Uitspraak 202502316/9/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4916
- Datum uitspraak
- 21 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij brief, ingekomen op 13 augustus 2026, hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking van staatsraad mr. R. Uylenburg. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Staatsraad Uylenburg heeft in haar functie als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak gereageerd op een door [verzoeker] ingediende klacht in de zaak met nummer 202502316. Zij is niet belast met de juridische behandeling van de zaak.
- Wraking
- Inpassingsplan
Toon inhoud
202502316/9/R4.
Datum beslissing: 21 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Beslissing op het verzoek van:
[verzoeker] en anderen, allen wonend in [woonplaats],
verzoekers,
om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb).
Procesverloop
Bij brief, ingekomen op 13 augustus 2026, hebben [verzoeker] en anderen verzocht om wraking van staatsraad mr. R. Uylenburg.
Overwegingen
1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder c, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belast lid van het college.
3. Staatsraad Uylenburg heeft in haar functie als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak gereageerd op een door [verzoeker] ingediende klacht in de zaak met nummer 202502316. Zij is niet belast met de juridische behandeling van de zaak.
4. Aangezien het verzoek aldus geen betrekking heeft op een met de behandeling van de zaak belast lid van de Afdeling, laat de Afdeling het verzoek buiten behandeling.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
laat het verzoek buiten behandeling.
Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. H.J.M. Besselink en mr. M.M. Kaajan, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.
w.g. Knol
voorzitter
w.g. Pieters
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 21 augustus 2026
473