Uitspraak 202403756/1/R3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:4567
- Datum uitspraak
- 5 augustus 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Drimmelen het bestemmingsplan "Nieuwstraat Wagenberg" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twaalf woningen op voormalige agrarische gronden ten oosten van de kern van Wagenberg mogelijk. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door agrarische gronden. Aan de zuidzijde van het plangebied staan woningen aan de Nieuwstraat. THEBOXSYSTEM B.V. is initiatiefnemer van het plan. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Zij voelen zich onvoldoende gehoord en zijn van mening dat de raad hun belangen onvoldoende bij het bestemmingsplan heeft betrokken. [appellant] en anderen betogen dat het plan niet aansluit op de woningbehoefte in Wagenberg. Zij verwijzen daarbij naar de notitie "Woningbouwprogramma 2016 - 2024", waaruit volgens hen volgt dat met de woningbouwprojecten aan de Dorpsstraat 2 en 45 en de Verlengde Elsakker in Wagenberg tot en met 2024 al in de woningbehoefte wordt voorzien. [appellant] en anderen wijzen er daarnaast op dat de raad ten onrechte niet is ingegaan op hun voorstel om zes woningen in plaats van twaalf woningen op de gekozen locatie mogelijk te maken.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- RO - Noord-Brabant
Toon inhoud
202403756/1/R3.
Datum uitspraak: 5 augustus 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant] en anderen, allen wonend in Wagenberg, gemeente Drimmelen,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Drimmelen,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Nieuwstraat Wagenberg" gewijzigd vastgesteld.
Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
THEBOXSYSTEM B.V. heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[appellant] en anderen hebben een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 mei 2026, waar de raad, vertegenwoordigd door J. Peters, is verschenen. Verder is THEBOXSYSTEM B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], als partij gehoord.
Overwegingen
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 22 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Inleiding
2. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twaalf woningen op voormalige agrarische gronden ten oosten van de kern van Wagenberg mogelijk. Het plangebied wordt aan de noord-, oost- en westzijde begrensd door agrarische gronden. Aan de zuidzijde van het plangebied staan woningen aan de Nieuwstraat. THEBOXSYSTEM B.V. is initiatiefnemer van het plan.
3. [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Zij voelen zich onvoldoende gehoord en zijn van mening dat de raad hun belangen onvoldoende bij het bestemmingsplan heeft betrokken.
Toetsingskader
4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
5. De relevante regels van het bestemmingsplan zijn - voor zover deze niet in de overwegingen van de uitspraak zijn weergegeven - opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.
Beoordeling van het beroep
Participatie
6. [appellant] en anderen betogen dat zij zich door de raad onvoldoende gehoord voelen.
6.1. De Afdeling stelt vast dat het besluit van 16 mei 2024 is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Niet gebleken is dat de raad niet op juiste wijze toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in die afdeling. In overeenstemming met de procedure zijn omwonenden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpplan naar voren te brengen. Van die mogelijkheid hebben [appellant] en anderen gebruik gemaakt. De Afdeling begrijpt dat zij in een eerder stadium over de plannen op het perceel geïnformeerd hadden willen worden. Daartoe bestaat echter op grond van de Wro of het Besluit ruimtelijke ordening geen verplichting. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het plan onzorgvuldig heeft voorbereid.
Het betoog slaagt niet.
Kwantitatieve behoefte
7. [appellant] en anderen betogen dat het plan niet aansluit op de woningbehoefte in Wagenberg. Zij verwijzen daarbij naar de notitie "Woningbouwprogramma 2016 - 2024", waaruit volgens hen volgt dat met de woningbouwprojecten aan de Dorpsstraat 2 en 45 en de Verlengde Elsakker in Wagenberg tot en met 2024 al in de woningbehoefte wordt voorzien. [appellant] en anderen wijzen er daarnaast op dat de raad ten onrechte niet is ingegaan op hun voorstel om zes woningen in plaats van twaalf woningen op de gekozen locatie mogelijk te maken.
7.1. In paragraaf 3.4 van de plantoelichting is de kwantitatieve woningbehoefte in beeld gebracht. Daarin is verwezen naar de Omgevingsvisie, vastgesteld door de raad op 18 november 2021 en de daarin genoemde ambitie om 1.500 woningen in de gemeente Drimmelen te bouwen tot 2030. De woningbehoefte is vervolgens per kern uitgewerkt in het "Programma Wonen 2030, Drimmelen groeit" van maart 2022. Van deze 1.500 woningen moeten er 100 in Wagenberg worden gebouwd. Van deze woningbehoefte in Wagenberg zijn 55 woningen gebaseerd op het woningbehoefteonderzoek en 45 woningen zijn nodig om aan de ambitie uit de Omgevingsvisie om 1.500 woningen tot 2030 te bouwen te voldoen. Met dat getal wil de gemeente bijdragen aan het inlopen van het actuele tekort in de regio. Daarnaast is in het verweerschrift verwezen naar de regionale "SRBT-woondeal 2022-2030" van maart 2023, waaruit volgt dat bovenop de 100 woningen uit het Programma Wonen 2030 nog behoefte is aan 30 extra woningen.
7.2. In het verweerschrift is toegelicht dat de harde plancapaciteit in Wagenberg 113 woningen bedraagt. Dit aantal is inclusief de toevoeging van de twaalf woningen van dit plan. De raad heeft ook de 88 woningen die met het bestemmingsplan "Verlengde Elsakker" mogelijk worden gemaakt tot de harde plancapaciteit gerekend.
Over de locaties aan de Dorpsstraat 2 en 45 die [appellant] en anderen naar voren hebben gebracht overweegt de Afdeling het volgende. Het bestemmingsplan "Dorpsstraat 45 - 47, Wagenberg" dateert van 2018 en maakt elf woningen mogelijk, die, zo is op de zitting toegelicht, inmiddels zijn gerealiseerd. Deze elf woningen dragen daarom niet bij aan het voorzien in de behoefte van 130 woningen in Wagenberg waarvan de raad is uitgegaan en die is opgenomen in het Programma Wonen 2030 en de SRBT-woondeal 2022-2030. Verder heeft de raad op de zitting toegelicht dat de Dorpsstraat 2 in Wagenberg niet in zicht is voor woningbouw.
7.3. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad de behoefte aan de twaalf woningen die met het plan mogelijk worden gemaakt voldoende onderbouwd. De Afdeling ziet in wat [appellant] en anderen hebben aangevoerd ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad het aantal woningen naar beneden had moeten bijstellen van twaalf naar zes. Dat er volgens [appellant] en anderen ook andere keuzes gemaakt hadden kunnen worden, doet niet af aan de woningbehoefte.
Het betoog slaagt niet.
Alternatieve woningbouwlocatie
8. [appellant] en anderen betogen dat het plan ten onrechte woningen op deze locatie mogelijk maakt. Zij voeren aan dat de raad onvoldoende heeft onderzocht of alternatieve locaties in Wagenberg mogelijk waren.
8.1. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen. In paragraaf 3.3 van de plantoelichting staat dat in Wagenberg geen inbreidingslocaties beschikbaar zijn. Alleen aan de randen van Wagenberg zijn woningbouwlocaties beschikbaar, waarvan er al een aantal in procedure zijn of waarop binnenkort gestart zal worden met de bouw van de woningen. Het plangebied is bovendien zeer geschikt omdat het aansluit op het bestaande bebouwingslint aan de Nieuwstraat. Ook is het plangebied geschikt vanwege de beperkte complexiteit van de locatie en de aanwezige infrastructuur ten opzichte van andere meer complexe locaties in de kern van Wagenberg.
Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad hiermee toereikend gemotiveerd waarom hij ervoor heeft gekozen om in het plangebied de realisatie van twaalf woningen mogelijk te maken. [appellant] en anderen hebben ook geen concrete alternatieve locatie naar voren gebracht, zodat ook daarom geen aanleiding bestaat te oordelen dat de raad onvoldoende de voor- en nadelen van deze locatie in zijn afweging heeft betrokken.
Het betoog slaagt niet.
Stedenbouwkundige inpassing
9. [appellant] en anderen betogen dat de gestapelde woningen niet passen in het dorpse karakter van de Nieuwstraat.
9.1. In paragraaf 2.3 van de plantoelichting is ingegaan op de stedenbouwkundige inpassing van de woningen. Onder meer is vermeld dat het zuidelijk deel van de Nieuwstraat aansluit op het hoofdlint van Wagenberg. In dat deel van de Nieuwstraat staan woningen dichter op elkaar en dicht op de straat met geen of kleine voortuinen. Halverwege de straat wordt de bebouwing wat losser. Door de ligging van de bouwvlakken en door de maatvoering worden volgens de plantoelichting voldoende beperkingen opgelegd om te komen tot een juiste en passende invulling van het perceel en om te bereiken dat de nieuwe bestemming wordt afgestemd op de omgeving. De raad beschouwt de voorziene woningbouwontwikkeling als een nieuwe straatwand met in het midden een brede groene ruimte, haaks op de straat. Voor de vrees van [appellant] en anderen dat er gestapelde woningen komen, biedt het bestemmingsplan geen ruimte. Op grond van artikel 5.1, aanhef en onder a, van de planregels zijn uitsluitend grondgebonden woningen toegestaan.
9.2. Gelet op deze toelichting is de Afdeling van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het plan vanuit stedenbouwkundig oogpunt passend is in de omgeving.
Het betoog slaagt niet.
Verkeer en parkeren
10. [appellant] en anderen stellen dat het plan leidt tot een toename van verkeer op de Nieuwstraat. Dit is een smalle straat waar in de huidige situatie al sprake is van parkeeroverlast.
10.1. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat in voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien. Daartoe overweegt de Afdeling dat de voor "Wonen" en "Verkeer - Verblijfsgebied" aangewezen gronden zijn bestemd voor parkeervoorzieningen, zodat bijna in het gehele plangebied parkeerplaatsen kunnen worden gerealiseerd. In paragraaf 2.4 van de plantoelichting staat dat de parkeerbehoefte is berekend op 24 parkeerplaatsen en dat binnen het plangebied 25 parkeerplaatsen gerealiseerd zullen worden. Er is voldoende plek op de gronden met de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" en "Wonen" om aan deze parkeerbehoefte te voldoen. Gelet hierop ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt heeft mogen stellen dat het bestemmingsplan geen onaanvaardbare parkeeroverlast voor de omgeving met zich brengt.
Het betoog slaagt in zoverre niet.
10.2. Over de stelling van [appellant] en anderen dat het plan leidt verkeershinder, overweegt de Afdeling dat zij dit niet hebben geconcretiseerd. De Afdeling ziet daarom en mede gelet op de beperkte toename van afgerond 90 verkeersbewegingen per etmaal als gevolg van dit plan, geen aanleiding om te oordelen dat de raad het plan om deze reden niet mocht vaststellen.
Het betoog slaagt ook in zoverre niet.
Waterhuishouding
11. [appellant] en anderen betogen dat de omgeving van het plangebied al tot wateroverlast bij regenbuien leidt. Door het plan neemt de druk op de waterhuishouding toe. Volgens hen is onvoldoende gewaarborgd dat de wateroverlast voor omliggende percelen niet zal toenemen als gevolg van het plan.
11.1. Aan een deel van de gronden van het plangebied is de bestemming "Groen" toegekend.
Artikel 3.1 van de planregels luidt:
"De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
[…]
e. bijbehorende voorzieningen als verhardingen, nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen."
Artikel 11.2 luidt:
"Voor het realiseren van waterhuishoudkundige voorzieningen binnen het plangebied geldt de volgende regel:
a. bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en/of afwijken dient te worden aangetoond dat waterhuishoudkundige voorzieningen zullen worden gerealiseerd en vervolgens aldus in stand worden gehouden die voldoet aan de berekeningsmethode van waterschap Brabantse delta, met dien verstande dat de totale capaciteit aan waterbergende voorzieningen binnen het plangebied ten minste 141 m3 dient te bedragen."
11.2. De raad heeft in paragraaf 4.10 van de plantoelichting en in de nota van zienswijzen onderbouwd op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Hierin staat dat als gevolg van de in het plan voorziene ontwikkeling de totale oppervlakteverharding toeneemt met ongeveer 2.354 m2. Om deze toename te compenseren moet een waterberging van ongeveer 141 m3 worden gerealiseerd. De raad heeft toegelicht dat de beoogde waterberging uit twee delen bestaat. In het oostelijk deel van de landschappelijke overgang wordt een wadi met een inhoud van 53,75 m3 aangelegd. Een deel van de centrale groenzone wordt verdiept aangelegd en heeft een inhoud van 90 m3. Dat brengt de capaciteit van de beoogde waterhuishoudkundige voorzieningen op 143,75 m3. Het aanleggen van waterhuishoudkundige voorzieningen is toegestaan binnen de bestemming "Groen" die aan deze gronden is toegekend.
11.3. Naar het oordeel van de Afdeling mocht de raad zich op het standpunt stellen dat in de planregels de benodigde waterberging voldoende is geborgd. In artikel 11.2 van de planregels is namelijk met een voorwaardelijke verplichting geregeld dat waterhuishoudkundige voorzieningen met een totale capaciteit van ten minste 141 m3 moeten worden aangelegd en in stand gehouden. [appellant] en anderen hebben niet aannemelijk gemaakt dat deze maatregel ontoereikend is voor het voorkomen van wateroverlast. Daarbij wijst de Afdeling erop dat dit plan niet de bestaande waterproblemen hoeft op te lossen. De Afdeling verwijst ter vergelijking naar haar uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5615, onder 12.2.
Het betoog slaagt niet.
Het besluitvormingsproces
12. [appellant] en anderen onderschrijven de zienswijze van de provincie, namelijk dat (i) het plan de karakteristieke lintbebouwing van de buitengebieden in de gemeente doorbreekt, (ii) de vorm van de geplande bebouwing in grote mate afwijkend is van de bestaande bebouwing en (iii) onderbouwd moet worden hoe en waarom deze ontwikkeling zich verhoudt tot de mogelijkheden binnen bestaand stedelijk gebied. [appellant] en anderen stellen dat de bezwaren van de provincie te gemakkelijk terzijde zijn geschoven omdat het om een kleinschalig woningbouwproject zou gaan.
12.1. De raad heeft de planregels en de verbeelding vastgesteld. Ook de zienswijze van de provincie, beantwoord in de nota van zienswijzen, is daarbij betrokken. Dat het standpunt van de provincie over het plan volgens [appellant] en anderen onvoldoende weerklank heeft gevonden bij de raad, geeft de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat het plan niet op zorgvuldige wijze is voorbereid en vastgesteld. Over de door [appellant] en anderen genoemde aspecten hebben zij beroepsgronden naar voren gebracht, die hierboven zijn beoordeeld.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond.
14. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.
w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Mosterd
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026
1091
BIJLAGE
Bestemmingsplan "Nieuwstraat Wagenberg"
Artikel 4 Verkeer - Verblijfsgebied
Artikel 4.1
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf en verplaatsing;
b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals voet- en fietspaden, (ontsluitings)wegen, geluidwerende voorzieningen, nutsvoorzieningen, brandkranen, ondergrondse containers, groenvoorzieningen, water- en waterhuishoudelijke voorzieningen, reclame-uitingen, parkeervoorzieningen en overige verhardingen.
Artikel 5 Wonen
Artikel 5.1
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. wonen in grondgebonden woningen;
b. aan-huis-verbonden beroepen en/of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
c. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, tuinen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en overige verhardingen.
[…]
Artikel 5.2
Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels.
Artikel 5.2.1
Voor het bouwen van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels:
a. het aantal woningen binnen het plangebied bedraagt maximaal 12;
b. de hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak, met dien verstande dat erkers aan de voorzijde van de woning ook buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd met een hoogte van maximaal 1 bouwlaag en met een maximale diepte van 1,5 meter;
c. het bebouwingspercentage bedraagt per perceel 70%;
d. de diepte van hoofdgebouwen, gemeten vanaf de voorgevellijn, mag niet meer bedragen dan: 10 meter
e. de afstand van hoofdgebouwen - over de hele diepte zoals toegestaan in lid e - tot de zijdelingse perceelsgrens mag tot één van de zijdelingse perceelsgrenzen niet minder bedragen dan: 2 meter.
f. de maximale bouwhoogte van hoofdgebouwen mag niet meer dan 7 meter bedragen;
[…]
Woningbouw in Wagenberg
Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Nieuwstraat Wagenberg’ dat de gemeenteraad van Drimmelen heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van twaalf woningen mogelijk op voormalige agrarische gronden ten oosten van het dorp Wagenberg. Enkele omwonenden zijn het niet eens met het bestemmingsplan en zijn hiertegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij voelen zich onvoldoende gehoord en zijn van mening dat de gemeenteraad hun belangen onvoldoende bij het bestemmingsplan heeft betrokken. Ook vinden zij dat het bestemmingsplan niet aansluit op de woningbehoefte in Wagenberg, omdat met de woningbouwprojecten aan de Dorpsstraat en de Verlengde Elsakker in Wagenberg al in de woningbehoefte wordt voorzien. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 13 mei 2026 op zitting behandeld.