Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202601850/1/R2

Uitspraak 202601850/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5483
Datum uitspraak
16 september 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 6 januari 2022 heeft Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van MOB en anderen van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door aan Eindhoven Airport N.V. een verplichting op te leggen om maatregelen te treffen, afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank het beroep van MOB en anderen gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit op bezwaar van de minister van 8 januari 2025 vernietigd en opgedragen om met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. De minister stelt dat hij nog geen besluit heeft genomen, omdat het onhaalbaar is om aan de opdracht van de rechtbank te voldoen binnen acht weken. Om deze reden heeft de minister een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de uitspraak van de rechtbank te schorsen voor zover daarin een opdracht is gegeven.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Luchtvaart
  • Natuurbescherming

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202601850/1/R2.
Datum uitspraak: 16 september 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Coöperatie Mobilisation for the Environment, gevestigd in Nijmegen, Stichting Brabantse Milieufederatie, gevestigd in Tilburg en Vereniging Natuurmonumenten, gevestigd in Amersfoort (MOB en anderen),
appellanten,

en

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (de minister),
verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 6 januari 2022 heeft de minister het verzoek van MOB en anderen van 25 maart 2021 om toepassing te geven aan artikel 2.4 van de Wet natuurbescherming (Wnb) door aan Eindhoven Airport N.V. een verplichting op te leggen om maatregelen te treffen, afgewezen.

Bij besluit van 8 januari 2025 heeft de minister het door MOB en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank het door MOB en anderen daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 8 januari 2025 vernietigd en de minister opgedragen om binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben MOB en anderen, de minister en Eindhoven Airport N.V., hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft deze procedure geregistreerd onder zaak nr. 202601588/1/R2.

MOB en anderen hebben naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2026 bij de Afdeling beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

MOB en anderen, Eindhoven Airport N.V., en de minister hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 27 augustus 2026, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. R.D. Reinders en mr. L. Verhees, beiden advocaat in Den Haag, en MOB en anderen, vertegenwoordigd door mr. H.M. Zwetsloot, rechtsbijstandverlener in Wageningen, zijn verschenen. Verder is op de zitting Eindhoven Airport N.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], bijgestaan door mr. J.E. van Uden en mr. F.E. Majtlis, beiden advocaat te Amsterdam, gehoord.

Overwegingen

Beoordeling van het beroep en verweer

1.       In de uitspraak van 16 april 2026 heeft de rechtbank het beroep van MOB en anderen gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit op bezwaar van de minister van 8 januari 2025 vernietigd en opgedragen om met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen.

1.1.    MOB en anderen stellen dat de minister nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. MOB en anderen verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen om zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder oplegging van een dwangsom voor iedere dag dat de minister in gebreke blijft een besluit te nemen.

1.2.    De minister stelt dat hij nog geen besluit heeft genomen, omdat het onhaalbaar is om aan de opdracht van de rechtbank te voldoen binnen acht weken. Om deze reden heeft de minister een verzoek om voorlopige voorziening ingediend om de uitspraak van de rechtbank te schorsen voor zover daarin een opdracht is gegeven.

1.3.    Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

1.4.    Bij uitspraak van vandaag (zaaknummer 202601588/2/R2) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2026, kenmerk ARN 24/7549, geschorst. Dit betekent dat de minister geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen totdat uitspraak gedaan is in de bodemzaak met bovengenoemd zaaknummer. Het doel van het beroep niet tijdig beslissen is dat degene die belanghebbende is bij een te nemen besluit, kan afdwingen dat een bestuursorgaan daadwerkelijk een besluit neemt. Gelet op de schorsing van de uitspraak van de rechtbank, kunnen MOB en anderen het doel dat zij willen bereiken met hun beroep, namelijk het door de Afdeling laten stellen van een nieuwe termijn met daarbij behorende dwangsom om de minister aan te zetten tot het nemen van een nieuw besluit, niet meer bereiken. Dit betekent dat zij geen belang meer hebben bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep, zodat het procesbelang is ontvallen.

2.       De minister moet de proceskosten vergoeden. Daarbij zal de Afdeling een wegingsfactor van 0,5 (licht) hanteren.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

II.       veroordeelt de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tot vergoeding van de bij Coöperatie Mobilisation for the Environment, Stichting Brabantse Milieufederatie en Vereniging Natuurmonumenten in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

III.      gelast dat de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan Coöperatie Mobilisation for the Environment, Stichting Brabantse Milieufederatie en Vereniging Natuurmonumenten het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 397,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.F. de Groot, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Pistoor, griffier.

w.g. De Groot
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pistoor
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2026

932


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon