Uitspraak BRS.26.004617
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5555
- Datum uitspraak
- 21 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluiten van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.
- Voorlopige voorziening
- Regulier
Toon inhoud
BRS.26.004617 en BRS.26.004618
ECLI:NL:RVS:2026:5555
Datum uitspraak: 21 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) en, met toepassing van artikel 92 van de Vw 2000, op het hoger beroep van:
[appellant A], [appellant B], [appellant C] en [appellant D],
appellanten,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 29 juli 2026 in zaken nrs. 25/23014, 25/23020, 25/23024 en 25/23027 in het geding tussen:
[appellanten]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 9 mei 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.
Bij besluiten van 3 november 2025 heeft de minister de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 29 juli 2026 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. S.A. Adjiembaks, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellanten leggen namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hen niet juist is. Daarom kan de voorzieningenrechter van de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De voorzieningenrechter van de Afdeling wijst het verzoek om een voorlopige voorziening daarom af. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
II. wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Sevenster
voorzieningenrechter
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 september 2026
644