Uitspraak 202501422/1/R3
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Inhoudsindicatie
- In het besluit van 23 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van de appartementencomplexen op de locaties [locatie 1] en [locatie 2] afgewezen. [appellant] woont aan het [locatie 3] in Den Haag. Op 9 juni 2022 en 7 oktober 2022 zijn aan de zuidkant van appartementencomplexen met de huisnummers 107-202 en 210-305 aan het [locatie 1] twee muurschilderingen aangebracht. [appellant] heeft het college op 11 november 2022 tweemaal verzocht om tegen deze muurschilderingen handhavend op te treden omdat daar geen omgevingsvergunning voor is verleend. Het college heeft besloten niet handhavend op te treden, omdat er volgens het college geen omgevingsvergunning voor de muurschilderingen vereist is.
- Hoger beroep
- Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
Toon inhoud
Verzoek om handhaven tegen muurschilderingen op gevel appartementen in Den Haag
Uitspraak over het verzoek aan het college van burgemeester en wethouders van Den Haag om handhavend op te treden tegen het aanbrengen van twee muurschilderingen op de gevels van appartementen aan het Willem Dreespark zonder omgevingsvergunning. Een omwonende had om handhaving verzocht, maar het college van B&W wees dat verzoek af omdat voor muurschilderingen geen omgevingsvergunning nodig is. De omwonende kwam daartegen eerder in beroep bij de rechtbank Den Haag. Maar die gaf hem geen gelijk. Volgens de rechtbank hebben de muurschilderingen geen ‘gevolgen van enige betekenis’ voor zijn leefomgeving en daarom kan hij niet als ‘belanghebbende’ worden aangemerkt in deze procedure. De omwonende laat het er niet bij zitten en is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 20 juli 2026 op zitting behandeld.