Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202501227/1/R3

Uitspraak 202501227/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5666
Datum uitspraak
23 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo aan De Melkfabriek B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een oude melkfabriek tot 18 wooneenheden en een bedrijfs- en kantoorfunctie. Op 24 november 2022 heeft De Melkfabriek een omgevingsvergunning aangevraagd om de oude melkfabriek aan de [locatie 1] te verbouwen. [appellant] woont aan de [locatie 2] nabij de oude melkfabriek Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Daarvoor heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202501227/1/R3.
Datum uitspraak: 23 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats], gemeente Tynaarlo,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 24 januari 2025 in zaak nr. 23/3591 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo.

Procesverloop

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft het college aan De Melkfabriek B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een oude melkfabriek tot 18 wooneenheden en een bedrijfs- en kantoorfunctie.

Bij besluit van 13 juli 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 24 januari 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college en De Melkfabriek hebben een schriftelijke uiteenzettingen gegeven.

De Afdeling heeft de zaak behandeld op een zitting op 11 september 2026, waar het college, vertegenwoordigd door R.I. Waijer en M. van Litsenburg, is verschenen. Ook is op de zitting De Melkfabriek, vertegenwoordigd door mr. M. Adema, vergezeld door [persoon A] en [persoon B], gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 24 november 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Op 24 november 2022 heeft De Melkfabriek een omgevingsvergunning aangevraagd om de oude melkfabriek aan de [locatie 1] te verbouwen. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en handelen in strijd met het bestemmingsplan, zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. Daarvoor heeft het college gebruik gemaakt van de bevoegdheid uit artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

3.       [appellant] woont aan de [locatie 2] nabij de oude melkfabriek.

Hoger beroep

Artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor

4.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de vergunning met toepassing van artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II van het Bor heeft mogen verlenen.

4.1.    Wat [appellant] in hoger beroep ter onderbouwing van deze beroepsgrond heeft aangevoerd, is een herhaling van wat hij in beroep bij de rechtbank heeft aangevoerd. De rechtbank is daar in haar uitspraak gemotiveerd op ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de beoordeling van die grond in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank over deze beroepsgrond en in de onder 8.3 van de aangevallen uitspraak opgenomen overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd.

Het betoog slaagt niet.

Parkeergelegenheid

5.       [appellant] betoogt dat er niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid en dat de rechtbank dit niet heeft onderkend. De vergunning is gebaseerd op een gebrekkige parkeertoets waarin de parkeerbehoefte niet juist berekend is. [appellant] voert aan dat het woningbouwprogramma waar in de parkeerberekeningen mee gerekend wordt, niet aansluit bij wat er daadwerkelijk mogelijk gemaakt wordt. Voor de acht grondgebonden levensloopbestendige koopwoningen die mogelijk gemaakt worden, had namelijk gerekend moeten worden met de parkeernorm voor koopwoningen en niet de parkeernormen voor koopappartementen. [appellant] voert verder aan dat het college ten onrechte heeft gerekend met de absolute onderkant van de bandbreedte van de kencijfers. Dit past niet bij het hoge autogebruik in een kern als [woonplaats]. [appellant] verwijst naar ter onderbouwing van zijn beroepsgrond ook naar zijn eigen parkeerberekeningen die hij bij de rechtbank heeft overgelegd.

5.1.    De rechtbank is gemotiveerd op deze beroepsgrond van [appellant] over parkeren ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in de overwegingen en het oordeel van de rechtbank zoals opgenomen onder 12.1.1 tot en met 12.1.5 van haar uitspraak. De Afdeling overweegt daarbij nog het volgende. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college voor de levensloopbestendige koopwoningen, in de parkeerberekeningen mogen aansluiten bij de parkeernormen voor koopappartementen. Deze woningen zijn aan te merken als appartementen omdat zij onderdeel zijn van een groter gebouw en omdat bij een deel van de woningen sprake is van stapeling (woningen boven elkaar). Daarnaast zijn op de zitting de parkeerberekeningen van het college en die van [appellant] met elkaar vergeleken. Daar is geconstateerd dat het verschil in de berekende parkeerbehoeftes is te verklaren door het feit dat het college nog een correctie met aanwezigheidspercentages heeft gemaakt terwijl [appellant] dat niet heeft gedaan. [appellant] heeft de correctie met de aanwezigheidspercentages niet betwist. De Afdeling ziet in de parkeerberekeningen van [appellant] daarom, net zoals de rechtbank, geen aanleiding voor het oordeel dat de parkeerberekening van het college onzorgvuldig is.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

6.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden bevestigd.

7.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.

w.g. Besselink
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schadd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 september 2026

1076

Persaankondiging

Woningbouw in De Groeve, gemeente Tynaarlo

Uitspraak over de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Tynaarlo heeft verleend voor het ombouwen van een oude melkfabriek in De Groeve tot 18 woningen en een bedrijfs- en kantoorruimte met parkeerplaatsen. Een omwonende is het niet eens met de vergunning. Volgens hem heeft de gemeente niet de juiste procedure gevolgd. Omdat het om een zogeheten stedelijk ontwikkelingsproject gaat, moet volgens hem de uitgebreide voorbereidingsprocedure worden gevolgd. Ook stelt de omwonende zich op het standpunt dat niet wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 11 september 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon