Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202502584/1/R1

Uitspraak 202502584/1/R1

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4736
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen ingevorderd bij Oostappen. Oostappen is eigenaar van vakantiepark De Berckt (vakantiepark), gelegen aan de Napoleonsbaan Noord 4 te Baarlo, gemeente Peel en Maas. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Napoleonsbaan Noord 4A te Baarlo". Uit artikel 4.1 van de planregels volgt dat het huisvesten van arbeidsmigranten niet is toegestaan op gronden met de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie". Het college heeft bij besluit van 23 juni 2020 Oostappen gelast het huisvesten van arbeidsmigranten op terreindelen van het vakantiepark waar dat niet is toegestaan, te beëindigen en beëindigd te houden, onder aanzegging van een dwangsom van € 250.000,00 per week dat niet aan de last is voldaan met een maximum van € 1.000.000,00. In beroep is vast komen te staan dat een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen is verbeurd. De rechtbank heeft overwogen dat de rechtsvordering tot invordering van de dwangsom niet is verjaard en dat het college mocht invorderen. Oostappen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bevoegdheid van het college tot invordering van de dwangsommen niet is verjaard.
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202502584/1/R1.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

Oostappen Vakantiepark De Berckt B.V. (Oostappen), gevestigd in Asten,

appellante,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Limburg van 25 maart 2025 in zaak nr. 23/952 in het geding tussen:

Oostappen

en

het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas.

Procesverloop

Bij besluit van 29 augustus 2022 heeft het college een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen ingevorderd bij Oostappen.

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft het college het door Oostappen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en het invorderingsbesluit in stand gelaten.

Bij mondelinge uitspraak van 25 maart 2025 heeft de rechtbank het door Oostappen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft Oostappen hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 3 augustus 2026, waar het college, vertegenwoordigd door T.M. Stinges en C.L.A. Baltusse, bijgestaan door mr. F.S. Helder en mr. B.W.B.G. Dings, advocaten in Nijmegen, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       Oostappen is eigenaar van vakantiepark De Berckt (vakantiepark), gelegen aan de Napoleonsbaan Noord 4 te Baarlo, gemeente Peel en Maas.

Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Napoleonsbaan Noord 4A te Baarlo". Uit artikel 4.1 van de planregels volgt dat het huisvesten van arbeidsmigranten niet is toegestaan op gronden met de bestemming "Recreatie-Verblijfsrecreatie". Het college heeft bij besluit van 23 juni 2020 Oostappen gelast het huisvesten van arbeidsmigranten op terreindelen van het vakantiepark waar dat niet is toegestaan, te beëindigen en beëindigd te houden, onder aanzegging van een dwangsom van € 250.000,00 per week dat niet aan de last is voldaan met een maximum van € 1.000.000,00. Het college heeft bepaald dat in een bepaald deel van het vakantiepark (aangeduid met vak M) vóór 21 juli 2020 en de overige terreindelen van het vakantiepark vóór 20 oktober 2020 aan de last moet worden voldaan. Het besluit tot oplegging van de dwangsom van 23 juni 2020 is in rechte onaantastbaar geworden.

Een toezichthouder van de gemeente heeft bij een controle op 17 mei 2022 en een controle op 7 juli 2022 geconstateerd dat op delen van het vakantiepark waarop de last betrekking heeft, arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Mede op grond hiervan heeft het college zich in het besluit van 29 augustus 2022 op het standpunt gesteld dat Oostappen niet heeft voldaan aan de opgelegde last onder dwangsom en is het overgegaan tot invordering van een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen. Het college heeft het invorderingsbesluit in bezwaar gehandhaafd.

In beroep is vast komen te staan dat een bedrag van € 1.000.000,00 aan dwangsommen is verbeurd. De rechtbank heeft overwogen dat de rechtsvordering tot invordering van de dwangsom niet is verjaard en dat het college mocht invorderen.

Relevante wettelijke bepalingen

2.       De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Invordering van de dwangsommen

3.       Oostappen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de bevoegdheid van het college tot invordering van de dwangsommen niet is verjaard. Uit de tekst van het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom van 23 juni 2020 maakt zij op dat verbeurte intreedt van rechtswege en niet na constatering van een overtreding van de last. Volgens Oostappen waren er tussen 21 juli 2020 en 21 januari 2021 arbeidsmigranten op het vakantiepark gehuisvest. De dwangsom is daarmee op 21 januari 2021 verbeurd, aldus Oostappen. Omdat het college de éénjarige termijn tot invordering van de dwangsommen ongebruikt heeft laten verstrijken, was uiterlijk op 21 januari 2022 zijn bevoegdheid tot invordering al verjaard.

Daarnaast betoogt Oostappen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen bijzondere omstandigheden zijn op grond waarvan het college niet had mogen invorderen, of de hoogte van het in te vorderen bedrag aan dwangsommen had moeten matigen. Zij voert hiervoor aan dat zij zich heeft ingespannen om aan de opgelegde last te voldoen.

3.1.    De gronden die Oostappen in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. Oostappen heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 8 en 11 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daar nog aan toe dat tijdens (integrale) controles van de toezichthouder van de gemeente op 22 en 28 oktober 2020, 4 november 2020 en 14 december 2020 niet is vastgesteld dat op die data niet aan de op 23 juni 2020 opgelegde last werd voldaan. Het college heeft hieruit mogen afleiden dat het Oostappen destijds wel is gelukt om de last uit te voeren. De Afdeling overweegt dat zonder nadere toelichting van Oostappen niet valt in te zien waarom zij na 2020 niet meer aan de door het college opgelegde last heeft kunnen voldoen.

De betogen slagen niet.

Conclusie

4.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Proceskosten

5.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R. van Heusden, griffier.

w.g. Besselink
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Heusden
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

163-1207

BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Artikel 5:35

1. In afwijking van artikel 4:104, eerste lid, verjaart de rechtsvordering tot betaling van een verbeurde dwangsom door verloop van een jaar na de dag waarop zij is verbeurd.

2. Indien op de dag waarop de rechtsvordering verjaart, bezwaar, beroep of hoger beroep openstaat of aanhangig is tegen de last onder dwangsom, wordt de verjaringstermijn verlengd tot onherroepelijk op het bezwaar, beroep of hoger beroep is beslist.

Artikel 5:37

1. Alvorens aan te manen tot betaling van de dwangsom, beslist het bestuursorgaan bij beschikking omtrent de invordering van een dwangsom.

2. Het bestuursorgaan geeft voorts een beschikking omtrent de invordering van de dwangsom, indien een belanghebbende daarom verzoekt.

3. Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken op het verzoek.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon