Uitspraak 202503796/1/R1
- Datum uitspraak
- 26 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk aan RSB Brothers B.V. (RSB) een omgevingsvergunning verleend voor de realisatie van een appartementencomplex met daarin 50 woningen op het perceel sectie B, 6262, ten zuiden van de kruising tussen Plantage en Warande in Beverwijk. Het appartementencomplex heeft tien bouwlagen en een bouwhoogte van 32,7 m. Daarnaast omvat het bouwplan de aanleg van een parkeerplaats met 40 parkeerplekken. [appellant] woont aan de [locatie] in Beverwijk op ongeveer 30 m afstand tot het perceel waarop het bouwplan is voorzien. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het bouwplan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Hij stelt dat het appartementencomplex grote gevolgen heeft voor de privacy, bezonning en het straatbeeld.
- Hoger beroep
- Bouwen
Toon inhoud
Omgevingsvergunning voor appartementencomplex in Beverwijk
Uitspraak over de omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk heeft verleend voor de bouw van een appartementencomplex met vijftig woningen, ten zuiden van de kruising tussen Plantage en Warande in Beverwijk. Het complex krijgt tien bouwlagen en wordt ruim 32 meter hoog. Met de vergunning kunnen ook veertig parkeerplekken worden aangelegd. Een omwonende is het niet eens met de vergunning en kwam daartegen eerder in beroep bij de rechtbank Noord-Holland. Hij vindt dat het appartementencomplex te hoog wordt en te dicht bij zijn woning komt te liggen, wat volgens hem verlies van privacy en zonlicht tot gevolg heeft. Ook vindt hij dat het college van B&W verkeerde parkeernormen heeft gehanteerd bij het berekenen hoeveel parkeerplaatsen er nodig zijn. De rechtbank verklaarde zijn bezwaren ongegrond. Hij laat het er niet bij zitten en is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Die heeft de zaak op 28 juli 2026 op zitting behandeld.