Uitspraak 202602020/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:6256
- Datum uitspraak
- 27 oktober 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen beslist op een verzoek van [partijen] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo). Het college heeft een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. De documenten waar de besluiten van het college op zien, gaan over het vergunningsproces en de handhavingsprocedure ten aanzien van een dakopbouw op het woonadres van [verzoekers]. Hun belang bij opschorting van de openbaarmaking van de documenten ligt in de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer.
- Voorlopige voorziening
- Openbaarheid
Toon inhoud
202602020/2/A3.
Datum uitspraak: 27 oktober 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
[verzoeker A] en [verzoeker B], wonend in Dongen,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de rechtbank ZeelandWestBrabant van 30 juni 2026 in zaken nrs. 25/4167 en 25/4856 in het geding tussen:
1. [verzoekers],
2. [partij A] en [partij B], wonend in Dongen,
en
het college van burgemeester en wethouders van Dongen.
Procesverloop
Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft het college beslist op een verzoek van [partijen] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (de Woo). Het college heeft een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.
Hiertegen hebben zowel [partijen] als [verzoekers] bezwaar gemaakt. Bij besluiten van 12 augustus 2025 op die bezwaren heeft het college het besluit van 3 oktober 2024 gedeeltelijk herroepen en drie nieuw aangetroffen documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt.
Hiertegen hebben zowel [partijen] als [verzoekers] beroep ingesteld. Bij uitspraak van 30 juni 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:5796, heeft de rechtbank die beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] hoger beroep ingesteld. Daarbij hebben zij verzocht om schadevergoeding. Tevens hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
[partijen] hebben een reactie ingediend. Ook het college heeft een reactie ingediend.
Daarop hebben [verzoekers] gereageerd.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[partijen] hebben nadere stukken ingediend. Ook [verzoekers] hebben nadere stukken ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de zaak op een zitting behandeld op 3 september 2026, waar [verzoekers], vertegenwoordigd door [gemachtigde], het college, vertegenwoordigd door J.A.B. Bossink en mr. R. van der Meijden, en [partijen] zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Niet alle vragen die in hoger beroep voorliggen, lenen zich voor beantwoording in deze voorlopige voorzieningsprocedure. Daarom ziet de voorzieningenrechter af van een voorlopig rechtmatigheidsoordeel. De voorzieningenrechter zal de vraag of vooruitlopend op de uitspraak op het hoger beroep een voorlopige voorziening moet worden getroffen, beantwoorden aan de hand van een belangenafweging.
3. De documenten waar de besluiten van het college op zien, gaan over het vergunningsproces en de handhavingsprocedure ten aanzien van een dakopbouw op het woonadres van [verzoekers]. Hun belang bij opschorting van de openbaarmaking van de documenten ligt in de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer. Openbaarmaking van de documenten zou in verband daarmee tot een onomkeerbare situatie kunnen leiden. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter weegt dit belang zwaarder dan het belang van het college en van [partijen] om de uitspraak in hoger beroep niet af te wachten. Daarom zal de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening bepalen dat het college de documenten niet openbaar maakt voordat op het hoger beroep is beslist.
4. Het college moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat het college van burgemeester en wethouders van Dongen niet overgaat tot openbaarmaking van de documenten waarop de besluiten van 12 augustus 2025 zien, voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Dongen tot vergoeding van de bij [verzoeker A] en [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten ten bedrage van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Dongen aan [verzoeker A] en [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 297,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. J. Hoekstra, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, griffier.
w.g. Hoekstra
voorzieningenrechter
w.g. Hartsuiker
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2026
620