Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202602279/1/A2

Uitspraak 202602279/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4770
Datum uitspraak
13 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij beslissing van 2 juli 2026 heeft de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Maastricht University het verzoek van [verzoekster] om een extra toetskans voor de vakken Staats- en bestuursrecht en Straf- en strafprocesrecht (de vakken) en voor het eindwerkstuk Rechtsgeleerdheid (de scriptie) afgewezen. Daartegen heeft [verzoekster] administratief beroep ingesteld bij het College van Beroep voor de Examens (CBE). Ook heeft zij de voorzitter van het CBE verzocht een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep te treffen. De voorzitter van het CBE heeft dit verzoek op 21 juli 2026 afgewezen. [verzoekster] heeft de examencommissie verzocht voor het einde van het studiejaar 2025-2026 een extra toetskans toe te kennen voor deze twee vakken. Door persoonlijke omstandigheden heeft zij dat studiejaar beide tentamenkansen niet met een voldoende af kunnen ronden. Ook heeft [verzoekster] verzocht een extra toetskans toe te kennen voor de scriptie. De scriptie is niet beoordeeld, omdat deze als gevolg van een vergissing niet het vereiste minimum aantal van 8.500 woorden bevatte. Met een extra toetskans kan de aangepaste scriptie alsnog worden beoordeeld, zodat [verzoekster] het scriptietraject kan afronden.
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202602279/1/A2.
Datum uitspraak: 13 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[verzoekster],
verzoekster,

en

de examencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Maastricht University (de examencommissie),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 2 juli 2026 heeft de examencommissie het verzoek van [verzoekster] om een extra toetskans voor de vakken Staats- en bestuursrecht en Straf- en strafprocesrecht (de vakken) en voor het eindwerkstuk Rechtsgeleerdheid (de scriptie) afgewezen.

Daartegen heeft [verzoekster] administratief beroep ingesteld bij het College van Beroep voor de Examens (CBE). Ook heeft zij de voorzitter van het CBE verzocht een voorlopige voorziening hangende het administratief beroep te treffen. De voorzitter van het CBE heeft dit verzoek op 21 juli 2026 afgewezen.

[verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

De examencommissie heeft een verweerschrift ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 11 augustus 2026, waar [verzoekster], bijgestaan door mr. B. Salamat, rechtsbijstandverlener in Enschede, is verschenen.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2.       Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

3.       [verzoekster] volgt in het studiejaar 2025-2026 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Maastricht University (de bacheloropleiding). Voor de afronding van die opleiding moet zij nog de vakken Straf- en strafprocesrecht, Staats- en bestuursrecht en de scriptie behalen.

4.       [verzoekster] heeft de examencommissie verzocht voor het einde van het studiejaar 2025-2026 een extra toetskans toe te kennen voor deze twee vakken. Door persoonlijke omstandigheden heeft zij dat studiejaar beide tentamenkansen niet met een voldoende af kunnen ronden. Ook heeft [verzoekster] verzocht een extra toetskans toe te kennen voor de scriptie. De scriptie is niet beoordeeld, omdat deze als gevolg van een vergissing niet het vereiste minimum aantal van 8.500 woorden bevatte. Met een extra toetskans kan de aangepaste scriptie alsnog worden beoordeeld, zodat [verzoekster] het scriptietraject kan afronden.

5.       Voor de scriptie heeft de examencommissie zich op het standpunt gesteld dat op basis van de door [verzoekster] verstrekte informatie niet is vast te stellen dat aan de voorwaarden van hardheid is voldaan. [verzoekster] heeft geen bewijsstukken overgelegd waaruit de aangevoerde omstandigheden blijken die zouden hebben geleid tot het niet hebben voldaan aan de voorwaarden van het eindwerkstuk. Daarbij komt dat het aantal woorden voor de scriptie een formele voorwaarde is die niet meer kan worden hersteld. Over de twee nog af te leggen vakken heeft de examencommissie zich op het standpunt gesteld dat [verzoekster] niet voldoet aan de voorwaarden voor een extra toetskans. Deze wordt alleen in uitzonderlijke gevallen gegeven, namelijk als er nog sprake is van slechts één openstaande toets, die moet worden behaald om te kunnen afstuderen (bachelor of master).

6.       De voorzitter van het CBE heeft het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen vanwege het ontbreken van een spoedeisend belang.

Verzoek

7.       [verzoekster] verzoekt de voorzieningenrechter bij wijze van voorlopige voorziening te bepalen dat zij hangende het administratief beroep en voor het einde van het studiejaar 2025-2026 een extra toetskans krijgt voor de twee vakken en de scriptie.

Spoedeisend belang

8.       [verzoekster] heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat zij zich per september heeft ingeschreven voor een masteropleiding aan de Universiteit Leiden. Om te kunnen starten met die opleiding is het noodzakelijk dat zij voor 1 september 2026 beschikt over een bachelordiploma Rechtsgeleerdheid. De hoorzitting bij het CBE, waarin haar administratief beroep wordt behandeld, is evenwel pas op 14 september 2026 gepland. Het afwachten van het oordeel van het CBE heeft dus tot gevolg dat [verzoekster] niet kan starten met de masteropleiding, waardoor zij studievertraging oploopt. De voorzieningenrechter acht om deze reden een spoedeisend belang aanwezig bij het treffen van een voorlopige voorziening.

Beoordeling van het verzoek

9.       In artikel 9, tweede lid, van de Richtlijnen en Aanwijzingen 2025-2026 staat over het verlenen van een extra toetskans dat moet zijn voldaan aan vier criteria. Eén daarvan is dat de onderwijseenheid het laatste examenonderdeel is dat aan afronding van de bacheloropleiding of masteropleiding in de weg staat. [verzoekster] heeft nog twee vakken openstaan van in totaal 20 ECTS. Zoals de examencommissie ook in haar beslissing van 2 juli 2026 heeft toegelicht, voldoet [verzoekster] daarmee niet aan de voorwaarden voor een extra toetskans om de bacheloropleiding af te ronden. De voorzieningenrechter heeft voorts begrip voor de persoonlijke omstandigheden van [verzoekster]. De examencommissie heeft zich echter op het standpunt kunnen stellen dat deze geen grond opleveren voor het oordeel dat de scriptie alsnog moet worden nagekeken. Daaraan heeft de examencommissie ten grondslag kunnen leggen dat niet aannemelijk is gemaakt dat die persoonlijke omstandigheden hebben geleid tot het niet voldoen aan de voorwaarden bij het inleveren van de scriptie. Verder ziet de voorzieningenrechter in de door [verzoekster] gestelde persoonlijke omstandigheden geen aanleiding voor het CBE om van voormelde bepaling af te wijken. Dat [verzoekster] bereid is ook gedurende deze zomervakantie met veel inzet te studeren om toch nog haar bachelor te halen zodat zij een frisse start kan maken met een masterprogramma aan een andere universiteit is bewonderenswaardig, maar kan haar toch niet baten. Dat zou alleen anders zijn als de gevolgen van de afwijzing van haar verzoek door de examencommissie voor haar onevenredig zouden zijn. Dat is niet zo omdat, zoals de examencommissie in aanmerking heeft genomen, [verzoekster] in het eerste half jaar van het volgend studiejaar twee nieuwe toetskansen heeft die in dit stadium van haar studieprogramma afdoende moeten worden geacht.

Conclusie

10.     De voorzieningenrechter wijst het verzoek af.

11.     De examencommissie hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. D.T.J. van de Voort, griffier.

w.g. Drop
voorzieningenrechter

w.g. Van de Voort
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026

1062

BIJLAGE

WETTELIJK KADER

Richtlijnen en Aanwijzingen voor het academisch jaar 2025/26

Artikel 9: Extra toetskansen

1.  Een student kan bij de Examencommissie een verzoek indienen voor een derde toetskans in hetzelfde academisch jaar.

2.  Dit verzoek wordt gehonoreerd indien aan de volgende cumulatieve criteria is voldaan:

-  Student heeft beide toetskansen in het lopende academische jaar benut, indien van toepassing wordt ook de eerdere toetsgeschiedenis voor de betreffende onderwijseenheid meegewogen;

-  Student heeft in een van deze toetskansen een eindcijfer 5 behaald voor de gehele onderwijseenheid;

-  De onderwijseenheid is het laatste examenonderdeel dat aan afronding van de bachelor c.q. de master in de weg staat.

-  De onderwijseenheid wordt niet binnen afzienbare termijn opnieuw regulier getentamineerd.

3.  Ingeval van hardheid (zie art. 8) is op schriftelijk, gemotiveerd verzoek van student afwijking van de criteria genoemd in lid 2 mogelijk.

[…].


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon