Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202407316/2/R3

Uitspraak 202407316/2/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5471
Datum uitspraak
16 september 2026
Inhoudsindicatie
In het besluit van 10 september 2024 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan "Steenwijk, Gedempte Steenwijkerdiep 2023" vastgesteld.
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Overijssel

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202407316/2/R3.
Datum uitspraak: 16 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in Steenwijk, gemeente Steenwijkerland,

verzoekers,

en

de raad van de gemeente Steenwijkerland,

verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 10 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Steenwijk, Gedempte Steenwijkerdiep 2023" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

[verzoeker A] en [verzoeker B] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[verzoeker A] en [verzoeker B] en Aldi Groningen B.V. en Aldi Vastgoed B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 27 augustus 2026, waar [verzoeker A] en [verzoeker B], vertegenwoordigd door mr. S. Oord, rechtsbijstandsverlener in Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. Bašić, L.J. Boer en M. Braad, zijn verschenen. Ook zijn op de zitting Aldi Groningen B.V. en Aldi Vastgoed B.V., vertegenwoordigd door mr. L.J. Gerritsen, advocaat in Nijmegen, en Lidl Nederland GmbH DC Heerenveen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], bijgestaan door mr. J.J.H. Hulshof, advocaat in Nijmegen, als partijen gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 31 mei 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het bestemmingsplan "Steenwijk, Gedempte Steenwijkerdiep 2023" voorziet in een juridisch-planologisch kader om de uitbreiding van twee supermarkten mogelijk te maken en één supermarkt te realiseren op een nieuwe locatie. Met het plan wordt beoogd om de supermarkten toekomstbestendig te maken, zodat hun verzorgingsfunctie voor de inwoners van Steenwijk en omgeving behouden blijft.

3.       [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan de [locatie] tegenover het deel van het plangebied waar de uitbreiding van de Lidl mogelijk wordt gemaakt. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van deze uitbreiding.

4.       In het besluit van 25 juni 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland een omgevingsvergunning verleend aan Lidl voor het bouwen van een supermarkt en het bouwen van twee zonnecarports in het plangebied. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht het bestemmingsplan te schorsen, om te voorkomen dat het bestemmingsplan het toetsingskader vormt voor het besluit op hun bezwaren tegen de omgevingsvergunning.

Beoordeling van het verzoek

5.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

6.       De voorzieningenrechter stelt vast dat [verzoeker A] en [verzoeker B] verschillende gronden naar voren hebben gebracht. Het karakter van de voorlopige voorzieningenprocedure leent zich niet goed voor het geven van een inhoudelijk oordeel over al die beroepsgronden. De voorzieningenrechter zal zich daarom beperken tot de gronden die op de zitting door [verzoeker A] en [verzoeker B] als belangrijkst zijn aangewezen.

Verkeer

7.       [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat het plan leidt tot verkeersoverlast en een onveilige verkeerssituatie. Zo moeten vrachtwagens achteruitrijden via de Matthijs Kiersstraat naar het laad- en losperron van de Lidl. In de huidige situatie was er al veel overlast door vrachtverkeer. De beoogde verdubbeling van de bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) van de Lidl zal volgens [verzoeker A] en [verzoeker B] leiden tot meer bevoorradingsmomenten en dus tot nog meer vrachtverkeer. Uit de notitie "Verkeerskundige analyse Steenwijkerdiep" van Roelofs van 23 april 2020 (verkeerskundige analyse) volgt niet dat de verkeerssituatie als gevolg van het plan aanvaardbaar zal zijn. Ook is er volgens [verzoeker A] en [verzoeker B] in de verkeerskundige analyse geen rekening gehouden met het feit dat er inmiddels extra woningen staan in de Matthijs Kiersstraat.

7.1.    De raad heeft toegelicht dat in de verkeerskundige analyse twee routes zijn onderzocht voor de bevoorrading van de Lidl. Bij de eerste route rijden vrachtwagens net als in de huidige situatie de Matthijs Kiersstraat in, waarna zij achterwaarts het laad- en losperron inrijden en voorwaarts weer vertrekken. Bij de tweede route rijden vrachtwagens voorwaarts via het parkeerterrein van de bezoekers. Uit de verkeerskundige analyse volgt dat de tweede route grote verkeersveiligheidsrisico’s heeft voor bezoekers op het parkeerterrein. Bij de route via de Matthijs Kiersstraat moet het vrachtverkeer weliswaar achteruitrijden, maar deze straat is verkeersarm en overzichtelijk, waardoor de risico’s volgens de verkeerskundige analyse beperkt zijn. Een verkeersveilige bevoorrading van de supermarkt is volgens de raad dus mogelijk via de Matthijs Kiersstraat.

7.2.    Voor zover [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat de verdubbeling van de bvo zal leiden tot een onaanvaardbare toename van vrachtverkeer, overweegt de voorzieningenrechter dat de raad op de zitting heeft toegelicht dat de bevoorrading beperkt blijft tot drie momenten per dag. Nu uit de verkeerskundige analyse volgt dat de Matthijs Kiersstraat een verkeersarme en overzichtelijke straat is, ziet de voorzieningenrechter geen reden om aan te nemen dat de straat ongeschikt zou zijn voor het veilig afwikkelen van drie vrachtwagens. Verder hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] niet aannemelijk gemaakt dat de gerealiseerde woningen in de Matthijs Kiersstraat de verkeerssituatie zodanig hebben veranderd dat de raad zich niet op het standpunt heeft kunnen stellen dat de verkeerssituatie aanvaardbaar is.

De voorzieningenrechter overweegt daarnaast dat de raad op basis van de verkeerskundige analyse verschillende bevoorradingsroutes heeft afgewogen. Uit de verkeerskundige analyse blijkt dat een verkeersveilige bevoorrading van de supermarkt mogelijk is via de Matthijs Kiersstraat. Deze route zal blijkens de verkeerskundige analyse, in tegenstelling tot de route over het parkeerterrein, niet leiden tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s.

Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat het plan leidt tot een onveilige verkeerssituatie of onaanvaardbare verkeersoverlast vanwege (achteruitrijdend) vrachtverkeer.

Het betoog slaagt niet.

Parkeren

8.       [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat het plan voorziet in onvoldoende parkeergelegenheid. Zo wordt er in het plan slechts ruimte gecreëerd voor 103 parkeerplaatsen op het Lidl-terrein, terwijl de Nota Parkeernormen 2015 (parkeernota) voor een supermarkt met een bvo van 2.400 m2 minimaal 110 tot 125 parkeerplaatsen voorschrijft. Daarnaast is de verwijzing naar parkeerplaatsen elders in het plangebied volgens [verzoeker A] en [verzoeker B] geen oplossing. In de plantoelichting wordt zelfs erkend dat deze theoretische restcapaciteit in de praktijk mogelijk niet optimaal benut zal worden.

Daarnaast is er volgens [verzoeker A] en [verzoeker B] sprake van een te hoge parkeerdruk van 94%. Uit de plantoelichting volgt dat als richtlijn in Nederland een parkeerdruk van maximaal 85% wordt aangehouden. Die norm wordt dus ruimschoots overschreden.

8.1.    De raad heeft toegelicht dat een supermarkt op grond van artikel 3.1, onder b, van de planregels alleen is toegestaan op gronden met de aanduiding "supermarkt". Het gedeelte van het bouwvlak met de aanduiding "supermarkt" heeft een omvang van ongeveer 2.330 m2, wat daarmee ook de omvang van de bvo is. De raad heeft toegelicht dat dit betekent dat de parkeerbehoefte van de Lidl wordt berekend op basis van een bvo van 2.330 m2 en niet van 2.400 m2. Op grond van de parkeernota geldt voor een supermarkt met een bvo van 2.330 m2 een parkeerbehoefte van 108 parkeerplaatsen. 103 parkeerplaatsen worden op het eigen terrein van de Lidl gerealiseerd. Op de zitting heeft de raad toegelicht dat de overige vijf parkeerplaatsen kunnen worden opgevangen op het parkeerterrein van de Aldi. Op dit parkeerterrein is er voldoende restcapaciteit. Het terrein ligt daarnaast tegenover de Lidl op een afstand van 25 m.

Over de parkeerdruk heeft de raad toegelicht dat er is gekeken naar het hele plangebied en niet enkel de locatie van de Lidl. Uit de verkeerskundige analyse volgt dat er in het hele plangebied 419 parkeerplaatsen nodig zijn om de parkeerdruk in het gebied terug te brengen naar 85%. Er worden in het hele plangebied 419 parkeerplaatsen gerealiseerd.

8.2.    De voorzieningenrechter overweegt dat de Lidl op grond van het plan maximaal kan uitbreiden tot een bvo van 2.330 m2. Uit de parkeernota volgt dat de parkeerbehoefte van een supermarkt met een dergelijke omvang 108 parkeerplaatsen bedraagt. Niet in geschil is dat 103 parkeerplaatsen op het eigen terrein van de Lidl worden gerealiseerd, zodat een tekort van vijf parkeerplaatsen resteert. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat dit tekort kan worden opgevangen op het tegenovergelegen parkeerterrein van de Aldi, omdat is toegelicht dat op dit terrein voldoende restcapaciteit beschikbaar is. Daarnaast verzet de parkeernota zich er niet tegen dat een deel van de parkeerbehoefte wordt opgevangen buiten het eigen terrein. Hoewel [verzoeker A] en [verzoeker B] terecht aanvoeren dat parkeerplaatsen op een grotere afstand minder aantrekkelijk zijn voor supermarktbezoekers, is een afstand van 25 m zo beperkt dat niet valt in te zien dat deze parkeerplaatsen in de praktijk onbenut zullen blijven.

Over de parkeerdruk overweegt de voorzieningenrechter dat de raad heeft toegelicht dat 419 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Uit de verkeerskundige analyse volgt dat met de realisatie van 419 parkeerplaatsen in het hele plangebied wordt voldaan aan een parkeerdruk van 85%. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben niet aannemelijk gemaakt dat de parkeerdruk rondom de Lidl en de Matthijs Kiersstraat desondanks onaanvaardbaar zal zijn.

Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat het plan zal leiden tot een onaanvaardbare parkeersituatie.

Het betoog slaagt niet.

Geluid

9.       [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat het plan leidt tot onaanvaardbare geluidhinder in hun woning. Daartoe voeren zij aan dat uit het rapport van Ardea acoustics & consult van 22 maart 2023 (geluidrapport) volgt dat het piekgeluidniveau tijdens het laden en lossen kan oplopen tot 80 dB(A). Dat ligt boven de wettelijke grenswaarde van 70 dB(A). Daarnaast is er volgens [verzoeker A] en [verzoeker B] ten onrechte geen onderzoek verricht naar het voorkomen van geluidhinder van het waarschuwingssysteem tijdens het achteruitrijden van vrachtwagens en het stemgeluid van personeel. Ondanks dat deze geluidbronnen op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer buiten beschouwing kunnen worden gelaten, moeten deze wel worden onderzocht in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Verder hebben [verzoeker A] en [verzoeker B] een tegenrapport overgelegd van Vliex Akoestiek en Lawaaibeheersing van 18 augustus 2026 (tegenrapport), waarin kanttekeningen worden geplaatst bij de toelichting over de piekniveaus in het geluidrapport.

9.1.    De raad heeft toegelicht dat er een geluidrapport is opgesteld, waarin is aangesloten bij de streefwaarden voor gemengd gebied uit de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van 2009 en bij de normen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op basis hiervan geldt voor piekgeluiden in de dagperiode een grenswaarde van 70 dB(A). Uit het geluidrapport blijkt dat deze waarde bij de woningen aan de Matthijs Kiersstraat kan worden overschreden tot een niveau van 80 dB(A) als gevolg van het rijden/manoeuvreren van de vrachtwagens. De raad heeft deze overschrijding in het kader van een goede ruimtelijke ordening aanvaardbaar geacht, omdat er een gering aantal bevoorradingsmomenten zijn, het achteruitrijden van korte duur is en het laden en lossen inpandig plaatsvindt. Door het inpandig laden en lossen zal er volgens de raad geen sprake zijn van geluidoverlast door stemgeluid van personeel.

9.2.    De voorzieningenrechter overweegt dat niet in geschil is dat bij de woningen aan de Matthijs Kiersstraat piekniveaus kunnen optreden van 80 dB(A), zodat de streefwaarde van 70 dB(A) wordt overschreden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de raad deze overschrijding redelijkerwijs aanvaardbaar heeft mogen achten, omdat de overschrijding slechts drie keer per dag kortstondig zal plaatsvinden. Het waarschuwingsgeluid van achteruitrijdende vrachtwagens is daarmee eveneens van korte duur. Het laden en lossen zal daarnaast inpandig plaatsvinden, zodat van onaanvaardbare geluidhinder door stemgeluid van personeel geen sprake zal zijn. Over het overgelegde tegenrapport overweegt de voorzieningenrechter dat met de daarin geplaatste kanttekeningen niet aannemelijk is gemaakt dat de berekeningen en conclusies in het geluidrapport zodanige gebreken of onjuistheden bevatten dat de raad zich daarop niet had mogen baseren.

Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter op voorhand geen aanleiding voor het oordeel dat het plan leidt tot onaanvaardbare geluidhinder bij de woning van [verzoeker A] en [verzoeker B] vanwege piekgeluiden.

Het betoog slaagt niet.

Overige gronden

10.     In wat [verzoeker A] en [verzoeker B] voor het overige hebben aangevoerd over de behoefte, het uitzicht, de bezonning en de privacy, ziet de voorzieningenrechter ook geen aanknopingspunten voor de verwachting dat het bestemmingsplan in de bodemprocedure geen stand zal houden.

Conclusie

11.     Gelet op het voorgaande bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

12.     De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.G.M. Schoonbrood, griffier.

w.g. Ten Veen
voorzieningenrechter

w.g. Schoonbrood
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026

884-1116


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon