Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202404619/2/R2

Uitspraak 202404619/2/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:6063
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Fietspad HTCE-De Run" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de verbreding van een al bestaand fietspad mogelijk tussen het bedrijventerrein "De Run" in Veldhoven en de "High Tech Campus" in Eindhoven (HTCE). Het fietspad zal deel uitmaken van een 32 km lange doorgaande fietsroute, die van Eersel, via De Run en de HTCE, naar Geldrop loopt. Het fietspad is nu 2,5 meter breed en wordt 3,5 meter breed. De leden van de wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] wonen in de buurt van het plangebied. Zij maken zich vooral zorgen over de gevolgen die het plan heeft voor de natuur en hun woon- en leefklimaat, in het bijzonder de verkeersveiligheid. De wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst, totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202404619/2/R2.
Datum uitspraak: 14 oktober 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op de verzoeken om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:

1.       Wijkvereniging Ooievaarsnest, gevestigd in Eindhoven,

2.       [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], beiden wonend in Eindhoven,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Eindhoven,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Fietspad HTCE-De Run" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben onder meer de wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] beroep ingesteld.

Bij besluit van 25 februari 2025 (het herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan "Fietspad HTCE-De Run" gewijzigd vastgesteld.

De wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld op 28 september 2026, waar de wijkvereniging, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B], bijgestaan door [gemachtigde B], en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. Peters, S.A. Suiker en B.J.A. Braken, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Omdat het ontwerpbestemmingsplan op 14 december 2023 ter inzage is gelegd, blijft voor de beoordeling van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

Inleiding

2.       Het bestemmingsplan maakt de verbreding van een al bestaand fietspad mogelijk tussen het bedrijventerrein "De Run" in Veldhoven en de "High Tech Campus" in Eindhoven (HTCE). Het fietspad zal deel uitmaken van een 32 km lange doorgaande fietsroute, die van Eersel, via De Run en de HTCE, naar Geldrop loopt. Het fietspad is nu 2,5 meter breed en wordt 3,5 meter breed.

2.1.    De leden van de wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] wonen in de buurt van het plangebied. Zij maken zich vooral zorgen over de gevolgen die het plan heeft voor de natuur en hun woon- en leefklimaat, in het bijzonder de verkeersveiligheid.

2.2.    De wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] hebben de voorzieningenrechter verzocht om de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst, totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

Conclusie

3.       De voorzieningenrechter wijst de verzoeken af. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is namelijk aannemelijk dat het bestemmingsplan in beroep in stand zal blijven. Ook gelet op de belangen die de wijkvereniging en [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] naar voren hebben gebracht en gelet op de belangen die zijn gediend bij het binnenkort kunnen aanleggen van het fietspad, treft de voorlopige voorzieningenrechter geen voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter licht deze conclusie hieronder toe.

4.       De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Waarom komt de voorzieningenrechter tot deze beslissing?

5.       Er is geen reden om aan te nemen dat het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met de artikelen 3.15 en 3.32 in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) over het Natuur Netwerk Brabant (NNB) en de Groenblauwe mantel. De raad heeft namelijk gemotiveerd toegelicht dat het bestemmingsplan voor wat de verkeersbestemming voor het fietspad betreft, niet leidt tot nieuw ruimtebeslag in het NNB. Ook heeft de raad toegelicht dat het al bestaande fietspad met het bestemmingsplan juist voor een deel uit het NNB wordt gehaald door de aanpassing van enkele bochten nabij de brug over het Afwateringskanaal. Daarnaast heeft de raad gemotiveerd toegelicht dat de gronden die in de IOV zijn aangeduid als NNB, in het bestemmingsplan worden beschermd door de bestemming "Natuur -1". De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om de raad niet te volgen in deze toelichting.

Hoewel het fietspad wel voor een groot deel gaat over gronden die in de IOV zijn aangeduid als Groenblauwe mantel, heeft de raad daarover  gemotiveerd naar voren gebracht dat het bestemmingsplan regels stelt ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied, bijvoorbeeld omdat het binnen de aanduiding "overige zone - behoud en herstel watersystemen" verboden is om zonder omgevingsvergunning oppervlakteverhardingen aan te brengen of de gronden op te hogen en deze vergunning alleen kan worden verleend als het behoud, beheer en herstel van watersystemen niet in onevenredige mate wordt aangetast (artikel 17.4.3 van de planregels). Ook de aanduiding "Overige zone-attentie waterhuishouding" en de bestemming "Natuur-1" en de bij die aanduiding en bestemming behorende planregels bieden bescherming voor de hiervoor genoemde waarden.

5.1.    Ook ziet de voorzieningenrechter niet dat het bestemmingsplan in strijd is met het "Groenbeleidsplan 2017". De raad heeft namelijk op navolgbare wijze toegelicht dat uit paragraaf 6.4.6 volgt dat alleen de aanleg van nieuwe infrastructuur niet mogelijk is, tenzij het gaat om zwaarwegende maatschappelijke belangen waarvoor alternatieven ontbreken. In dit geval maakt het bestemmingsplan de verbreding van een al bestaand fietspad mogelijk. Daarom is het niet noodzakelijk dat de raad motiveert waarom er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn waarvoor alternatieven ontbreken. Dat neemt niet weg dat de raad bij de vaststelling van een bestemmingsplan een alternatievenafweging moet maken. Bij die afweging komt de raad beleidsruimte toe. Uit de plantoelichting en de zienswijzennota volgt dat de raad de alternatieven heeft afgewogen en voor deze fietsroute heeft gekozen, onder meer omdat dit de kortste route is tussen "De Run" en de HTCE, het fietspad al bestaat en alleen moet worden verbreed, en er een duidelijke scheiding tussen voetpad en fietspad mogelijk is. Daarmee heeft de raad toereikend gemotiveerd waarom hij voor de in het bestemmingsplan neergelegde fietsroute heeft gekozen. Ook heeft de raad toereikend gemotiveerd waarom hij niet voor het door verzoekers aangedragen alternatief heeft gekozen.

5.2.    Verder ziet de voorzieningenrechter geen gebrek op het punt van de verkeersveiligheid. De raad heeft navolgbaar gemotiveerd en inzichtelijk gemaakt dat het aantal fietsbewegingen dat het bestemmingsplan genereert op piekmomenten ruim onder de maximale 800 fietsers per uur blijft en daarom veilig kan worden afgewikkeld op een fietspad met een breedte van 3,5 m. Daarnaast heeft de raad voldoende gemotiveerd dat het fietsverkeer afkomstig van het fietspad op een voldoende verkeersveilige wijze in de wijk "Ooievaarsnest" en in de nabijheid van de woning van [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B] kan worden afgewikkeld. De raad heeft daarbij kunnen betrekken dat het gaat om onder meer woonstraten met een laag snelheidsregime en dat ook de overige wegen voldoende capaciteit hebben om het fietsverkeer te kunnen verwerken.

5.3.    Ook ziet de voorzieningenrechter geen gebrek op het punt van de gebruiksmogelijkheden van het al bestaande fietspad en de op basis daarvan gemaakte afweging door de raad met wat het nieuwe bestemmingsplan aan gebruik extra mogelijk maakt. Het vorige bestemmingsplan "Buitengebied" stond namelijk een verhard fietspad toe dat niet alleen gebruikt mocht worden voor extensief recreatief medegebruik maar ook voor woon- en werkverkeer (artikel 6.1 in samenhang gelezen met artikel 6.2.3 van de regels bij dat bestemmingsplan). Daarnaast is ook het gebruik van de vervolgroute van het fietspad (de Hunenborg en de Ulenpas) als fietspad toegestaan, omdat op die plekken woonstraten én voet- en fietspaden zijn toegestaan (artikel 14.1 van de regels bij het bestemmingsplan "Gestel buiten de Ring 2020"). Dat de Hunenborg en Ulenpas feitelijk zijn ingericht als woonstraten, betekent dan ook niet dat deze straten niet mogen worden gebruikt als fietspad.

5.4.    Omdat de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel komt dat de beroepsgronden niet slagen, gaat zij niet in op de vraag of de relativiteit aan vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in de weg staat.

5.5.    In het licht van dit voorlopige oordeel ziet de voorzieningenrechter in de belangen die naar voren zijn gebracht ook geen reden voor toewijzing van het verzoek. Het belang van de raad bij een spoedige start van de aanleg van het fietspad en vervolgens de ingebruikname daarvan is er onder meer in gelegen om de verkeersveiligheid van het bestaande fietspad voor het autonoom groeiend fietsverkeer te vergroten en om de aanlegwerkzaamheden te kunnen combineren met de aanlegwerkzaamheden die noodzakelijk zijn ter versterking van de waterkering waarop het fietspad ligt. Als de raad niet binnenkort met deze werkzaamheden start, dan kunnen deze pas over minimaal een jaar plaatsvinden in verband met de toegestane werkperiode op grond van de omgevingsvergunning voor de flora- en fauna-activiteit. Daartegenover staan de belangen van de leden van de wijkvereniging en van [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B]. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de belangen van de raad zwaarder dienen te wegen. Zoals hiervoor onder 5.2 is overwogen, heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat het fietsverkeer afkomstig van het fietspad niet leidt tot een onaanvaardbare verkeersveiligheidssituatie in de wijk "Ooievaarsnest". Wat betreft de aantasting van de natuur heeft de voorzieningenrechter op de zitting vastgesteld dat het plangebied voor het overgrote deel niet in de NNB is gelegen. Het deel van het plangebied met de bestemming "Natuur-1" ligt op circa 750 m afstand van de wijk "Ooievaarsnest" en circa 880 m afstand van de woning van [verzoeker sub 2A] en [verzoeker sub 2B].

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst de verzoeken af.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.

w.g. Gundelach
voorzieningenrechter

w.g. Ahmady-Pikart
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 14 oktober 2026

638-1140


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon