Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202602337/2/R2

Uitspraak 202602337/2/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5452
Datum uitspraak
16 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 8 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen de bewoning van een bedrijfswoning aan de [locatie] in Bakel en tegen het gebruik van dat perceel in strijd met de bestemming 'Agrarisch -Agrarisch bedrijf' afgewezen. Bij besluit van 13 mei 2025 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 8 november 2024 herroepen en alsnog [verzoeker] opgedragen zijn [bedrijf] van de locatie [locatie] in Bakel te verwijderen en verwijderd te houden en het illegaal bewonen van de bedrijfswoning te beëindigen en beëindigd te houden.
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202602337/2/R2.
Datum uitspraak: 16 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:

[verzoeker], wonend in Bakel,
verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 11 juni 2026 in zaken nrs. 25/1460 en 25/1503 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel.

Procesverloop

Bij besluit van 8 november 2024 heeft het college het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen de bewoning van een bedrijfswoning aan de [locatie] in Bakel en tegen het gebruik van dat perceel in strijd met de bestemming 'Agrarisch -Agrarisch bedrijf' afgewezen.

Bij besluit van 13 mei 2025 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 8 november 2024 herroepen en alsnog [verzoeker] opgedragen zijn [bedrijf] van de locatie [locatie] in Bakel te verwijderen en verwijderd te houden en het illegaal bewonen van de bedrijfswoning te beëindigen en beëindigd te houden. Als [verzoeker] dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen van €10.000,00 voor de illegale bewoning van de bedrijfswoning en €10.000,00 voor het strijdige gevestigde bedrijf.

Bij uitspraak van 11 juni 2026 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard, het door [partij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 13 mei 2025 vernietigd, voor zover dat gaat over de hoogte van de dwangsommen.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[verzoeker] heeft een nader stuk ingediend.

Bij besluit van 1 september 2026 heeft het college de hoogte van de dwangsommen vastgesteld op €25.000,00 voor de illegale bewoning van de bedrijfswoning en €35.000,00 voor het strijdige gevestigde bedrijf.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op zitting behandeld op 2 september 2026, waar [verzoeker], bijgestaan door mr. A.A.M. van Hoorn, advocaat in Eindhoven, en het college, vertegenwoordigd door mr. P. Fermont, zijn verschenen. Verder is op zitting [partij], vertegenwoordigd door mr. J. van Groningen, als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       [verzoeker] woont in een bedrijfswoning op een perceel dat nu nog de agrarische bestemming heeft. Op dat perceel is ook zijn [bedrijf ] gevestigd. Dat bedrijf is een riool-, straat- en grondwerkbedrijf. [partij] woont daarnaast en heeft daar ook een brouwerij. [partij] heeft het college gevraagd handhavend op te treden, omdat de bewoning en het bedrijf van [verzoeker] illegaal zijn. Dat [verzoeker] op dit moment de planregels overtreedt, is niet in discussie. Het gaat in deze zaak om de vraag of er een concreet zicht bestaat op legalisatie.

1.1.    [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter gevraagd het besluit waarin de last onder dwangsommen is opgelegd te schorsen, omdat het college van plan is om het ontwerpplan waarin beide overtredingen worden gelegaliseerd en dat al ter inzage is gelegd, ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad.

Conclusie

2.       Het verzoek wordt toegewezen. Gelet op de belangen die [verzoeker], het college en [partij] naar voren hebben gebracht, schorst de voorzieningenrechter het besluit van 13 mei 2025 waardoor de last onder dwangsommen die het college heeft opgelegd voor illegale bewoning van de bedrijfswoning en voor het strijdige gevestigde bedrijf, is geschorst. De voorzieningenrechter licht dat hieronder toe. Het college moet de proceskosten van [verzoeker] vergoeden. Voor een veroordeling in de proceskosten van [partij] als verzocht bestaat geen aanleiding.

Waarom komt de voorzieningenrechter tot deze beslissing?

3.       De voorzieningenrechter stelt vast dat het college de bewoning van de bedrijfswoning en de vestiging van het bedrijf van [verzoeker] wil legaliseren. Daarvoor heeft het college het ontwerp-omgevingsplan ‘Buitengebied [locatie]’ in december 2025 ter inzage gelegd en is het van plan om dit ontwerp op 1 oktober 2026 aan de raad ter vaststelling voor te leggen. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat de raad dit plan niet zou willen vaststellen.

3.1.    De termijn waarbinnen [verzoeker] aan de last moet voldoen om geen dwangsommen te hoeven betalen, zou op 7 september 2026 aflopen. Op zitting heeft het college toegezegd dat het de termijn verlengt tot de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan op het verzoek. Zonder schorsing van de last ontstaat er hoogstwaarschijnlijk een zeer korte periode van enkele weken waarin [verzoeker] de last kan overtreden. Daarna is de verwachting dat de bewoning van de bedrijfswoning en de vestiging van het bedrijf van [verzoeker] legaal zullen zijn. [partij] heeft geen omstandigheden kunnen schetsen waaruit blijkt dat hij door de huidige overtredingen direct in zijn belangen wordt geraakt. Hij wijst alleen op de plicht die er in beginsel voor het college is om te handhaven. Hoewel die plicht er inderdaad is en in zijn algemeenheid ook zwaar weegt, weegt die naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet zo zwaar dat het redelijk is om zo vlak voor een te verwachten legalisatie waaraan het college zelf meewerkt, [verzoeker] te verplichten om voor enkele weken te verhuizen en zijn bedrijf op een andere plek te vestigen. Daarvoor is zo’n verhuizing te ingrijpend.

3.2.    Door de relatief korte periode waarvoor een schorsing van het besluit relevant zal zijn, de ingrijpende gevolgen voor [verzoeker], en het beperkte belang aan de kant van [partij], door het ontbreken van concrete overlast, ziet de voorzieningenrechter alleen al op basis van deze evidente belangen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Hij komt dan ook niet toe aan een voorlopige rechtmatigheidsbeoordeling van het hoger beroep van [verzoeker].

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel van 13 mei 2025 waarin het een last onder dwangsommen heeft opgelegd voor illegale bewoning van de bedrijfswoning en voor het strijdig gevestigde bedrijf;

II.       veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel tot vergoeding van bij [verzoeker] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;

III.      gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel aan [verzoeker] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht van € 297,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.

w.g. Besselink
voorzieningenrechter

w.g. Ahmady-Pikart
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026

638


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon