Uitspraak BRS.26.005281
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6301
- Datum uitspraak
- 30 oktober 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd, de ingangsdatum gesteld op 26 april 2023 en een verzoek van betrokkene om bestuurlijke heroverweging van een besluit van 28 juni 2020 op een eerdere aanvraag van betrokkene om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, afgewezen.
- Voorlopige voorziening
- Asiel
Toon inhoud
BRS.26.005281
ECLI:NL:RVS:2026:6301
Datum uitspraak: 30 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 8 september 2026 in zaak nr. NL25.189 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd, de ingangsdatum gesteld op 26 april 2023 en een verzoek van betrokkene om bestuurlijke heroverweging van een besluit van 28 juni 2020 op een eerdere aanvraag van betrokkene om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, afgewezen.
Bij uitspraak van 8 september 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de ingangsdatum van de verblijfsvergunning wordt gesteld op 10 februari 2019 en dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat de uitspraak van de rechtbank wordt geschorst totdat de Afdeling op het door hem ingestelde hoger beroep heeft beslist.
2. Het hoger beroep vergt nader onderzoek, waarvoor deze procedure zich niet goed leent. Gelet hierop en op de belangen die de minister en de betrokkene naar voren hebben gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening. Daarom herleeft de situatie in rechte van voor de uitspraak van de rechtbank. Dit betekent dat de ingangsdatum van de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel 26 april 2023 blijft totdat de Afdeling op het hoger beroep van de minister heeft beslist.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
schorst bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.L. MacLean, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. MacLean
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 30 oktober 2026
1118