bestuurlijke rapportage was als bijlage ook een bestuurlijke rapportage van de politie van 22 april 2013 gevoegd.
5.5. In de bestuurlijke rapportages staan verschillende waarnemingen van rapporteurs die minderjarigen rondom Club June in zeer beschonken toestand en daardoor soms ook buiten bewustzijn hebben aangetroffen. Deze minderjarigen hebben aan die rapporteurs verklaard dat zij bij Club June zijn geweest. In een aantal gevallen is een minderjarige onderzocht door de ambulance of overgebracht naar het ziekenhuis. Verder zijn er in de bestuurlijke rapportages WhatsAppberichten opgenomen waarin [persoon] aan minderjarige meisjes heeft geschreven dat zij bij Club June naar binnen mogen en hoe zij dat het beste kunnen doen. Verder hebben rapporteurs meerdere geweldsincidenten waargenomen tussen beveiligers en bezoekers van Club June waaronder een incident waarbij de hoofdbeveiliger een bezoeker bij de keel heeft gegrepen nadat de bezoeker eerder een andere beveiliger probeerde te slaan.
Daarnaast bevatten de bestuurlijke rapportages verklaringen van verschillende minderjarige bezoekers van Club June. Uit deze verklaringen valt af te leiden dat [persoon] heeft gefaciliteerd en gestimuleerd dat minderjarige meisjes met zogenoemde VIP-bandjes toegang verkregen tot zijn horecabedrijven en dat zij daar alcoholhoudende dranken nuttigden. Ook volgt uit de verklaringen dat [persoon]op de locatie waar de horecabedrijven worden geëxploiteerd en gedurende de exploitatie van de horecabedrijven intieme of seksuele handelingen heeft verricht met minderjarige meisjes. Hoewel het bovenstaande niet is waargenomen door de rapporteurs, zijn de verklaringen van de betreffende minderjarigen in lijn met de overige in de bestuurlijke rapportages opgenomen bevindingen. The Lightning en CHMP hebben daarnaast in het geheel geen concrete verklaringen of andere stukken overgelegd die de juistheid van de in de bestuurlijke rapportages opgenomen verklaringen betwisten. De rechtbank heeft daarom terecht overwogen dat de burgemeester mocht afgaan op de juistheid van de bevindingen in de bestuurlijke rapportages.
Het betoog slaagt niet.
Slecht levensgedrag
5.6. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de burgemeester mocht concluderen dat [persoon] van slecht levensgedrag is. De hiervoor weergegeven gedragingen en incidenten die de burgemeester aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd laten inderdaad en zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, een patroon zien dat afbreuk doet aan de betrouwbaarheid van [persoon] om zijn horecabedrijven op verantwoorde wijze uit te oefenen. Zoals de rechtbank terecht heeft overwogen zijn de incidenten, in samenhang bezien, voortdurend en niet gering, en raken deze aan de veiligheid van minderjarigen. Naar het oordeel van de Afdeling mocht de burgemeester zich op het standpunt stellen dat het toelaten van minderjarigen in het horecabedrijf in strijd met het eigen deurbeleid, het verstrekken van alcoholhoudende drank aan minderjarigen, het aanmoedigen van minderjarigen om alcohol te drinken en het verrichten van seksuele handelingen met minderjarige meisjes op de locatie waar de horecabedrijven worden geëxploiteerd nadat zij onder invloed waren van alcoholhoudende dranken buitengewoon verwijtbaar is en evident niet past bij het gedrag dat van een leidinggevende mag worden verwacht.
Het betoog slaagt niet.
Overige gronden
6. Gelet op het bovenstaande heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat de burgemeester de vergunningen van de drie horecabedrijven mocht intrekken. In wat The Lightning en CHMP voor het overige hebben aangevoerd, ziet de Afdeling geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. Deze gronden behoeven geen nadere bespreking.
Conclusie
7. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
8. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. N.H. van den Biggelaar en mr. V.V. Essenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. L.S. van den Oosterkamp, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Van den Oosterkamp
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 november 2026
941-1177
BIJLAGE
Wettelijk kader
Alcoholwet
Artikel 8
1. Leidinggevenden van het horecabedrijf en het slijtersbedrijf voldoen aan de volgende eisen:
a. zij hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt;
b. zij zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag;
c. zij mogen niet onder curatele staan.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden naast de in het eerste lid gestelde eisen andere eisen ten aanzien van het zedelijk gedrag van leidinggevenden gesteld en kan de in dat lid, onder b, gestelde eis nader worden omschreven.
[…]
Artikel 31
Een vergunning wordt door de burgemeester ingetrokken, indien:
[…]
b. niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikelen 8 en 10 geldende eisen;
c. zich in de betrokken inrichting feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het van kracht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
[…]
acht blijven der vergunning gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid.
[…]
Intrekken van alcoholvergunningen voor drie Haarlemse horecazaken
Uitspraak over het besluit van de burgemeester van Haarlem om de alcoholvergunningen in te trekken van drie horecabedrijven aan de Smedestraat in Haarlem. De drie horecabedrijven hebben dezelfde eigenaar en leidinggevende. Volgens de burgemeester is de man ‘van slecht levensgedrag’, zoals dat heet, en bestaat er gevaar voor de openbare orde en veiligheid als de vergunningen in stand zouden blijven. De burgemeester baseert zijn besluit op diverse rapporten waarin incidenten worden gemeld in de horecazaken, zoals geweldsincidenten en het verstrekken van alcohol aan minderjarigen. De eigenaar kwam tegen het besluit van de burgemeester in beroep bij de rechtbank Noord-Holland. Die oordeelde dat de burgemeester mocht concluderen dat de man ‘van slecht levensgedrag’ is omdat de incidenten een patroon laten zien die iets zeggen over de betrouwbaarheid van de man als leidinggevende. De incidenten zijn in samenhang bezien niet gering, voortdurend en gaan ook over de veiligheid van minderjarigen, aldus de rechtbank. De eigenaar legt zich niet neer bij de uitspraak van de rechtbank en is daartegen in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De eigenaar voert aan dat hij niet strafrechtelijk is veroordeeld en dat de burgemeester niet had mogen uitgaan van de juistheid van de rapportages en de verklaringen over de incidenten. Zo is volgens hem nooit door een toezichthouder of de politie geconstateerd dat in zijn horecabedrijven aan minderjarigen alcohol is geschonken. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 20 augustus 2026 op zitting behandeld.