Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202407991/1/R2

Uitspraak 202407991/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4737
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oirschot aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van twee tegeltableaus in de lege beeldnissen in de voorgevel van het rijksmonument Heilige Engelbewaarderschool aan de Koestraat 41 in Oirschot. Rijksmonument de Heilige Engelbewaardersschool is een wooncomplex met de naam ‘De Oirsprong’. Het is in eigendom van wooncorporatie Wooninc. [partij] heeft het initiatief ‘Kunst in de Koestraat’ opgezet om de twee lege beeldnissen in de voorgevel van het monument van kunst te voorzien. Het college heeft op aanvraag van [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en het in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument, zodat twee tegeltableaus in de lege beeldnissen kunnen worden geplaatst. Dat is inmiddels gebeurd. [appellant] is huurder van een appartement in het monument. Volgens [appellant] verzet het belang van monumentenzorg zich tegen de verlening van de vergunning.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202407991/1/R2.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Oirschot,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 20 november 2024 in zaak nr. 24/258 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Oirschot.

Procesverloop

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van twee tegeltableaus in de lege beeldnissen in de voorgevel van het rijksmonument Heilige Engelbewaarderschool aan de Koestraat 41 in Oirschot.

Bij besluit van 6 december 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het besluit van 3 juli 2023, onder aanvulling van de motivering, in stand gelaten.

Bij uitspraak van 20 november 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

[partij] heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

Het college heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 29 juni 2026, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. B.J. Bloemendal, advocaat in Bergeijk, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.M. van der Heijden, mr. drs. T.P.G. Kralt en mr. C. Verveer zijn verschenen. Verder is op zitting [partij] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 13 april 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Wettelijk kader

2.       De relevante wettelijke bepalingen staan in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding

3.       Rijksmonument de Heilige Engelbewaardersschool is een wooncomplex met de naam ‘De Oirsprong’. Het is in eigendom van wooncorporatie Wooninc. [partij] heeft het initiatief ‘Kunst in de Koestraat’ opgezet om de twee lege beeldnissen in de voorgevel van het monument van kunst te voorzien. Het college heeft op aanvraag van [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en het in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument, zodat twee tegeltableaus in de lege beeldnissen kunnen worden geplaatst. Dat is inmiddels gebeurd.

[appellant] is huurder van een appartement in het monument. Volgens [appellant] verzet het belang van monumentenzorg zich tegen de verlening van de vergunning.

De uitspraak van de rechtbank

4.       De rechtbank heeft geoordeeld dat er geen evidente privaatrechtelijke belemmering aan de uitvoering van de omgevingsvergunning in de weg staat, omdat Wooninc achter het initiatief staat en [partij] steunt in het project. Verder is de reguliere voorbereidingsprocedure volgens de rechtbank terecht toegepast, omdat er geen ingrijpende wijziging van het rijksmonument is. [appellant] heeft naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aangetoond dat de monumentale waarden van het pand worden aangetast door de uitvoering van de omgevingsvergunning. Het college mocht afgaan op de positieve adviezen van de deskundige instanties die het heeft geraadpleegd. Van onzorgvuldige besluitvorming of schijn van vooringenomenheid is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken.

Hoger beroep

-        Aantasting monumentale waarden van het rijksmonument

5.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het belang van monumentenzorg als bedoeld in artikel 2.15 van de Wabo zich niet verzet tegen het verlenen van de omgevingsvergunning. Hiertoe voert [appellant] aan dat het college het advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed van 13 juni 2023 niet aan het besluit op bezwaar ten grondslag had mogen leggen, omdat onvoldoende onderzoek is gedaan naar de historische bouwgeschiedenis en staat van het monument. Weliswaar zijn de beeldnissen niet expliciet in de redengevende omschrijving benoemd, maar volgens [appellant] zijn deze als zodanig nog steeds beschermenswaardig, omdat deze vallen onder de algemene verwijzing in de omschrijving naar de architectuur van het voormalige kloostergebouw. [appellant] verwijst ook naar een mailwisseling met de betrokken adviseur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, waarin de adviseur schrijft dat het een interessante gedachte is om de bouwkundige geschiedenis bij de besluitvorming over de invulling van de beeldnissen te betrekken.

5.1.    Het bestuursorgaan mag op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het bestuursorgaan niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. Zo nodig vraagt het orgaan de adviseur een reactie op wat over het advies is aangevoerd.

5.2.    Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is bij een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo de omschrijving bij het aanwijzingsbesluit tot beschermd monument van belang. De Afdeling verwijst naar haar uitspraak van 3 november 2021, (ECLI:NL:RVS:2021:2434), onder 3.2. De redengevende omschrijving geeft aan welke aspecten van het monument in het bijzonder beschermingswaardig zijn. Deze luidt, voor wat de waardering betreft, als volgt:

"Waardering: De school is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorische waarde als voorbeeld van een geestelijke ontwikkeling, namelijk de bloei van orden en congregaties in de vroege twintigste eeuw en is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het congregatieklooster annex internaat kort na 1900. Het schoolgebouw is architectuurhistorisch van belang vanwege de stijl, waarmee de architecten Cuypers en Stuyt door materiaalgebruik en ornamentiek een breuk bewerkstelligden met de traditionele katholieke gestichtsstijl. Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een complex van klooster, kapel, scholen en rectoraat en de rol in het silhouet van de plaats. Het is als groot en samenhangend kloostercomplex relatief zeldzaam geworden."

5.3.    Het betoog over de aantasting van de monumentale waarden slaagt niet. De Afdeling volgt de rechtbank en het college. De adviezen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Gemeente Oirschot waren, na aanpassing van het kleurenpalet van de tegeltableaus, beide positief. [appellant] heeft niet aannemelijk gemaakt dat aan het advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed onvoldoende onderzoek naar de historische bouwgeschiedenis en staat van het monument ten grondslag ligt. Uit de redengevende omschrijving volgt niet dat de invulling van de beeldnissen niet gewenst is. Bovendien heeft [appellant] geen contra-expertise laten uitvoeren waaruit een andere objectieve conclusie volgt. De verwijzing naar de mailwisseling tussen [appellant] en de betrokken adviseur van de Rijksdienst geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Weliswaar vond de adviseur het een interessante gedachte om de bouwkundige geschiedenis bij de besluitvorming over de invulling van de beeldnissen te betrekken, maar dat heeft niet geleid tot een ander advies.

-        Evident privaatrechtelijke belemmering

6.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen evident privaatrechtelijke of anderszins wettelijke belemmering aan uitvoering van de omgevingsvergunning in de weg staat. De omgevingsvergunning had volgens [appellant] namens Wooninc moeten worden aangevraagd, omdat zij eigenaar is van het rijksmonument en de rechten en plichten die de omgevingsvergunning met zich meebrengt.

6.1.    Alleen al omdat Wooninc aan [partij] toestemming heeft verleend voor het uitvoeren van het initiatief en hem heeft gemachtigd voor de vergunningaanvraag, zoals ook blijkt uit de schriftelijke verklaring van 10 oktober 2023, heeft de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling kunnen concluderen dat er geen sprake is van een evident privaatrechtelijke belemmering.

-        Overige gronden

7.       [appellant] betoogt verder dat het college ten onrechte de reguliere voorbereidingsprocedure heeft toegepast, omdat volgens [appellant] op grond van artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Tot slot betoogt [appellant] dat de dat het deelnemen van de wethouder kunst en cultuur aan de beoordelingscommissie voor het kunstwerk heeft geleid tot onzorgvuldige besluitvorming door partijdigheid en/of schijn van vooringenomenheid.

7.1.    De rechtbank is gemotiveerd ingegaan op deze gronden. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank, zoals hierboven onder 4 weergegeven, en overwegingen 7.2 en 9.2 van de uitspraak van de rechtbank waarop de rechtbank dat oordeel heeft gebaseerd. Wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, geeft geen aanleiding voor een ander oordeel. Hieraan voegt de Afdeling toe dat zij, net als de rechtbank, geen enkele aanwijzing ziet van schijn van vooringenomenheid, schijn van partijdigheid of schijn van belangenverstrengeling van de wethouder kunst en cultuur in de besluitvormingsprocedure.

De betogen slagen niet.

Conclusie

8.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

9.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Aldus vastgesteld door mr. C.H. Bangma, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Graaff-Haasnoot, griffier.

w.g. Bangma
lid van de enkelvoudige kamer

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

531-1201

BIJLAGE

Wabo

Artikel 2.1

1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit:

[…]

f. het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een rijksmonument of het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een rijksmonument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht,

[…]

Artikel 2.15

Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing op de aanvraag houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.

Artikel 2.26

[…]

3. Het bevoegd gezag stelt de bij algemene maatregel van bestuur en, in gevallen als bedoeld in artikel 2.2, de bij de betrokken verordening aangewezen bestuursorganen of andere instanties in gevallen die behoren tot een bij die maatregel, onderscheidenlijk verordening aangewezen categorie in de gelegenheid hem advies uit te brengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning.

Artikel 3.10

1 Afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de voorbereiding van de beschikking op de aanvraag om een omgevingsvergunning, indien de aanvraag geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op:

[…]

d. een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, voor zover voor die activiteit krachtens artikel 2.26, derde lid, een adviseur is aangewezen;

[…]


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon