Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202506155/1/R2

Uitspraak 202506155/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4857
Datum uitspraak
19 augustus 2026
Inhoudsindicatie
[appellant] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun handhavingsverzoek van 30 mei 2025 en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. [appellant] en anderen willen de bouw van een loods voorkomen in de buurt van hun woningen. Daarvoor hebben zij een handhavingsverzoek ingediend bij het college, omdat er volgens hen zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd terwijl die volgens hen wel nodig is. Zij hebben vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, omdat het college volgens hen niet tijdig een besluit heeft genomen op hun handhavingsverzoek. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202506155/1/R2.
Datum uitspraak: 19 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant] en anderen, allen wonend in Poortvliet, gemeente Tholen,
appellanten,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-­West­-Brabant van 3 oktober 2025 in zaken nrs. 25/4717 en 25/4032 in het geding tussen:

[appellant] en anderen

en

het college van burgemeester en wethouders van Tholen.

Procesverloop

[appellant] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun handhavingsverzoek van 30 mei 2025 en de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 3 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het beroep van [appellant] en anderen niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek van [appellant] en anderen tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant] en anderen hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 17 juni 2026, waar [appellant] en anderen, bij monde van [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door G.J. Hertogs-van der Gouwe, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] en anderen willen de bouw van een loods voorkomen in de buurt van hun woningen. Daarvoor hebben zij een handhavingsverzoek ingediend bij het college, omdat er volgens hen zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd terwijl die volgens hen wel nodig is. Zij hebben vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank, omdat het college volgens hen niet tijdig een besluit heeft genomen op hun handhavingsverzoek. Daarnaast hebben zij de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

1.1.    De voorzieningenrechter heeft geconcludeerd dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, zodat de voorzieningenrechter gelijktijdig met het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen ook op het beroep heeft beslist. Dit heeft hij zonder zitting gedaan en geoordeeld dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het college de beslistermijn niet heeft overschreden. Omdat op het beroep was beslist, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

1.2.    [appellant] heeft op de zitting toegelicht dat hij tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter afzonderlijk verzet heeft gedaan en beroep heeft ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de twee brieven van [appellant] gezamenlijk aangemerkt als hoger beroep tegen de afwijzing van de voorlopige voorziening, omdat daarin een beroep wordt gedaan op het doorbreken van het appelverbod. Daarom heeft de rechtbank dit hoger beroep doorgestuurd naar de Afdeling. Bij brief van 17 december 2025 heeft de rechtbank [appellant] hierover geïnformeerd. De Afdeling vat het hoger beroep van [appellant] en anderen daarom op als gericht tegen de hele uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 oktober 2025.

Is het beginsel van hoor en wederhoor geschonden?

2.       Tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter kan, gelet op artikel 8:104, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen hoger beroep worden ingesteld. Voor kennisneming van hoger beroep in weerwil van artikel 8:104, tweede lid, van de Awb kan grond bestaan, in geval van zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest. [appellant] en anderen hebben in hun hogerberoepschrift een beroep gedaan op het doorbreken van het appelverbod.

3.       [appellant] en anderen betogen dat het beginsel van hoor en wederhoor is geschonden doordat zij niet zijn gehoord op een zitting bij de voorzieningenrechter.

3.1.    De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft door het achterwege laten van een mondelinge behandeling de beginselen van een goede procesorde niet zodanig geschonden dat er geen eerlijk proces is geweest. Uit de overgelegde schriftelijke stukken konden de standpunten die partijen over en weer hebben ingenomen, duidelijk worden afgeleid en daaruit bleek dat het beroep evident niet-ontvankelijk was. Een zitting zou dat niet anders maken.

3.2.    Wel constateert de Afdeling dat de voorzieningenrechter niet bevoegd was om op grond van artikel 8:54 van de Awb zonder zitting uitspraak te doen op het ingediende beroep van [appellant] en anderen, omdat dat artikel niet van overeenkomstige toepassing is verklaard voor de voorlopige voorziening. Maar daarmee kan niet geoordeeld worden dat er geen eerlijk proces is geweest, omdat de afzonderlijke behandeling van het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in dit geval niet tot een andere uitkomst had geleid. De rechtbank had immers met toepassing van artikel 8:54 van de Awb nog steeds zonder zitting uitspraak kunnen doen op het beroep, waarna de voorzieningenrechter van de rechtbank onder verwijzing naar die afdoening het verzoek om een voorlopige voorziening zonder zitting had kunnen afwijzen. Er bestaat daarom geen grond om het hoger beroep toch inhoudelijk te behandelen.

Conclusie

4.       De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.M. Ahmady-Pikart, griffier.

w.g. Blomberg
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Ahmady-Pikart
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 augustus 2026

638-1186


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon