Uitspraak BRS.26.004076
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:5288
- Datum uitspraak
- 10 september 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.
- Hoger beroep
- Bewaring
Toon inhoud
BRS.26.004076
ECLI:NL:RVS:2026:5288
Datum uitspraak: 10 september 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
[appellant],
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 31 juli 2026 in zaak nr. NL26.39628 in het geding tussen:
[appellant]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluit van 22 juni 2026 heeft de minister appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.
Bij uitspraak van 31 juli 2026 heeft de rechtbank het tegen het voortduren van de maatregel van vreemdelingenbewaring door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Derksen, advocaat in Velp, hoger beroep ingesteld.
Appellant heeft een nader stuk ingediend.
Overwegingen
1. De uitspraak van de rechtbank gaat over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel (artikel 96 van de Vw 2000). Hiertegen kan geen hoger beroep worden ingesteld (artikel 84, aanhef en onder a, van de Vw 2000).
1.1. Wat appellant aanvoert, is geen reden om het hoger beroep toch in behandeling te nemen. Het verbod op hoger beroep kan alleen worden doorbroken als er geen eerlijk proces is geweest. Dat doet zich hier niet voor.
2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W.M. Vos, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Vos
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 september 2026
644