Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601425/2/A3

Uitspraak 202601425/2/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5847
Datum uitspraak
21 september 2026
Inhoudsindicatie
Het verzoek richt zich tegen het besluit van de burgemeester van Oosterhout van 6 juli 2026, waarbij opnieuw een exploitatievergunning voor een restaurant aan [locatie] in Oosterhout is geweigerd. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] huurde het pand aan [locatie], waarin hij een restaurant wil exploiteren en waarvoor hij een exploitatievergunning heeft aangevraagd. De huurovereenkomst liep op 8 maart 2026 af. In het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6831, is een vordering van de verhuurder tot ontruiming toegewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft [verzoeker] aangezegd dat de ontruiming van het pand zal plaatsvinden op 3 september 2026. [verzoeker] wil met zijn verzoek, kort gezegd, bereiken dat de voorzieningenrechter bepaalt dat hij moet worden behandeld als ware hij in bezit van een horecaexploitatievergunning, al dan niet onder voorwaarden.
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601425/2/A3.
Datum uitspraak: 21 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker], wonend in Oosterhout,
verzoeker,

en

de burgemeester van Oosterhout,
verweerder.

Openbare zitting gehouden op 21 september 2026 om 14:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter
griffier: mr. L.E.E. Konings

Verschenen:
[verzoeker];
De burgemeester, vertegenwoordigd door mr. S.E.J. Wuijts en R.M.A. Peijen, bijgestaan door mr. F.A. Pommer, advocaat in Nijmegen;

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de burgemeester van 6 juli 2026, waarbij opnieuw een exploitatievergunning voor een restaurant aan [locatie] in Oosterhout is geweigerd. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Beslissing:

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

Gronden:

1.       [verzoeker] huurde het pand aan [locatie], waarin hij een restaurant wil exploiteren en waarvoor hij een exploitatievergunning heeft aangevraagd. De huurovereenkomst liep op 8 maart 2026 af. In het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 8 juli 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:6831, is een vordering van de verhuurder tot ontruiming toegewezen. De gerechtsdeurwaarder heeft [verzoeker] aangezegd dat de ontruiming van het pand zal plaatsvinden op 3 september 2026.

2.       [verzoeker] wil met zijn verzoek, kort gezegd, bereiken dat de voorzieningenrechter bepaalt dat hij moet worden behandeld als ware hij in bezit van een horecaexploitatievergunning, al dan niet onder voorwaarden. De behandeling van het verzoek stond aanvankelijk gepland op 25 augustus 2026. In het verzoek van 29 juli 2026 heeft de gemachtigde van [verzoeker] het spoedeisend belang gebaseerd op de toen nog aanstaande ontruiming. De stukken die deze spoedeisendheid moesten onderbouwen, zoals het vonnis van de kantonrechter en de aankondiging van de ontruiming, zijn, ondanks verzoeken daartoe, niet overgelegd. Pas op 24 augustus 2026, om ongeveer 22.00 uur, heeft de gemachtigde van [verzoeker] die stukken aan de voorzieningenrechter gestuurd, tegelijk met een verzoek om uitstel van de zitting van 25 augustus 2026. Op 25 augustus 2026 stuurde de gemachtigde van [verzoeker] ook nog een pleitnota toe. De zitting van 25 augustus 2026 is verplaatst naar 21 september 2026.

3.       De gemachtigde van [verzoeker] is zonder kennisgeving niet op de zitting van 21 september 2026 verschenen. De pleitnota die [verzoeker] op de zitting heeft overgelegd, is dezelfde als die op 25 augustus 2026 al was toegezonden. Hoewel in de pleitnota de onderbouwing van het spoedeisend belang dus nog altijd volledig was gebaseerd op de ontruiming op 3 september 2026, heeft [verzoeker] op de zitting desgevraagd gesteld dat de ontruiming niet heeft plaatsgevonden en dat hij de sleutels van het pand nog heeft. Hij heeft op de zitting een Whatsapp-bericht laten lezen waarin volgens hem de verhuurder meedeelt dat het inleveren van de sleutels is uitgesteld.

4.       Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is de actuele situatie over het spoedeisend belang niet concreet onderbouwd. Daarbij is van doorslaggevend belang dat de spoedeisendheid door [verzoeker] geheel was opgehangen aan de door de deurwaarder voor 3 september 2026 aangezegde ontruiming. Er zijn nadien over de ontruiming dan wel over het beweerdelijk niet doorgaan daarvan geen actuele gegevens overgelegd. Het op de zitting getoonde Whatsapp-bericht van de verhuurder is voor meerderlei uitleg vatbaar. Maar ook als ervan moet worden uitgegaan dat de ontruiming niet heeft plaatsgevonden, is niet gebleken dat een voorlopige voorziening op dit moment gerechtvaardigd is. Er is gesteld noch gebleken dat er een nieuwe huurovereenkomst is gesloten of dat er anderszins afspraken zijn of kunnen worden gemaakt over het gebruik van het pand voor het beoogde restaurant. Bij het ontbreken van een civielrechtelijke titel, en gegeven de voorgeschiedenis van de civielrechtelijke procedure zoals die uit de overgelegde stukken blijkt en waaruit ook blijkt dat sprake is van een zeer aanzienlijke huurschuld, valt niet in te zien op basis waarvan [verzoeker] exploitatie van een restaurant aan [locatie] thans kan baseren. Onder deze omstandigheden is er geen spoedeisend belang dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.

5.       Zodra er een onderbouwing is van het spoedeisend belang kan (de gemachtigde van) [verzoeker] desgewenst een nieuw verzoek om voorlopige voorziening indienen.

6.       De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems
voorzieningenrechter

w.g. Konings
griffier

612


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon